Op de foto uit 1955 zit Henk van Driest (met zonnebril) langs het veld met op de achtergrond de oude houten kleedkamers en kantine. Henk is in 1931 geboren en was toen dus 24.

DVVA 95 JAAR | Een jubileum (2)

De vereniging die met zijn tijd meeging, zonder zichzelf te verliezen

We spraken de afgelopen weken met oud-voorzitter Duco Abspoel, één van de oudste leden Jan van Capel en Judith Cohen die al 21(!) seizoenen speelster is van Dames 1 en voormalig bestuurslid. In een heuse drieluik nemen we de lezers mee terug in de (recente) geschiedenis van de vereniging. In deel twee aan het woord: Duco Abspoel.

Sommige clubs veranderen zo snel dat oud-leden zich op een gegeven moment bijna vreemdeling voelen op hun eigen terrein. De kleuren zijn hetzelfde, het logo hangt nog aan de muur, maar de geest is verschoven. Bij DVVA ligt dat anders, zegt Duco Abspoel (64). Natuurlijk is de club in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Er kwamen meer teams, meer vrouwen, meer studenten, meer structuur, meer niveau. Het eerste elftal bereikte de vierde divisie, de organisatie professionaliseerde, het clubleven kreeg nieuwe vormen. Maar onder al die veranderingen, zegt de voormalig voorzitter, is iets wezenlijks bewaard gebleven.

“De basis is hetzelfde gebleven,” zegt Abspoel. “En dat is misschien wel het knapste.”

Hij kan het weten. Abspoel was spelend lid van 1983 tot 1986 en opnieuw van 1988 tot 2013. Hij was secretaris van 1998 tot 2002 en vervolgens voorzitter van 2002 tot 2005. Ook daarna bleef hij betrokken. Niet altijd wekelijks, niet altijd zichtbaar op de voorgrond, maar wel als iemand die het DNA van de club van dichtbij heeft meegemaakt – en mede heeft helpen bewaken.

Zijn verhaal is dat van een vereniging die lang een uitgesproken mannenwereld was, maar zich stukje bij beetje opende en verbreedde. Niet door een modieuze koerswijziging van bovenaf, maar door mensen die binnenkwamen, iets toevoegden en de vereniging mede veranderden.

Een mannenwereld

“DVVA was echt een mannenwereld,” zegt Abspoel.

Wie de oudere verhalen hoort, merkt dat meteen. De clubcultuur was decennialang gebouwd op mannelijke netwerken, op families, op selectie- en vriendenteams, op voorzitters, commissieleden en supporters die bijna allemaal man waren. Dat zegt niet alles over de sfeer – die was vaak warm en sociaal – maar wel veel over wie er ruimte innam en wie niet.

“Tot eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was dat gewoon zo,” wist Abspoel. “Daarna werd de club ook steeds studentikozer.”

Zelf kwam hij via via terecht bij DVVA. In zijn jeugd speelde hij bij Victoria, in Loosdrecht. Daarna kwam Amsterdam, en daarmee de vraag waar hij verder moest voetballen. “Ik kende niet veel mensen in Amsterdam,” vertelt hij. “Er waren genoeg clubs, maar ik wist niet goed waar ik heen moest.”

Het toeval hielp. In het voorjaar kwam hij bij de tramhalte op het Rokin een oud-klasgenoot tegen. Die voetbalde inmiddels bij DVVA en vertelde over de club. Zo kwam Abspoel op een terrein terecht waar het soms rommelig was, maar waar hij ook direct iets herkende: een club waar de afstand tussen de mensen onderling klein was. “Die rommeligheid hoorde er toen ook bij.”

Foto 1959:: vermoedelijk een kampioenselftal met uiterst rechts staand gekleed in geblikte blouse (geblesseerd) Hans van Duijn. Hij is vorig jaar 2025 nog gesignaleerd als toeschouwer bij een wedstrijd van het eerste.

“We begonnen soms met negen man,” zegt hij droog. “Mensen waren te laat. Als keeper heb je daar natuurlijk extra last van. Daar kon ik me behoorlijk aan ergeren.” Het typeert de club van toen: weinig opsmuk, weinig formele discipline, veel improvisatie. De vereniging had charme, maar niet altijd een strakke organisatie. Toch zat daar ook iets aantrekkelijks in. DVVA het was een club van mensen.

De rol van Jos Pelk en de komst van studenten

Een belangrijk kantelpunt ligt volgens Abspoel in 1983, het jaar waarin trainer Jos Pelk aan de club werd verbonden. Pelk werkte daarnaast als sportleraar aan de Vrije Universiteit en nam van daaruit af en toe mensen mee naar DVVA. Dat leek misschien iets kleins, maar het had op de lange termijn grote invloed.

“Van daaruit is de vereniging steeds verder gegroeid,” graaft Abspoel in zijn herinneringen.

Niet ineens en niet planmatig, maar gestaag. Studenten vonden hun weg naar het terrein. Niet als losse enkelingen, maar vaak in groepen, soms zelfs als complete vriendenteams. Dat veranderde de sfeer van de club. Het bracht energie, levendigheid, jeugdige vanzelfsprekendheid. Tegelijkertijd kon het ook schuren met de oudere cultuur van de club, waar werkende leden en buurtgebonden netwerken lange tijd de norm waren geweest. Precies op dat snijvlak ontwikkelde DVVA zich.

Foto uit 1971: bestuurs-overleg in 1971

De vereniging werd nooit een officiële studentenvereniging, benadrukt Abspoel. En juist dát is belangrijk. DVVA werd geen monocultuur. Het werd geen plek van alleen studenten, en ook geen nostalgisch bolwerk van alleen oude leden. Het bijzondere was dat beide werelden naast elkaar kwamen te bestaan.

“Dat is uiteindelijk de kracht geworden,” weet Abspoel.

Abspoel: “In 1985 is het huidige clubgebouw neergezet met veel eigen werkzaamheid van de leden. Met mijn twee linkerhanden heb ik nog wat houten latten voor het plafond vastgehouden.”

De vrouwentak veranderde de clubcultuur

Als er één ontwikkeling is die DVVA wezenlijk heeft veranderd, dan is het volgens Abspoel de komst en groei van het vrouwenvoetbal. De vrouwentak begon in 1998 en heeft sindsdien veel meer gedaan dan alleen extra teams toevoegen.

“Die heeft echt invloed gehad op de cultuur van de club,” zegt hij. “Het werd weer meer een gezellige, sociale vereniging.” Dat is een opmerkelijke formulering: weer meer gezellig en sociaal. Alsof de club, juist door een periode van eenzijdige mannelijkheid en studentikoze groei, iets dreigde kwijt te raken wat later via de vrouwen weer sterker terugkwam. Abspoel zegt het zonder verwijt, eerder als constatering. “De vrouwen brachten sfeer en gezelligheid. En waren vaak en zijn zelfs actiever binnen de club dan de gemiddelde mannelijke speler.”

Dat is geen klein compliment, maar een structurele observatie. In veel amateurverenigingen is het clubleven afhankelijk van vrijwilligers die bardiensten doen, feesten organiseren, commissies vormen, meepraten op vergaderingen en zich verantwoordelijk voelen voor meer dan alleen hun eigen wedstrijd. Volgens Abspoel speelden de vrouwen daarin een cruciale rol.

Inmiddels telt DVVA (anno 2026, red.) vijftien mannen- en vijf vrouwenteams. Dat maakt de club niet alleen groter, maar ook levendiger. Een andere dynamiek, een bredere basis, meer verschillende soorten betrokkenheid. Het clubhuis is niet langer alleen het decor van mannenvoetbal, maar een plek waar veel meer soorten voetbal- en verenigingsleven samenkomen.

Foto uit 1960: DVVA nog in het oude zwarte shirt met gele baan

Van secretaris naar voorzitter

Abspoel werd in 1998 secretaris en in 2002 voorzitter. In die periode begon DVVA zich ook organisatorisch anders te ontwikkelen.  “In die tijd waren er nog maar twee vrouwenteams. Dat is langzaam gegroeid, net als de organisatie.”

Er kwam meer beleid, meer structuur, meer nadenken over waar de club heen wilde. Niet omdat DVVA zichzelf ineens als onderneming ging zien, maar omdat groei om richting vroeg. Er kwam een beleidsplan. De vereniging professionaliseerde. Taken werden serieuzer verdeeld, ambities werden benoemd.

Dat had ook sportieve gevolgen. Het eerste elftal groeide door, het niveau steeg, en de vereniging kreeg meer prestatieteams die op een serieus niveau wilden uitkomen. Maar, benadrukt Abspoel, dat mocht nooit betekenen dat de rest van de club bijzaak werd.

“Prestatieteams en recreatief voetbal bestaan hier goed naast elkaar,” constateert Abspoel.

Dat evenwicht is voor hem een kernwaarde. Ja, het eerste en tweede krijgen betere faciliteiten en begeleiding. Dat hoort bij ambitie. Maar nee, het mag nooit een besloten BV binnen de club worden. Ook de andere elftalen moeten trainingsmogelijkheden en goede ballen hebben. De selectiespelers draaien ook bardiensten, zitten in commissies, helpen bij activiteiten. Dat is niet ‘decoratief’, maar principieel.

“Dat is altijd zo geweest,” memoreert Abspoel. “En volgens mij is het ook de bedoeling dat het altijd zo blijft.”

Voor de dag (zaterdag 25 maart 2006) dat DVVA 75 jaar oud bestond, had ik een wedstrijd georganiseerd tussen vooral oud-leden en oudere leden. Mijn vriendin was hoogzwanger en ’s nachts om 01.00 uur heb ik de toenmalige voorzitter Bart Bloemers gemaild dat het nog rustig was thuis en dat ik er normaal gesproken bij zou zijn. Voor de zekerheid stuurde ik hem de lijst van spelers die zouden komen, want je weet maar nooit… . Ik had nog niet op ‘verzenden’ gedrukt of de weeën begonnen. Geen wedstrijd voor mij, maar 16 uur meeleven en mee-puffen in het OLVG Oost. Bart kon tijdens de jubileumborrel wel bekend maken dat ik een zoon had gekregen.

Geen betaald amateurvoetbal

De promotie van het eerste naar de vierde divisie maakte de zichtbaarheid van DVVA groter. Wedstrijden kwamen vaker in de krant, er ontstond aandacht van buitenaf, de club dook op in een voetbalwereld waarin geld, selecteren en halen van spelers vaak normaal zijn geworden. Maar juist daar, zegt Abspoel, heeft DVVA een heldere grens bewaakt.

“Spelers in de selecties moeten hier goed kunnen trainen,” vindt Abspoel. “Maar er wordt geen geld betaald om spelers te halen.” Dat standpunt klinkt eenvoudig, maar in het moderne amateurvoetbal is het een keuze met gevolgen. Er zijn genoeg clubs waar hogere elftallen functioneren met vergoedingen, constructies en gerichte aankopen. DVVA doet daar niet aan mee, althans niet in de geest waarin veel andere clubs dat doen.

“Als iemand voor een euro ergens anders wil voetballen, dan moet hij dat vooral doen,” zegt Abspoel.

De zin klinkt licht ironisch, maar raakt de kern. DVVA wil sportief zo goed mogelijk zijn, maar niet ten koste van de clubcultuur.

Proosten! Een aantal ‘oudjes’ proost op de promotie naar de Vierde divisie op het veld van Sparta Nijkerk op 1 juni 2024. V.l.n.r.: Hendrik-Han Braamskamp, Jos van Aken, Jandaan Felderhoff en de oud-voorzitters Duco Abspoel en Bart Bloemers

Traditie

Juist omdat DVVA zo veranderd is, is het opvallend hoeveel traditie nog zichtbaar is. Abspoel noemt bijvoorbeeld de oude statuten, waarin ooit Bijbelse uitgangspunten waren opgenomen en waaruit ook de afkeer van zondagvoetbal sprak.

“Er wordt nog steeds niet op zondag gevoetbald,” zegt hij.

Niet alle oorspronkelijke regels hebben nog praktische betekenis, maar ze maken wel deel uit van de geschiedenis. Tijdens zijn voorzitterschap stelde Abspoel nog voor om sommige bepalingen te moderniseren. Dat bleek gevoelig te liggen bij de oude garde. Uiteindelijk won een typisch DVVA-compromis.

“Laat het maar staan,” werd besloten. “Het schaadt niemand en het hoort bij de geschiedenis.”

In die houding zit iets wezenlijks van de club besloten. DVVA wil wel veranderen, maar niet met geweld. Moderniteit en traditie hoeven elkaar niet uit te sluiten. De naam CSV (Christelijke Sportvereniging Door Vriendschap Verenigd Amsterdam, red.) leeft bijvoorbeeld nog steeds voort in de officiële benaming en online uitingen. Niet omdat iedereen nog precies leeft volgens de geest van 1931, maar omdat het verhaal van toen nog onderdeel is van het verhaal van nu.

Kleine accommodatie, groot gevoel

Wat maakt DVVA dan zo bijzonder in Amsterdam-Oost? Abspoel aarzelt even bij die vraag, juist omdat het gevaar van clichés groot is. Maar zijn antwoord is helder: de combinatie van sportiviteit, historie en gezelligheid.

“Alles is klein,” verteld Abspoel. “De kleedkamers, de accommodatie, het terrein.”

En toch – of juist daarom – is de sfeer groot. Tegenstanders die er voor het eerst komen, weten soms niet wat ze zien. Ze lopen verkeerd, zien de tribune bij buurman JOS Watergraafsmeer en denken daar te moeten spelen, vergissen zich in de indeling, begrijpen niet meteen hoe het terrein werkt. Maar wie langer blijft hangen, ziet wat de club draagt: nabijheid.

Niet een gelikt sportpark, maar een plek met historie.

Terugkeer en herkenning

Mijn opvolgers in volgorde van opkomst Bart Bloemers, het duo Maarten Smakman/Viktor Bos, Jill Eekhart en de huidige voorzitter Mark van den Hoek. Zij hebben DVVA vooral gemaakt tot wat DVVA nu is: de ideale combinatie van prestatie- en gezelligheidsclub.) Jan Dahrs (22 maart 1935 – Hoofddorp, 22 juni 2024) leidde DVVA tussen 1995 en 2001 door middel van drie promoties van de hoofdklasse van de toen nog bestaande AVB (Amsterdamse voetbalbond) naar de tweede klasse KNVB.

Na 2013 kwam Abspoel minder vaak. Hij was gestopt met voetballen, de vanzelfsprekendheid van het wekelijkse clubbezoek verdween. Maar sinds 2023 laat hij zijn gezicht regelmatig zien op Drieburg. Mede omdat er een Club van 100 werd opgericht en hij, naast andere voormalig bestuursleden, oud-teamgenoten benaderde om daarvan lid te worden.

Daardoor groeide de binding weer en is er soms een kleine reünie langs de lijn.

“Wat me opvalt is dat ik steeds minder spelers ken,” zegt hij. “Er is een nieuwe generatie.”

En toch herkent hij de club nog altijd. Misschien niet meer in gezichten, maar wel in houding. In hoe jonge mensen de vereniging gebruiken, dragen en verder vertellen. Abspoel noemt een moment tijdens een nieuwjaarstoernooi, waar hij aan tafel zat met een paar jonge spelers. ‘Zij vroegen mij: hoe kijk jij nu tegen DVVA aan? Ik zei: “Ik zou wel veertig jaar jonger willen zijn om dit allemaal mee te maken, want het is zoveel gezelliger met mannen en vrouwen door elkaar.”

“Op een woensdagavond in 2024 werd de halve finale gespeeld in de nacompetitie voor promotie gespeeld,” weet Judith Cohen nog maar al te goed. “Normaal niet heel druk.”

“Het stond helemaal vol,” vult ze aan. “Dat was echt bijzonder. En ook bij de finalewedstrijd in Nijkerk stonden veel DVVA-ers langs de kant”

Want daar zit het hele geheim van DVVA in besloten: het is een vereniging met een verleden waar jongeren jaloers op kunnen zijn, zonder dat het nu al een museum is geworden. Na 95 jaar is DVVA niet hetzelfde als vroeger. Het zou eerder zorgwekkend zijn als dat wel zo was. Maar in alles wat veranderde – van mannenwereld naar gemengde vereniging, van kleine selectieclub naar brede voetbalgemeenschap, van rommelig terrein naar ambitieuze vierde divisionist – is de kern overeind gebleven.

Een vereniging kan met zijn tijd meegaan, zonder zichzelf te verliezen. DVVA lijkt het bewijs!

Tekst: Harold van Ineveld en Duco Abspoel.

Deel drie verschijnt op de verjaardag van DVVA: woensdag 25 maart 2026. Met Judith Cohen.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)