Door: Robin Punt
Er is één zekerheid in het amateurvoetbal.
Als er 22 man op het veld staan, hebben er 22 gelijk.
En ik moet de beslissing nemen.
Meestal dus 11 blij.
En 11 niet zo blij met mij.
Welkom in mijn wereld.
Ik fluit inmiddels al een tijdje rond op de velden. Van knollenveld tot biljartlaken. Van windkracht negen op Sportpark Sloten tot het heilige gras van Sportpark De Lange Plas in Egmond.
En overal hetzelfde fenomeen.
Het publiek achter het hek.
Armen over elkaar.
Petje op.
Roze bril.
Zij zien alles.
Hands aan de overkant? Zien ze.
Mini-duwtje in de zestien? Zien ze.
Buitenspel op vijf centimeter? Zien ze zelfs vóórdat de pass gegeven wordt.
Eigenlijk een menselijke VAR.
Alleen zonder herhaling.
Zonder regels.
En zonder twijfel.
Misschien moeten we daar in het amateurvoetbal toch iets mee. Gewoon een microfoon bij het hek.
“Wat vindt u, meneer?”
Wedstrijd beslist.
Of de niet-neutrale assistent. Prachtig ras.
Als ze niet langs de lijn staan, zijn het prima kerels. Maar tijdens de wedstrijd:
Vlag omhoog bij buitenspel van de tegenstander?
Binnen 0,3 seconden.
Bal via eigen speler over de zijlijn?
“Niet goed gezien, scheids.”
Die vlag beweegt soms sneller dan de honderd meter sprint op de Olympische Spelen. Maar opvallend genoeg alleen in één richting.
Ik heb er eentje meegemaakt die zo fanatiek stond te zwaaien dat ik dacht dat hij een vliegtuig probeerde binnen te loodsen op Schiphol.
Trainers zijn ook bijzonder.
Negentig minuten lang hoor ik:
“Scheids, consequent blijven!”
“Scheids, dat is al de derde keer!”
“Scheids, dit kan toch niet?”
“Was je klokkie stuk?”
Maar zodra hun eigen spits een tackle inzet waar zelfs de betonmixer van Betondorp van schrikt, dan is het ineens:
“Hij speelt de bal!”
Ja. Met twee benen. Op kniehoogte.
Na afloop:
“Lag niet aan jou hoor, maar je zat er wel vaak naast.”
Dat is ongeveer hetzelfde als zeggen:
“Het eten was heerlijk, alleen niet te vreten.”
En we moeten het toch weer even hebben over het sponsje.
Sommige spelers gaan neer alsof ze geraakt zijn door een sluipschutter vanaf het dak van de kantine.
Verzorger komt. Spons erop.
Magisch kneepje.
En hop – genezen.
Ik denk serieus dat dat spul krachtiger is dan alles wat er in een gemiddeld ziekenhuis ligt.
Misschien moeten we het ook eens inzetten bij grotere problemen. Inflatie bijvoorbeeld. Even een kneepje bij onze bewindspersonen en hop – opgelost.
Water bij de wijn? Nee. Water uit de spons.
Ik gebruik zelf trouwens ook een goedje uit een onbestemd flesje.
Gekregen van collega Marcel. Etiket half vervaagd. Tekst onleesbaar. Maar met één duidelijke instructie:
“Op de benen smeren. Niet op de edele delen,” aldus Marcel.
Sindsdien: negentig minuten geen problemen.
Topspul.
Waar het van gemaakt is? Geen idee. Ik vermoed een mix van tijgerbalsem, WD-40 en echte liefde.
Ik hoor wel eens dat ik in mijn columns aan het klagen ben.
Klagen… dat schrijft lekker weg. Positief nieuws? Daar zijn mensen minder vatbaar voor.
Ben je positief over jezelf? Niet doen. Voor je het weet staat het op Facebook:
“Scheids vindt zichzelf goed.”
En dát is natuurlijk onacceptabel in Nederland.
En toch…
En toch blijf ik het doen.
Want tussen al dat geklaag zit iets prachtigs.
De vrijwilliger die al dertig jaar de lijnen kalkt.
De moeder die koffie schenkt in de kantine.
De speler die na afloop zegt:
“Was een lastige pot, scheids. Bedankt.”
Dat ene zinnetje maakt alles goed.
Want uiteindelijk doen we dit samen.
Met emotie.
Met overdreven reacties.
Met vlaggen die selectief bewegen.
En met een scheidsrechter die ook maar gewoon een mens is.
Met twee ogen.
Een fluit.
En soms een beslissing die nét anders uitpakt dan jij had gehoopt.
Maar geloof me.
Ik heb geen geheime agenda.
Geen hekel aan jouw club.
Geen voorkeur voor jouw tegenstander.
Ik probeer alleen negentig minuten chaos in goede banen te leiden.
En als ik dan toch weer de schuld krijg?
Dan schrijf ik er gewoon een column over. Fijne wedstrijd dit weekend!
Reageren? Dat kan! E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht