Bij Het Amsterdamsche Voetbal volgen we dit seizoen vier jonge spelers die ieder hun eigen route bewandelen in de wereld van het jeugdvoetbal. Max (15), Julio (14), Sarah (14) en Florian (12) spelen bij verschillende clubs en op uiteenlopende niveaus, maar delen dezelfde toewijding. Want uiteindelijk geldt voor hen allemaal hetzelfde: je hoeft niet elke dag geweldig te zijn, als je maar beter wordt en plezier hebt.
Max (15) – keeper bij FC Aalsmeer O17-1
Het kampioenschap lijkt uit zicht, maar Max weigert zich daarbij neer te leggen. “We hebben het niet meer in eigen hand,” zegt hij nuchter. “Er moet wel heel veel geluk meespelen. Maar we gaan gewoon kijken hoe hoog we nog kunnen eindigen.”
Achter die rustige woorden schuilt een weekend vol (lichte) frustratie. De wedstrijd tegen Koninklijke HFC was er een met alles erop en eraan: intensiteit, kansen, discussies en momenten die nog lang blijven hangen. Max stond onder de lat en had zijn handen vol. “Het was echt pittig, ook voor mij. Maar ik keepte wel een goede wedstrijd.” Toch begon het duel met een tegenvaller van het soort waar je als keeper alleen maar respect voor kunt hebben. “We kregen een heel mooi doelpunt tegen. Een voorzet door de lucht en met een hakje de kruising in. Daar kun je weinig tegen doen.”
FC Aalsmeer kreeg daarna kansen genoeg om de wedstrijd naar zich toe te trekken, maar de bal wilde er niet in. “We hadden er wel zes moeten maken,” zegt Max. “En er waren ook penaltymomenten, twee zeker. Die kregen we niet.” De wedstrijd kantelde in een rommelige fase. Een bal viel tussen Max en zijn verdediging in. “Ik liep met mijn medespeler Dean mee in mijn actie. Hij viel, trapte de bal nog weg. Ik sprint terug, red nog, maar die tweede spits kreeg ’m. Ik ging ervoor, maar hij kapte me uit.” Het betekende de 2-0. “Heel zuur. Zeker in zo’n belangrijke wedstrijd.” De teleurstelling was voelbaar. “Iedereen was chagrijnig. Het voelt gewoon niet verdiend.”

Dubbele belasting
Alsof dat nog niet genoeg was, moest Max daarna door met de O19. Een zware opgave na een intens duel. “Ik was echt kapot. Ik bewoog niet meer zo snel en moest twee tandjes bijzetten.” De vermoeidheid eiste zijn tol. De O19 ging met 6-2 onderuit. “Een aantal tegendoelpunten had ik normaal gepakt. Maar ja, dat moet je dan alsnog doen. Ook als je moe bent.”
Blijven groeien
Toch zit de kracht van Max juist in hoe hij daarna verder gaat. Geen excuses. Op zondag stond er alweer een training op het programma, dit keer met keeperstrainer Merijn van Wandelen. “Dat was echt leuk. Veel chaosvormen, veel reactie, verschillende opties. Dat vind ik mooi.” Langzaam kwam de energie terug. “Ik was nog wel een beetje moe, maar het ging goed.” Deze week wordt opnieuw intensief: trainen met zijn eigen team én met het eerste elftal. En tussendoor is er ook nog ruimte voor iets anders. “Mijn moeder is jarig komend weekend. Gelukkig zijn we vrij van competitievoetbal, zodat ik niets mis. Mijn vader regelt alles met wat we gaan doen, ik doe gewoon lekker mee.”
Julio (14), RKAVIC: spelen, stoppen, weer doorgaan
Op een doordeweekse avond ergens in Amsterdam zit Julio op de bank. Geen bal aan zijn voet dit keer, maar een afstandsbediening in zijn hand. Op televisie rolt de Champions League voorbij. Hij kijkt aandachtig, zoals hij dat ook op het veld doet. “Ik kies vaak voor de underdog,” zegt hij. “Dat is gewoon leuker. Als zij scoren, voelt het groter.”
Het typeert Julio. Altijd op zoek naar het spel, naar het verhaal erachter. Niet alleen de uitslag. De afgelopen week stond, zoals zo vaak, in het teken van voetbal. “Ik heb gevoetbald, gevoetbald en gevoetbald,” lacht hij. Hardlopen laat hij liever links liggen. “Neee!” zegt hij stellig. Fietsen doet hij wel, “gewoon normaal hoor,” voegt hij eraan toe, alsof hij wil voorkomen dat iemand denkt dat daar ook een trainingsschema achter zit.

Hogere lichting
Bij RKAVIC schuift Julio regelmatig aan bij een hogere lichting. Dit keer speelde hij niet met de O15, maar met de O16. Zijn eigen team verloor met 5-3, nadat het nog met 1-3 voor stond. “Erg jammer,” zegt hij kort. Zelf kwam hij een helft in actie bij de O16, tegen Maarssen O16-1. “Dat was wel te doen.” Hij leverde een assist en stapte met een goed gevoel van het veld. Gewonnen!
Julio kampt met een irritatie aan zijn scheenbeen. Geen grote blessure, wel eentje die hem dwingt tot rust. “Ik moet even stoppen,” zegt hij bewust. “Ik ga wel gymen. Fit blijven, maar niet overbelasten.”
Buiten het veld is Julio gewoon een jongen van veertien. Zijn tante was jarig deze week, maar het feestje was vooral voor de ouderen. “Niet echt voor mij,” zegt hij schouderophalend. Dus bleef hij thuis, met voetbal op tv. Hij kijkt veel, leert ervan, bewust of onbewust. Zijn favoriete club? Barcelona. “Jammer dat Frenkie de Jong weer geblesseerd is,” zegt hij. Even klinkt er iets van zorg door. “Ik hoop dat hij meegaat naar het WK.”
En dan, bijna automatisch, trekt hij de lijn terug naar zichzelf. Want daar begint het voor hem. Niet bij Barcelona, niet bij de Champions League, maar gewoon op de velden van RKAVIC. “Eerst zelf weer fit worden,” zegt hij. “En dan hoop ik dat ik weer kan spelen. En dat ik word meegevraagd met de O16 of mijn eigen team de O15!”
Sarah (14) speelde toch nog een halve wedstrijd
Voor Sarah van FC Abcoude MO15-1 begon de zaterdag langs de lijn. Niet bij haar eigen wedstrijd, maar bij die van haar broer, die uitkomt in de O23 van FC Abcoude. Op een grijs sportpark, de zon liet zich even niet zien, zag ze hoe zijn team met 1-3 verloor van Buitenboys. “Ik ging eerst bij hem kijken,” vertelt ze. “Dat doe ik wel vaker.”
Een paar uur later stond ze zelf klaar voor haar eigen wedstrijd, thuis tegen Buitenveldert. Aftrap: 17.00 uur. Het bleef de hele dag redelijk droog, maar juist toen de teams het veld betraden, begon de regen te vallen. Typisch zo’n moment waarop wedstrijden soms een ander karakter krijgen.
Voor Sarah werd het in elk geval geen volledige wedstrijd. Ze kampte nog met pijn aan haar enkel, nadat er eerder iemand op was gaan staan. “Ik heb wel meegespeeld,” zegt ze alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Maar in de tweede helft moest ik eruit. Ik kon het niet volhouden, het ging weer pijn doen.”

Knappe overwinning
Op het moment dat ze het veld verliet, stond het nog 0-0. Een lastige fase om toe te moeten kijken, zeker als je liever zelf het verschil maakt. Maar vanaf de kant zag ze hoe haar team het overnam. FC Abcoude trok de wedstrijd uiteindelijk naar zich toe: 2-0. “Toen ik eruit ging stond het nog gelijk,” zegt ze. “Maar uiteindelijk werd het 2-0. Dat was wel knap.”
Ondanks de kou en de regen bleef Sarah langs de lijn staan tot het laatste fluitsignaal. Geen warme kleedkamer, niet vroeg naar huis. Gewoon blijven kijken. “Ik ben natuurlijk gebleven,” zegt ze. “Het was heel koud, maar wel mijn team gesteund. Zoals het hoort.” Het typeert ook wel een beetje haar seizoen. Niet alleen de minuten die je maakt, maar ook hoe je omgaat met tegenslag. Blessures, wissels, wedstrijden die anders lopen dan gehoopt, spelen zonder vaste keeper – het hoort er allemaal bij.
Florian (12) – Twee wedstrijden met een ander gezicht. De les van BFC
Wie alleen naar de uitslag kijkt na zestig minuten, ziet een overtuigende 9-2 overwinning. Vier doelpunten, een assist en een bepalende rol op het middenveld voor Florian. Maar wie naast het veld staat, hoort een ander verhaal. “Ik vond ze zelf niet zo goed. Het was ook geen heel goede wedstrijd,” zegt Florian met enige zelfkritiek.
De tegenstander van het Paasweekend veranderde op het laatste moment. Geen oefenduel tegen Vitesse JO13-1, maar een Utrechtse Academy met enkele spelers die ook bij BVO’s rondlopen. Op papier een interessante test. Op het veld werd het eenrichtingsverkeer. Florian speelde op de ‘8’ positie en was overal te vinden: onderscheppingen, dieptepasses, loopacties. Na rust maakt hij zijn hattrick compleet. Eindstand: 9-2. Toch blijft Florian kritisch: “Wij hadden gewoon veel kansen. Eerste helft 4-0, tweede helft 9-2. Dat was wel lekker, maar het was niet per se goed.”
Afgelopen weekend stond een andere wedstrijd centraal: BFC uit Bussum, koploper in divisie 2 en slechts één keer verloren – van FC Utrecht. In januari had Florian al gezien hoe makkelijk die ploeg scoorde. “Dat was een goede les.” De spanning en de prikkel zat er vooraf goed in. Misschien wel extra door wat er vóór de wedstrijd gebeurde. De trainer-coach van BFC had aangegeven dat zijn team “met dubbele cijfers” zou moeten winnen van WV-HEDW. Niet als grap, maar als overtuiging. “Dat was een beetje arrogant hoor…,” zegt Florian.
Op het veld volgde het antwoord van WV-HEDW. Zijn team begon sterk, zette overal hoog druk en speelde vrijwel de hele eerste helft op de helft van de tegenstander. Florian maakte de 1-0 na twintig minuten. Vlak voor rust volgde opnieuw een moment van kwaliteit: de bal werd veroverd op eigen helft, versnelt, ziet zijn eerste poging geblokkeerd worden en haalt daarna vervolgens met rechts uit. De bal verdwijnt in de kruising. “Mijn mooiste van het seizoen,” zegt hij zelf. “We waren blij, maar dachten ook: ze kunnen terugkomen.” Dat gebeurde niet. Integendeel. Na rust liep de score op doordat Jaël twee keer scoorde. BFC scoorde nog één keer tegen uit een hoekschop, maar het momentum was allang weg. “Collectief was het heel goed van ons. Overal zaten wij bovenop. Ze wisten zich geen raad meer en schoten de bal maar naar voren. Dat was onze verdienste.”
Langs de lijn waren ouders enthousiast. Niet alleen vanwege de uitslag, maar vanwege de manier waarop: fel, sportief, weinig overtredingen. Druk zetten, samenwerken, blijven gaan.
Wat komt eraan?
De komende weken blijven druk. Een belangrijke competitiewedstrijd bij en tegen Koninklijke HFC staat op het programma, al moet het team het doen zonder Jaël, die met AZ naar een toernooi in Engeland gaat. Daarnaast wacht een bijzondere ervaring: een teamuitje aanstaande donderdag naar AZ voor een Europese wedstrijd tegen Shakhtar Donetsk. En dan is er nog het straatvoetbaltoernooi in juni op de planning. De stadsdeelfinales zijn op zaterdag 6 juni, met als ultieme doel: de grote finale spelen op de Dam in juli. “We doen mee in de categorie 13-15 jaar. Dat is wel veel zwaarder vergeleken met vorig jaar,” zegt Florian.

Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam. Klik hier. Samen vormen de vier jeugdspelers een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien — op én naast het veld.
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht