Dossier Batavia ’90 is vuistdik en dat is triest voor de welwillende voetballeden
Batavia ’90 uit Lelystad lijkt het niet te gaan redden. De gemeenteraad wil eerst duidelijkheid hebben over de rode cijfers. En dat kan nog wel even gaan duren. Er werd ‘in de wandelgang’ gesproken over een schuld van 100.000 euro, maar dat lijkt slechts het topje van de ijsberg. Een veelvoud is alles behalve overdreven. Inmiddels zijn de leden, de harde kern van de club, net voor de vakantie een inzameling begonnen. Hoe lief en goed bedoeld ook van de voetbalouders wiens kroost lekker een potje wil voetballen op zaterdag: met alleen poffertjes bakken en limonade verkopen komt de club er niet bovenop.
De kans is dus groot dat de club uit Lelystad geheel verdwijnt (lees: failliet laten gaan) en misschien een jaar later uit de as herrijst. Veel leden willen dat scenario absoluut voorkomen. De club kent inmiddels een historie en is een vertrouwd beeld in de buurt met naar eigen zeggen 700 voetballende (jeugd)leden. Uitwijken naar andere verenigingen zoals Lelystad ’67 of Unicum is voor veel gezinnen praktisch geen optie. Het plan om met externe investeerders/ private eigenaren te gaan werken zien de zittende leden ook niet gebeuren. De club commercieel uitbaten betekent dat leden geen enkele zeggenschap meer krijgen en dus geen baas meer in eigen huis. Geen inzicht meer krijgen in de status van de club? Dat is een dure les uit het verleden en die willen ze maar wat graag trekken. Los of de KNVB überhaupt goedkeuring geeft aan zo’n dubieus plan.
Doel
Dat Batavia ’90 jarenlang boven stand heeft geleefd was een publiek geheim. Spelers die een vorstelijk salaris kregen om wekelijks een potje te komen voetballen in de lagere regionen van het amateurvoetbal wekte veel wantrouwen. De ambitieuze oud-voorzitter Marco Knippenberg gedroeg zich als een soort Silvio Berlusconi in zijn beste dagen. Knippenberg stapte begin 2015 in bij de club. Batavia speelde op dat moment nog in de vierde klasse. Knippenberg liet zich graag zien en horen bij verenigingen waar de ploeg van Michel van Oostrum op bezoek kwam en sprak voluit wat het heilige doel was. De club moest zo snel als mogelijk naar de tweede divisie, het hoogste amateurniveau van Nederland. In menig bestuurskamer werden de wenkbrauwen gefronst. Waar doen ze het van? ,,Bedrijven/ sponsoren willen mee met de plannen die we hebben”, bleef de voorzitter toen al (2023) enigszins vaag op concrete vragen. Om vervolgens toe te voegen: ,,We doen het allemaal met een heel klein groepje mensen, dat is wel jammer.”
Zeepbel
Inmiddels is duidelijk dat er weinig tot geen geld was en schulden in enkele seizoenen enorm zijn opgelopen. Gebrek aan elke controle lijkt op voorhand het antwoord op de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen. Het bleek al met al de zoveelste zeepbel te zijn in de voetballerij waar lokale patjepeeër(s) een speeltje in handen krijgen om binnen no-time een bloeiende vereniging vooral voor eigen eer en glorie – ongetwijfeld niet zo bedoeld maar wel een feit – de afgrond in te helpen. Iets met paard en ruiter? Twan Hillebrand, sinds januari voorzitter, roerganger om de club te behouden maar ook op de drempel om de club achter zich te laten, blijft strijdbaar maar dat lijkt verloren energie. Voor zaterdag 2G lijkt geen vuiltje aan de lucht met 13 ploegen. Als de competitie naar 12 teams gaat is dat prima te doen. Misschien heeft de KNVB met dat scenario juist wel rekening gehouden? Kijk hier voor de indeling.
Tekst: Harold van Ineveld
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht