Door Peter Brink
Winston Bogarde verscheen op mijn televisie bij ESPN. De veters sprongen uit mijn schoenen en mijn haren gingen overeind staan.
DWS. Een voetbalveld, een stel jonge verdedigers en Winston.
Zwarte jas, zware stem. Geen cursusboek en geen managementtaal. Gewoon Winston.
‘Hoofd omhoog.’
‘Kijk hem aan.’
‘Maak je breed.’
‘Je moet wel verdedigen, hè.’
‘Als jij als een dooie gaat staan, voel ik die energie ook niet.’
Ik moest lachen.
ARCHETYPE
En toen dacht ik aan Rinus Israël. Ook begonnen bij DWS, ook Amsterdammer en ook verdediger.
IJzeren Rinus.
Rinus werd meer dan een voetballer. Hij werd een symbool van de verdediger als krijger: onverzettelijk, hard en geen stap achteruit.
Naast hem stond bij Feyenoord Theo Laseroms. De Tank. IJzer en staal.
Misschien was dat wel de taal van verdedigers. Niet praten en niet uitleggen, maar staan, doorgaan en botsen als het moet.
Bogarde is van een andere generatie, maar het archetype herken ik. Ook hij is de krijger, alleen werd zijn vuur niet altijd als een kracht gezien. Soms was het te veel, te fel, te luid en te aanwezig.
TEMPERAMENT
In Nederland houden we van winnen, maar wel een beetje netjes. Op z’n Hollands.
Bij Argentijnen noemen we het temperament, bij Duitsers mentaliteit. Bij ons is het al snel: doe eens normaal. Niet zo fel. Niet zo druk. Niet zo veel.
TRANSFORMEREN
Misschien is dat precies waar Bogarde interessant wordt. Hij heeft zijn vuur niet gedoofd, maar geleerd waar hij het moest neerzetten.
Niet wegstoppen. Niet afleren. Omvormen.
Van drift naar discipline. Van boosheid naar energie. Van bewijsdrang naar karakter. Van schaduw naar kracht.
ALBERT CUYP
Ik moest daaraan denken toen ik hem zag, want ik kende zo’n jongen. Van de Albert Cuyp. Een Amsterdamse verdediger die in de jaren tachtig voor Telstar speelde.
Grote mond, vlotte babbel, te gretig en te enthousiast. Te graag willen bewijzen dat hij er stond.
Hij had een weergaloze vrije trap. Zo’n bal waarbij je even vergat dat hij verdediger was. Maar soms sloeg de energie door en dan werd het rood. De trainer sprak over een leerproces.
Ik zag vooral een jongen die nog moest leren wat hij met zijn eigen vuur moest doen.
VUUR
Misschien is dat het verschil tussen karakter en karakter. Hetzelfde vuur kan je laten winnen en hetzelfde vuur kan je laten verliezen.
De kunst is niet om het vuur te doven. De kunst is om te leren waar je het neerzet.
Bogarde begon zelf als aanvaller en wilde spits worden. Louis van Gaal zag bij Sparta iets anders in hem: een verdediger.
OMWEG
Bogarde moest zichzelf opnieuw uitvinden. Zijn route liep via Alexandria ’66, SVV en Excelsior naar Sparta. Daarna volgden Ajax, Barcelona en Oranje.
Geen rechte lijn, maar meer een verzameling omwegen. Achteraf blijken omwegen soms gewoon onderdeel van de route.
De aanvaller werd verdediger. De verdediger werd een man met een reputatie. De speler werd trainer. De trainer begon een academy.
En daar staat hij nu, bij DWS, met een nieuwe generatie verdedigers voor zich.
Winston wordt daarmee bijna een merk. Zijn naam staat op de academy, zijn stem hoort bij de methode en zijn karakter zit in de training.
KETEL
Hij verkoopt geen verdedigingsoefeningen. Hij verkoopt iets wat moeilijker te verkopen is: karakter.
Hoofd omhoog. Kijk hem aan. Maak je breed. Meer energie. Nog een keer.
En ineens zie ik hem achter een grote ketel staan. De camera van ESPN draait weg van het veld en daar staat Winston, met een houten lepel in zijn hand. Een ketel pruttelt.
Hij roert.
Eerst de Nederlandse voetbalschool. Ruimte, techniek, posities, 4-3-3 en totaalvoetbal. Cruijff. Michels. Alles erin.
Winston proeft. Hij kijkt naar de jongens.
Nee.
Er ontbreekt iets.
INGREDIËNTEN
Hij opent een kastje en pakt een Madame Jeanette. Hij houdt de peper boven de ketel, kijkt er even naar en gooit hem erin.
Voor de mentaliteit.
De ketel begint harder te pruttelen. Winston roert en schenkt een glas in.
Een jongen kijkt ernaar.
‘Red Bull?’
Winston kijkt hem aan.
‘Nee.’
Puur natuur.
Bogarde.
De jongen drinkt en trekt een gezicht. Winston knikt.
‘Voel je hem?’
De jongen knikt.
‘Mooi.’
‘Nog een keer.’
‘Hoofd omhoog.’
‘Kijk hem aan.’
‘Maak je breed.’
‘Meer energie.’
De jongen gaat.
VOETBALSCHOOL
Winston kijkt hem na.
Misschien hoeven we de Nederlandse voetbalschool helemaal niet weg te gooien. Cruijff mag in de ketel. Michels ook. Ruimte, techniek en posities. Alles erin.
Maar voortaan ook het andere: de krijger.
Niet om harder te worden, maar om completer te worden. Niet om de schaduw groter te maken, maar om haar in het licht te zetten.

Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht