Door: Robin Punt
Een paar weken geleden stond ik langs de lijn als vierde man bij Quick Boys tegen Koninklijke HFC.
Voor de buitenwereld een functie die ongeveer net zo zichtbaar is als de man die de lijnen kalkt. Je staat er wel, maar niemand weet eigenlijk precies wat je doet. Totdat er iets gebeurt. Dan ineens wél.
De vierde man is in het voetbal een beetje de verkeersregelaar van het circus. Je regelt wissels. Je houdt de banken rustig. Je bent het aanspreekpunt voor trainers die denken dat elke ingooi hun kant op hoort te zijn. En ondertussen kijk je met een half oog mee of er ergens iets gebeurt wat de scheidsrechter of assistent gemist heeft.
Kortom: je bent aanwezig. Maar liever niet te zichtbaar.
Het is een beetje zoals een scheidsrechter die perfect fluit: als niemand het over je heeft gehad na afloop, heb je het eigenlijk uitstekend gedaan.
Want laten we eerlijk zijn: wij lopen allemaal rond op die velden voor het plezier.
En ja, ik weet het. Scheidsrechters en plezier in één zin gebruiken kan soms gevoelig liggen.
Soms ben je ongewild wél van invloed.
Zeker op zaterdagmiddag rond minuut 85, als de stand 2-2 is en er iemand meent dat jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor de toekomst van zijn club.
Als je in een split second een beslissing maakt die achteraf niet de juiste blijkt te zijn…
Toegegeven – het gebeurt mij ook gewoon – ik stond te ver, anticipeerde te laat voor een juiste waarneming. Ik was van mijn beslissing overtuigd: een schwalbe. Mijn neutrale assistent bleef staan. Zelfs toeschouwers langs de lijn (weliswaar op grote afstand) dachten wellicht dat ik het goed gezien had. Een collega zei nog: “Je verkocht je beslissing goed…”
Maar toch zat je fout (zo blijkt uit de beelden van de plaatselijke VAR) en had er een andere beslissing moeten volgen: een penalty in het voordeel van WV-HEDW. Ja, dan had hij er natuurlijk ook nog in gemoeten, maar… Mea culpa…
Baal ik van…
Of mijn gewaardeerde collega die een wedstrijd moest staken in Badhoevedorp omdat de rust na een scheidsrechterlijke beslissing niet meer wederkeerde. Men dacht een “spookdoelpunt” te hebben gescoord, wat hij logisch niet toekende… De bal glipte waarschijnlijk aan de zijkant door het net heen…
Mea culpa – excuses! We kunnen het niet veranderen… Natuurlijk kunnen we ervan leren. We zullen er nog beter bovenop moeten staan. We zullen de doelen in de eerste, tweede en derde helft in het vervolg nog beter controleren…
Maar ondanks alles ben ik er wel trots op om als official van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond op een vereniging te mogen komen fluiten. Dat gevoel dat je onderdeel bent van iets groters dan alleen die ene wedstrijd op veld drie. Een bond, een structuur, een groep mensen die allemaal hetzelfde proberen te doen: zorgen dat het spelletje volgens de regels gespeeld wordt.
En daar hoort dus alles bij, ook als je fouten maakt… en je het gewoon toe moet geven… C’est la vie.
Laatst belde iemand van de bond even hoe het ging. Gewoon even checken. Dat klinkt als iets kleins, maar het geeft wel dat gevoel dat je onderdeel bent van een team. Want uiteindelijk doen we het allemaal samen: scheidsrechters, rapporteurs, begeleiders, planners.
Over rapporteurs gesproken.
Ik kreeg weer eens een rapportage. Begeleider is de nieuwe term. Van een meneer die – na even in mijn archief te hebben gekeken – in 2019 ook al eens langs de lijn stond. Ook zo iemand die dit gewoon voor zijn plezier doet.
Want rapporteur/begeleider zijn is eigenlijk hetzelfde als vierde man zijn.
Iemand moet het doen, zeker als je iets van een ranglijst wilt creëren.
Aan het eind van het seizoen worden we vier keer bekeken. In mijn district, West I, lopen er zeventien scheidsrechters in mijn groep rond. Landelijk zijn dat er 94.
En volgens de laatste tussenstand stond ik… tromgeroffel… nummer 34 van Nederland en negende van het district.
Niet slecht.
Maar ook weer niet zo goed dat je denkt: geen zorgen.
Want zo werkt het systeem niet. Je moet blijven leveren. Wedstrijden, rapporten, fitheidstesten. Alles telt mee.
En die fitheidstest… daar zit ook wel eens het verhaal.
Ik las laatst een stuk van een scheidsrechter op Voetbal Midden-Nederland die besloot te stoppen omdat hij vond dat er dingen moesten veranderen.
En dat snap ik ergens ook wel. Het voetbal verandert. De bond verandert. De eisen veranderen.
Maar soms moet je ook even in de spiegel kijken.
Als je bij een fitheidstest van de 100 punten er 45 haalt… ja, dan ligt het misschien niet alleen aan het systeem.
Een 4,5 was vroeger op school ook gewoon onvoldoende.
Dan moet je dus denken: hoe ga ik er 70 van maken?
En als dat fysiek niet meer lukt, dan is dat ook geen ramp. Dan ga je een groepje lager fluiten.
En weet je wat het mooie is?
Daar staan ook gewoon collega’s te fluiten. Net zo fanatiek, net zo betrokken.
Het voetbal blijft namelijk hetzelfde. Of je nou op het hoogste amateurniveau staat of ergens op een bijveld.
Het gaat uiteindelijk om hetzelfde: plezier.
Soms is het plezier na zo’n wedstrijd er even niet, zeker als je een fout maakt.
Mea culpa namens de scheidsrechters.
Onze fouten zijn meestal cruciaal – niet gewild, niet gewenst – maar daar waar gefloten wordt, worden ook fouten gemaakt.
Geen VAR… maar dat is ook weer de charme van het amateurvoetbal: geen vangnet. Als je valt, doet het pijn…
Maar gewoon weer opstaan en volgende week: nieuwe ronde, nieuwe kansen!
Robin Punt schrijft regelmatig een column voor Het Amsterdamsche Voetbal. Punt fluit al ruim 20 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Voor het tweede seizoen een landelijk veelgelezen Column op het Amsterdamsche Voetbal: ‘door de ogen van de scheids’, wat hij meemaakt, voor, tijdens of na wedstrijden of gewoon zomaar wat hem bezighoudt. Punt is naast scheidsrechter ook begeleider/ coach ontwikkeltraject-scheidsrechter én Vriend van het Amsterdamsche Voetbal met zijn bedrijf Intertime Klokken.
Reageren? Dat kan! E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht