Komend weekend draaien veel Amsterdamse amateurverenigingen weer op volle toeren. Terwijl het bekertoernooi en de Vierde Divisie beginnen, zijn achter de schermen opnieuw honderden vrijwilligers nodig. Volgens Josine van der Brug mogen clubs daarom best iets van leden en ouders verlangen: een vereniging is geen commerciële dienstverlener.
Komend weekend begint voor de meeste amateurvoetballers officieel het nieuwe seizoen. De Tweede en Derde Divisie zijn inmiddels twee speelronden onderweg, terwijl ook de clubs in de Vierde Divisie voor het eerst om de punten spelen. Voor veel andere verenigingen staat de eerste speelronde van het bekertoernooi op het programma. Ook de jeugd is weer teruggekeerd van vakantie en bevolken de sportparken. Daar genieten we met elkaar enorm van.
Dat betekent volle velden, drukke kantines en een lange stroom aan wedstrijden. Maar voordat de bal kan rollen, moet er achter de schermen veel gebeuren. Kleedkamers moeten worden geopend, velden speelklaar gemaakt, wedstrijden ingepland en geleid, limonade verzorgd en kantinediensten ingevuld. Veel Amsterdamse amateurverenigingen gaan weer voluit draaien, maar kunnen dat alleen dankzij hun vrijwilligers.
Steeds meer clubs kiezen daarom voor een verplichte vrijwilligerstaak voor leden of ouders. Niet iedereen staat daar direct voor te springen. Toch is de boodschap van de verenigingen helder: zonder inzet, betrokkenheid en enthousiasme van vrijwilligers kan een amateurclub niet bestaan.

Vereniging of commerciële dienst?
Josine van der Brug maakt zich sterk voor die boodschap. In haar opiniestuk met de veelzeggende titel Je bent geen klant van de sportclub van je kind wijst zij op een hardnekkig misverstand: de verwarring tussen een vereniging en een commerciële dienstverlener.
Ouders betalen contributie en verwachten daar soms een volledig verzorgd sportaanbod voor terug. Zodra een training, teamindeling of wedstrijd niet naar wens verloopt, wordt de club aangesproken alsof het om een betaald product gaat. Maar een lidmaatschap van een vereniging is volgens Van der Brug geen pak melk dat bij de kassa wordt afgerekend, waarna aanspraak kan worden gemaakt op klantenservice.
Een sportvereniging wordt juist gevormd door haar leden. Bestuurders, commissieleden, wedstrijdsecretarissen, trainers en medewerkers van de onderhoudsploeg besteden vaak vele uren van hun vrije tijd aan de club. Betaalde krachten vormen binnen het amateurvoetbal doorgaans slechts een klein gedeelte van de totale organisatie.
Vele handen nodig
Een eenvoudige teamindeling is bijvoorbeeld al een omvangrijke puzzel. Vrijwilligers zitten daarvoor avondenlang bij elkaar en proberen rekening te houden met teamgroottes, vriendschapsverzoeken en het niveau van spelers. Toch kan een zorgvuldig doorlopen proces alsnog direct kritiek opleveren wanneer de uitkomst iemand niet bevalt.
Van der Brug pleit er niet voor dat ouders geen kritiek mogen hebben. Integendeel: wie een probleem ziet, moet zich bij de juiste persoon of commissie kunnen melden. Maar tegenover het recht om iets van een club te verlangen, staat volgens haar ook een verantwoordelijkheid. Wie onderdeel is van een vereniging, maakt deel uit van een gemeenschap en draagt daar waar mogelijk zelf aan bij.
Dat geldt niet alleen voor bestuursfuncties of het trainen van een elftal. Ook met een bardienst, het rijden naar een uitwedstrijd, het wassen van tenues, het begeleiden van een team of het helpen tijdens een toernooi kan een ouder of lid de club ondersteunen.
Betaalde krachten maken sport duurder
Het alternatief is duidelijk, maar nauwelijks aantrekkelijk. Wanneer alle werkzaamheden door betaalde krachten moeten worden uitgevoerd, stijgen de kosten fors. Die rekening komt uiteindelijk bij de leden terecht in de vorm van een veel hogere contributie. Voor een deel van de gezinnen dreigt sporten daardoor onbetaalbaar te worden.
Juist in een stad als Amsterdam, waar clubs te maken hebben met stijgende lasten en veel gezinnen iedere euro moeten omdraaien, is de inzet van vrijwilligers onmisbaar. Vrijwilligerswerk is daarmee niet alleen belangrijk voor de dagelijkse organisatie, maar ook voor de toegankelijkheid van het amateurvoetbal.
De verplichte vrijwilligerstaak is voor sommige clubs dan ook geen luxe of modieuze maatregel, maar een poging om de vereniging draaiende en betaalbaar te houden. Daarbij hoort wel dat clubs duidelijk communiceren welke inzet wordt gevraagd, hoeveel tijd daarmee gemoeid is en uit welke taken leden en ouders kunnen kiezen.

Opvoeden langs de zijlijn
Volgens Van der Brug heeft vrijwilligerswerk bovendien een opvoedkundige waarde. Kinderen leren op een sportclub niet alleen voetballen. Ze zien ook dat een gemeenschap alleen functioneert wanneer mensen bereid zijn iets voor elkaar te doen.
Ouders die af en toe een stap naar voren zetten, geven hun kinderen daarmee een belangrijk voorbeeld. Wie verwacht dat een kind harder traint, vaker komt opdagen en verantwoordelijkheid neemt voor het team, kan moeilijk zelf bij iedere vrijwilligerstaak achteroverleunen.
De aftrap van een nieuw seizoen draait daarom niet uitsluitend om punten, bekers en doelpunten. Achter iedere wedstrijd staat een grote groep mensen die ervoor zorgt dat anderen kunnen sporten. De kern van de boodschap van Van der Brug is even eenvoudig als actueel: bij een sportvereniging ben je geen klant, maar deelnemer. En een club maak je uiteindelijk samen.
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht