Dennis van Leeuwen, centraal achter met alle mede cursisten VC1 in de ArenA

KNVB VC1 | Kane-gitarist Dennis van Leeuwen vindt nieuwe passie langs de lijn: ‘Mijn droom om in een stadion te spelen heb ik al geleefd’

Van uitverkochte (voetbal)stadions met Kane naar het jeugdvoetbal bij SDW. Dennis van Leeuwen (55) heeft als muzikant vrijwel alles meegemaakt, maar ontdekt tegenwoordig een heel andere kant van zichzelf. Als jeugdtrainer bij de Amsterdamse vereniging SDW behaalde hij deze week zijn KNVB VC1-diploma. Een bijzonder opleidingstraject, mogelijk gemaakt door de samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, de KNVB en Ajax. Het Amsterdamsche Voetbal sprak met de voormalig gitarist over zijn onverwachte ‘nieuwe’ (trainers)loopbaan, de lessen die hij leerde en waarom hij voorlopig liever met kinderen op het trainingsveld staat dan met een gitaar in een vol stadion.

Wie de naam Dennis van Leeuwen hoort, denkt vrijwel onmiddellijk aan Kane. Samen met zanger Dinand Woesthoff vormde hij jarenlang het gezicht van een van de bekendste Nederlandse rockbands. Grote concerten, volle stadions en een leven waarin muziek centraal stond. Voetbal speelde in die jaren vooral een rol als liefhebberij. Tegenwoordig staat Van Leeuwen zelf op het veld, niet als speler, maar als trainer en coach van jonge voetballers. Het is een ontwikkeling die hij enkele jaren geleden zelf waarschijnlijk niet had voorzien. De aanleiding was even eenvoudig als bijzonder: drie kinderen thuis die graag wilden voetballen. De twee kinderen van elf en van dertien spelen inmiddels bij SDW, maar hun eerste voetbalervaringen ontstonden buiten de georganiseerde sport.

Van Leeuwen voetbalde in zijn jeugd zelf bij een vereniging waar veel aandacht werd besteed aan techniek en individuele ontwikkeling. Een uitzonderlijk talent was hij naar eigen zeggen niet, maar zijn liefde voor het spel was groot. Rond zijn zestiende stopte hij met voetballen en koos hij steeds nadrukkelijker voor de muziek. “Ik vond voetbal fantastisch, maar op een gegeven moment ben ik de muziekkant opgegaan. Dat combineert niet altijd even gemakkelijk, zeker niet wanneer je ook in de weekenden bezig bent.”

De weg terug naar het voetbal liep via de Vrije School in Amsterdam, waar zijn kinderen onderwijs volgen. Van Leeuwen merkte dat veel kinderen graag wilden voetballen, maar niet direct de stap naar een vereniging wilden zetten. Samen met een andere vader besloot hij daarom zelf trainingen te organiseren in het Westerpark. Wat begon met een kleine groep kinderen uit dezelfde klas, groeide geleidelijk uit tot een vaste voetbalactiviteit op woensdagmiddag en zondagochtend. Ook meisjes en kinderen uit andere klassen sloten zich aan. Uiteindelijk stonden er regelmatig ongeveer dertig kinderen op het veld. “We deden wat oefeningen, speelden partijtjes en zorgden vooral dat iedereen plezier had. Het was eigenlijk heel eenvoudig begonnen, maar het werd steeds groter.”

Het jeugdvoetbal bij SDW groeit enorm

Een compleet team meldt zich bij SDW

Na ongeveer een jaar veranderde de belangstelling van de kinderen. Waar zij aanvankelijk geen behoefte hadden aan verenigingsvoetbal, wilden ze inmiddels juist graag wedstrijden spelen. Van Leeuwen en de andere betrokken ouders besloten de groep bij elkaar te houden en zochten contact met SDW, de Amsterdamse vereniging die zich de afgelopen jaren sterk heeft ontwikkeld. Het voorstel was opmerkelijk: konden ze met een vrijwel compleet team lid worden en tegelijkertijd zelf de begeleiding verzorgen? SDW stond ervoor open. De groep werd aangevuld met andere spelers en Van Leeuwen begon vorig seizoen officieel als trainer en coach.

Daarmee veranderde ook zijn kijk op het vak. “Ik kwam er vrij snel achter dat trainen gewoon een vak is. In het Westerpark kon ik een beetje mijn eigen gang gaan. Maar bij een vereniging, waar je structureel met een team werkt, is dat niet voldoende.” De groeiende vereniging, die richting de 1.200 leden gaat, bood hem de mogelijkheid om deel te nemen aan de KNVB-opleiding Voetbalcoach 1. Dankzij de ondersteuning vanuit de gemeente Amsterdam en de club was de drempel om te beginnen laag. “Ik weet niet of ik die opleiding uit mezelf zo snel had gedaan. Maar het werd aangeboden en ik dacht: waarom eigenlijk niet? Een aantal mensen binnen SDW heeft zich aangemeld en ik was er één van.”

Rene Koster en Dennis van Leeuwen bij de uitreiking van het VC1 diploma

‘Ik ben best eigenwijs, dus in het begin moest ik echt omschakelen’

De opleidingsavonden vonden plaats bij RAP in Amstelveen. Daar maakte Van Leeuwen kennis met een trainingsvisie die op onderdelen behoorlijk verschilde van de manier waarop hij zelf had leren voetballen. In zijn jeugd lag het accent sterk op techniek. De trainer deed bewegingen voor, legde uit hoe een bal moest worden aangenomen of gepasst en liet spelers vervolgens oefenen. Die benadering, verwant aan de bekende Wiel Coerver-methode, was voor Van Leeuwen jarenlang een vanzelfsprekend uitgangspunt.

Tijdens de VC1-opleiding ontdekte hij dat de KNVB veel nadruk legt op voetbalgerichte trainingsvormen, waarin spelers zoveel mogelijk leren door het spel daadwerkelijk te spelen. Dat vroeg om een andere manier van denken. “Ik ben best een eigenwijze man. In het begin had ik er moeite mee dat je een training niet voortdurend moet stilleggen om iets uit te leggen. Ik dacht regelmatig: ik wil nu stoppen en vertellen hoe het moet. Maar de bedoeling was juist dat het spel zoveel mogelijk doorging.”

Zijn eerste reactie was dan ook kritisch. Hij moest afleren wat hij jarenlang als logisch had beschouwd. Pas na enkele bijeenkomsten begon hij de nieuwe werkwijze bewust toe te passen. Dat leverde verrassende inzichten op.

Geen twaalf minuten wachten, maar onmiddellijk voetballen

Van Leeuwen noemt een voorbeeld dat voor veel jeugdtrainers herkenbaar zal zijn. Voorheen liet hij zijn spelers bij aankomst met een bal het veld opgaan. De kinderen schoten op doel, maakten plezier en wachtten totdat de training officieel begon. Vervolgens pakte hij zijn fluit, riep iedereen bij elkaar en begon met de uitleg. “Voordat iedereen bij elkaar stond en ik mijn verhaal had gedaan, waren we soms twaalf minuten verder. Eigenlijk was er nog helemaal niet getraind.”

De KNVB-benadering door docent Rene Koster liet hem zien dat het anders kon. Wanneer de spelers arriveren, staan de doelen al klaar en ligt de bal op het veld. Ze kunnen onmiddellijk beginnen met voetballen. Vanuit dat partijtje kan de trainer vervolgens geleidelijk een oefenvorm ontwikkelen. “De kinderen hebben soms nauwelijks in de gaten dat ze iets aan het leren zijn. Je verandert het spel, past iets aan en laat ze zelf ontdekken wat er gebeurt. Dat vond ik echt een openbaring.”

Het betekent volgens Van Leeuwen overigens niet dat technische oefeningen overbodig zijn geworden. Integendeel. Hij is nog altijd enthousiast over de Coerver-methode en de aandacht voor balbeheersing, passeerbewegingen en tweebenigheid. Juist de combinatie van verschillende trainingsmethoden spreekt hem aan. “Ik vind het prachtig wanneer kinderen ontdekken op hoeveel manieren je een bal kunt raken of een tegenstander kunt passeren. Dat blijft ontzettend waardevol. Maar ik begrijp nu ook veel beter waarom je bepaalde oefeningen doet en wanneer je welke vorm gebruikt.”

Meer dan pionnen, ballen en doelpunten

Misschien wel de belangrijkste ontdekking tijdens de opleiding was dat jeugdtraining veel verder gaat dan voetbaltechniek en tactiek. Van Leeuwen kreeg te maken met leeftijdsspecifieke kenmerken, groepsdynamiek, communicatie en de psychologische ontwikkeling van kinderen. Onderwerpen waar hij als vader vanzelfsprekend ervaring mee had, maar die hij nog niet eerder zo bewust vanuit het trainerschap had bekeken. Een ogenschijnlijk klein voorbeeld maakte grote indruk. “Stel dat je een jongen even apart moet aanspreken omdat hij lastig gedrag vertoont. Wanneer je dat doet terwijl al zijn teamgenoten kunnen meekijken, ontstaat er een heel andere situatie dan wanneer je zo gaat staan dat hij alleen jou ziet. Dan wordt het gesprek meteen anders.”

Volgens Van Leeuwen zijn het juist dergelijke inzichten die een beginnende trainer verder helpen. “Het klinkt allemaal heel logisch als iemand het uitlegt. Maar je moet er wel even op gewezen worden. Er zijn honderden van dat soort kleine dingen die je kunt toepassen.” Daarnaast leerde hij bewuster gebruik te maken van de voetbalterminologie. Begrippen rondom aanvallen, verdedigen, het verkleinen van ruimtes en het samenwerken binnen een team kregen meer betekenis. Dat helpt niet alleen tijdens trainingen, maar ook in gesprekken met andere trainers. “Je gaat dezelfde taal spreken. Daardoor kun je veel gemakkelijker over voetbal praten en ervaringen uitwisselen. Je merkt dat je jezelf ontwikkelt en professioneler wordt.”

Ook buiten het veld ontstaan nieuwe verbindingen

Een ander waardevol onderdeel van de opleiding was volgens Van Leeuwen het contact met trainers van andere verenigingen. Tijdens de praktijkbijeenkomsten werkten de deelnemers met jeugdspelers die niet noodzakelijk tot hun eigen teams behoorden. Dat maakte de omstandigheden soms onvoorspelbaar. Niet ieder kind was even gemotiveerd, de groepssamenstelling wisselde en het weer werkte lang niet altijd mee. Juist daardoor werd de opleiding realistisch. “Je staat niet iedere keer met je eigen jongens op het veld. Soms heb je kinderen die er enorm veel zin in hebben, soms wat minder. Dan regent het, waait het hard of komt iemand niet opdagen. Dat is eigenlijk precies hoe het in de praktijk ook gaat.”

Ook het onderlinge contact tussen de cursisten bleek waardevol. Er ontstonden gesprekken over verenigingsculturen, trainingsmethoden en de dagelijkse uitdagingen van vrijwilligers. Inmiddels onderhouden verschillende deelnemers nog contact met elkaar. Ze wisselen ervaringen uit en nodigen elkaar zelfs uit voor jeugdtoernooien. “Er zit ook een heel mooie sociale kant aan zo’n opleiding. Je ontmoet mensen die allemaal met hetzelfde bezig zijn. Dat levert contacten op die ook na de cursus blijven bestaan.”

Van Leeuwen spreekt dan ook met waardering over het initiatief van de betrokken organisaties. “Het is een prachtig initiatief vanuit de club, de KNVB en de gemeente Amsterdam. Je zegt als vrijwilliger ja tegen het trainen van een team en vervolgens krijg je de mogelijkheid om jezelf verder te ontwikkelen. Dat voelt bijna als een cadeautje aan jezelf.”

Een stormachtig examen in Amstelveen

Dat Van Leeuwen inmiddels zijn diploma heeft behaald, betekent niet dat alles tijdens het opleidingstraject vanzelf ging. Vooral zijn praktijkexamen zal hem nog lang bijblijven. Op de examendag in Amstelveen waren de weersomstandigheden verre van ideaal. Het stormde, de wind joeg over de velden en overvliegende vliegtuigen maakten communiceren lastig. De jeugdspelers waren bovendien bijzonder onrustig. De eerste twee trainingen van andere cursisten verliepen moeizaam. De omstandigheden maakten het vrijwel onmogelijk om de groep op de gebruikelijke manier aan het werk te krijgen.

Een andere aanwezige KNVB-docent sprak Van Leeuwen daarop aan. “Hij zei tegen mij dat het echt knap zou zijn als ik die jongens aan het voetballen kreeg. Toen dacht ik: dat zal ik je eens laten zien.” Wat volgde, was volgens de muzikant misschien wel het meest leerzame moment van zijn opleiding. In plaats van zich krampachtig vast te houden aan alle aangeleerde uitgangspunten, besloot hij zijn eigen persoonlijkheid nadrukkelijker te gebruiken. Hij sprak de spelers stevig toe, maakte duidelijk wat hij van hen verwachtte en bracht structuur aan. Binnen korte tijd had hij de aandacht van de groep. “Ik moest even duidelijk maken dat we gingen beginnen en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Vanaf dat moment liep het eigenlijk prima.”

De docent reageerde verrast en wilde weten hoe Van Leeuwen dat had aangepakt. Voor de trainer was het een bevestiging dat een opleiding richting geeft, maar dat persoonlijkheid en natuurlijk overwicht minstens zo belangrijk kunnen zijn. “Ik was heel erg bezig om alles precies volgens de methode te doen. Maar op dat moment werkte dat gewoon niet. Dan moet je kunnen schakelen. Je moet soms ook durven vertrouwen op jezelf.” Het examen werd daarmee niet alleen een toets van zijn opgedane kennis, maar ook een bevestiging van zijn eigen kwaliteiten als begeleider.

‘Ik heb mijn droom om in een stadion te spelen al geleefd’

Met het VC1-diploma op zak ligt in theorie een vervolgopleiding voor de hand. Via VC2 en eventueel VC3 zou Van Leeuwen zich verder kunnen ontwikkelen als trainer. Maar heeft de man die jarenlang voor duizenden mensen optrad inmiddels de ambitie om ooit bij bijvoorbeeld Ajax voor de groep te staan? Hij moet lachen om de gedachte. “Natuurlijk gaat dat weleens door je hoofd. Als je een staatslot koopt, denk je ook even dat je gaat winnen. Dus ja, misschien denk je heel kort: straks word ik nog trainer van Ajax.”

Toch ligt zijn ambitie ergens anders. Van Leeuwen heeft als muzikant al opgetreden in de stadions van Ajax, Feyenoord en PSV. De bijzondere ervaring om in een groot voetbalstadion centraal te staan, heeft hij dus allang meegemaakt. “Ik heb mijn droom om in een stadion te spelen al geleefd. Alleen was dat als muzikant.” Het verklaart waarom hij niet nadrukkelijk bezig is met een volgende stap richting het professionele voetbal. Hij heeft zijn werk, zijn muzikale achtergrond en vooral veel plezier in het begeleiden van kinderen. “Ik vind het geweldig om met die jongens te werken. Ze zitten in een leeftijd waarin ontzettend veel gebeurt. Samenwerken, sporten, winnen, verliezen, omgaan met elkaar. Daar zit gewoon iets heel moois in. Dat is voor mij eigenlijk al genoeg.”

Vijfenveertig minuten partijtje

Ook bij SDW staat voetbalplezier hoog in het vaandel. Van Leeuwen probeert die gedachte nadrukkelijk in zijn trainingen terug te laten komen. Dat betekent niet dat hij geen aandacht besteedt aan techniek, spelprincipes of tactische afspraken. Maar hij houdt ook rekening met wat zijn spelers zelf het liefste doen. En dat blijkt verrassend eenvoudig. “Als de jongens op het veld komen, vragen ze meteen of we alsjeblieft veel partijtjes gaan doen. Dat vinden ze gewoon het allerleukste.”

Van zijn training van anderhalf uur besteedt Van Leeuwen daarom regelmatig ongeveer drie kwartier aan partijvormen. Daarbinnen probeert hij de opgedane kennis van zijn opleiding te verwerken. Spelers leren samenwerken, ruimtes herkennen, aanvallen opbouwen en verdedigen, zonder dat het plezier uit de training verdwijnt. “Je kunt allerlei systemen, strategieën en technieken behandelen, maar uiteindelijk willen die kinderen gewoon voetballen. En daar hebben ze natuurlijk ook gelijk in.”

De gitarist ziet het trainerschap niet als een tijdelijke bezigheid die vooral voortkomt uit de sportieve belangstelling van zijn eigen kinderen. Hij heeft inmiddels ontdekt hoeveel voldoening het geeft om een groep jonge spelers te begeleiden. Daarbij wil hij zich blijven ontwikkelen, zonder zijn eigen karakter of ideeën uit het oog te verliezen.

Een diploma als waardering voor vrijwilligers

Het verhaal van Van Leeuwen laat zien wat de trainersopleidingen binnen de Amsterdamse Voetbalagenda kunnen betekenen voor het amateurvoetbal. Niet iedere deelnemer begint aan een opleiding met de ambitie om hogerop te komen. Voor veel vrijwilligers draait het om de wens om de kinderen bij hun eigen vereniging beter te begeleiden. Juist voor die groep is een laagdrempelige opleiding van grote waarde. Verenigingen hebben behoefte aan enthousiaste ouders en vrijwilligers, maar enthousiasme alleen is niet altijd voldoende om een goede training te verzorgen. Van Leeuwen ondervond dat zelf toen hij met zijn groep vanuit het Westerpark de overstap naar SDW maakte. Wat begon als een spontaan initiatief van twee vaders, groeide uit tot een serieuze verantwoordelijkheid binnen een voetbalvereniging.

Zijn advies aan andere Amsterdamse jeugdtrainers is dan ook duidelijk: maak gebruik van de mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. “Bij de KNVB en de mensen die deze opleidingen verzorgen, zit ontzettend veel ervaring. Je hoeft niet alles klakkeloos over te nemen. Je mag je eigen manier van werken hebben. Maar het is ontzettend leerzaam om te begrijpen waarom bepaalde dingen werken.” Het diploma dat hij deze week ontving, is voor hem vooral een erkenning van die ontwikkeling. En hoewel de vergelijking tussen muziek en voetbal zich gemakkelijk opdringt, zijn de verschillen misschien wel groter dan de overeenkomsten. Op het podium stond Van Leeuwen jarenlang zelf in het middelpunt van de belangstelling. Als jeugdtrainer draait het om de kinderen.

Niet hij, maar de kinderen moeten schitteren. Van Leeuwen lijkt zich uitstekend thuis te voelen in die nieuwe rol. Zijn grote muzikale dromen heeft hij al verwezenlijkt. Tegenwoordig zit de voldoening in een geslaagde training, een speler die iets nieuws ontdekt of een groep kinderen die na afloop met plezier van het veld stapt. “Het wordt ook leuker als je ergens beter in wordt. Dat geldt voor die kinderen, maar net zo goed voor mij als trainer.” En daarmee heeft de nieuwbakken jeugdtrainer misschien wel de belangrijkste les van zijn VC1-opleiding te pakken: een goede trainer hoeft niet voortdurend op de voorgrond te staan. Soms is het voldoende om de juiste voorwaarden te scheppen, de bal te laten rollen en kinderen zelf het spel te laten ontdekken.

Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam. Klik hier. Samen vormen de drie jeugdteams een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien – op én naast het veld.

Lees ook: VOETBALAGENDA | VC1-opleidingen najaar 2026 van start: inschrijving geopend, belangstelling groot

Foto’s: Jacques Kattenburg

Tekst: Harold van Ineveld

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)
SDW