AMSTERDAM, Sportpark Middenmeer, seizoen 2025/2026 3de klasse - B. Foto: Joost Rietdijk

KNVB predikt ontwikkeling, maar houdt de deur naar promotie gesloten: hoe eerlijk is het amateurvoetbal nog?

Een kampioenschap behoort de bekroning te zijn van een seizoen vol inzet, ambitie en sportieve prestaties. Maar in het Nederlandse amateurvoetbal geldt dat niet voor iedereen. Verenigingen met twee standaardelftallen lopen tegen een promotieverbod aan dat van kracht is. De KNVB beroept zich op eerlijke competitieverhoudingen, maar laat belangrijke vragen onbeantwoord. Waarom mag een vereniging wel twee ambitieuze eerste elftallen ontwikkelen, maar wordt sportief succes op een bepaald niveau niet langer beloond? Met de verkiezing van een nieuwe ledenraad in december dient zich een gelegenheid aan om deze discussie opnieuw op de agenda te zetten.

Kampioen worden zonder uitzicht op promotie

Het is één van de merkwaardigste tegenstellingen in het Nederlandse amateurvoetbal. De KNVB benadrukt voortdurend het belang van ontwikkeling, sportieve ambitie en een gezonde voetbalpiramide. Verenigingen worden aangemoedigd hun organisatie te versterken, trainers op te leiden, talenten kansen te bieden en op een zo hoog mogelijk niveau te presteren. Maar zodra een vereniging met twee zelfstandige standaardelftallen de eerste klasse of hoger wil bereiken, kan die ambitie tegen een reglementaire muur oplopen.

Voor clubs als AFC en Koninklijke HFC is dat geen theoretische discussie. Beide verenigingen werden al in het seizoen 2023/2024 expliciet genoemd in de promotie- en degradatieregeling van district West I. Hun zaterdagelftallen mochten destijds niet promoveren vanuit de tweede klasse, omdat de vereniging al met een ander standaardelftal op een hoger niveau actief was. Voor AFC had dat desastreuze gevolgen. Inmiddels speelt AFC zaterdag in de vierde klasse.

Een ploeg kan een volledig seizoen investeren in ontwikkeling, trainingen, begeleiding en prestaties, bovenaan eindigen en vervolgens moeten toezien hoe een lager geklasseerde concurrent de promotieplaats krijgt, dat is zeer opmerkelijk. Dat roept een fundamentele vraag op: wat is de sportieve waarde van een competitie wanneer niet iedere deelnemer dezelfde mogelijkheid heeft om op basis van prestaties hogerop te komen?

Natuurlijk zijn er voorwaarden verbonden aan promotie. Verenigingen moeten voldoen aan organisatorische en reglementaire eisen. Maar het uitsluiten van een volledig eerste elftal omdat een ander team van dezelfde vereniging eveneens succesvol is, raakt aan de kern van het competitievoetbal. Wie het beste presteert, zou in beginsel de kans moeten krijgen om hogerop te komen. Juist dat uitgangspunt staat hier ter discussie.

De KNVB legt uit: bescherming van de competitie

Het Amsterdamsche Voetbal legde de kwestie opnieuw voor aan de KNVB. De voetbalbond wijst in zijn reactie op de veranderde competitieopzet en het verdwijnen van de traditionele scheiding tussen zaterdag- en zondagvoetbal in de hogere amateurklassen.

De KNVB verklaart: “Voorheen kenden we in de standaard competities amateurvoetbal gescheiden zaterdag- en zondagcompetities. Dit maakte het mogelijk dat verenigingen met zowel een standaardteam op zaterdag al standaardteam op zondag konden uitkomen. Met de introductie van de gemengde indeling in de top van het amateurvoetbal (divisies en 1e klasse) en daarmee het wegvallen van de scheiding tussen zaterdag en zondag is dit voor die niveaus niet meer mogelijk.”

Volgens de bond bestaat het risico dat twee elftallen van dezelfde vereniging uiteindelijk in dezelfde competitie of nacompetitie terechtkomen. De KNVB vervolgt: “Het opheffen van de scheiding tussen de zaterdag- en zondagcompetities en het geringe aantal poules in de top leidt immers tot de situatie dat het niet te voorkomen is dat twee teams van dezelfde vereniging in dezelfde (na)competitie uitkomen en daarmee de (na)competitie beïnvloed kan worden. Vanuit het streven om een zo eerlijk mogelijk competitie te organiseren willen we dit uiteraard voorkomen.”

Die redenering is op zichzelf begrijpelijk. De KNVB wil voorkomen dat twee teams van dezelfde vereniging elkaar sportief kunnen bevoordelen, bijvoorbeeld wanneer een van beide ploegen nog strijdt om promotie of degradatie. Een competitie moet eerlijk verlopen. Daarover kan nauwelijks verschil van mening bestaan. Maar daarmee is nog niet aangetoond dat een algemeen promotieverbod de enige mogelijke oplossing is.

Waarom wordt het probleem niet opgelost wanneer het daadwerkelijk ontstaat? Precies daar wringt het. De KNVB redeneert vanuit een mogelijk toekomstig scenario: twee standaardelftallen van dezelfde vereniging zouden ooit in dezelfde competitie kunnen belanden. Omdat die mogelijkheid bestaat, wordt de promotie van een van beide teams op voorhand geblokkeerd. Maar waarom moet een sportieve prestatie worden uitgesloten vanwege een situatie die zich misschien pas later voordoet? Want als AFC met zijn stadaard team in de tweede divisie uitkomt, dan is een eerste klasse ook nog een flink gat. Dat niet zomaar gedicht is. Bovendien is het mogelijk dat bijvoorbeeld WV-HEDW met zijn zaterdag en zondagselectie tegen elkaar uit komen in de districtsbeker. Is dat dan geen probleem?

Zolang twee elftallen niet tegen elkaar uitkomen, is er niet automatisch sprake van competitievervalsing. Zij hebben hun eigen spelersgroep, technische staf, trainingsprogramma en sportieve doelstellingen. Beide ploegen moeten bovendien tegen dezelfde tegenstanders in hun eigen competitie punten verzamelen. Het enkele feit dat zij onder dezelfde verenigingsnaam spelen, betekent niet dat zij hun wedstrijden op een oneerlijke manier afwerken. Daarbij moet wel een belangrijk onderscheid worden gemaakt. Ook wanneer twee teams niet rechtstreeks tegen elkaar spelen, kunnen belangen binnen één vereniging in theorie met elkaar verweven zijn. Denk aan spelersstromen, gezamenlijke besluitvorming of mogelijke ontmoetingen in de nacompetitie. Dat zijn reële aandachtspunten.

Maar de vraag is of dergelijke risico’s uitsluitend met een algemeen promotieverbod kunnen worden ondervangen. Waarom onderzoekt de KNVB niet nadrukkelijker alternatieven? Bijvoorbeeld een regeling waarbij twee standaardelftallen op verschillende niveaus mogen uitkomen, maar niet in dezelfde competitie mogen worden ingedeeld. Of een systeem waarbij pas wordt ingegrepen wanneer een daadwerkelijke belangenverstrengeling dreigt. Ook zouden aanvullende regels voor spelersoverschrijvingen tussen beide selecties, onafhankelijk toezicht en specifieke bepalingen voor de nacompetitie kunnen worden onderzocht. Dergelijke oplossingen vragen om organisatorische inspanning. Bovendien is niet op voorhand zeker dat ze binnen de huidige voetbalpiramide allemaal uitvoerbaar zijn. Maar dat maakt het onderzoek ernaar niet minder relevant.

De KNVB heeft duidelijk uitgelegd welk risico de bond wil voorkomen. Minder duidelijk is waarom minder ingrijpende alternatieven niet zouden kunnen volstaan. Overigens heeft de bond boter op het hoofd als het gaat om belangenverstrengeling binnen de eigen organisatie. Is het wenselijk dat een competitieleider – die invloed heeft – ook een standaard eerste elftal kan trainen/coachen binnen het eigen district waar hij of zij werkzaam is? Dat heeft niet rechtstreeks met promotiebeleid van een club te maken, maar wel over de kwestie ‘belangenverstrengeling’ waar de bond te hooi en te gras naar grijpt.

Het verbod

De promotie discussie is bepaald niet nieuw. In de promotie- en degradatieregeling voor het seizoen 2023/2024 van district West I staat expliciet dat de ledenraad amateurvoetbal in juni 2022 besloot dat een vereniging vanaf het seizoen 2023/2024 niet met twee standaardelftallen in de eerste klasse of hoger mocht uitkomen. Op pagina 6 van het document worden AFC en Koninklijke HFC met naam genoemd.Het heeft ook gevolgen voor andere verenigingen, de eindrangschikking en de samenstelling van de nacompetitie. Een team dat sportief boven een concurrent eindigt, kan zijn promotiekans verliezen. De concurrent krijgt vervolgens een mogelijkheid die op basis van de oorspronkelijke sportieve rangschikking niet vanzelfsprekend was. Dat is toegestaan binnen de vastgestelde regels. Maar het blijft de vraag of het ook de meest rechtvaardige uitkomst is. De KNVB verduidelijkt desgevraagd dat de gemengde indeling van de eerste klasse al vanaf het seizoen 2023/2024 geldt: “In de eerste klasse wordt al sinds het seizoen 2023/2024 gemengd ingedeeld. Vandaar dat dit toen al gold. Het gaat immers om promotie naar de eerste klasse.”

Het probleem speelt dus al meerdere seizoenen en is eind oktober 2026 nog altijd onderwerp van discussie.

Ontwikkeling heeft een grens gekregen

De gevolgen reiken verder dan de promotie van één elftal. Een vereniging met twee standaardteams kan daar goede sportieve en organisatorische redenen voor hebben. Het zaterdagelftal kan een eigen identiteit en achterban hebben opgebouwd, terwijl het zondag elftal een andere traditie vertegenwoordigt. Beide teams kunnen beschikken over een zelfstandige technische staf, eigen selectiebeleid en een eigen opleidingsroute. Voor spelers kan dat juist extra mogelijkheden bieden om zich te ontwikkelen. Niet iedere voetballer wil of kan op dezelfde speeldag actief zijn. Ook kunnen twee prestatieve eerste elftallen zorgen voor meer doorstroming vanuit de jeugdopleiding.

Dat past bij de bredere doelstelling om zoveel mogelijk voetballers op een passend niveau te laten spelen. Maar wat gebeurt er met de ambitie wanneer de sportieve eindbestemming bij voorbaat vastligt? Hoe motiveer je een selectie om voor het kampioenschap te strijden wanneer de belangrijkste beloning ontbreekt? Hoe overtuig je talentvolle spelers om voor een vereniging te kiezen wanneer zij weten dat hun elftal, ongeacht de prestaties, niet verder kan groeien? En wat betekent dat voor trainers die worden beoordeeld op ontwikkeling, prestaties en resultaten?

Een kampioenschap blijft uiteraard waardevol. Spelers kunnen prijzen winnen en zich individueel ontwikkelen. Maar het perspectief op promotie is voor veel prestatieve amateurvoetballers een wezenlijk onderdeel van de sportieve uitdaging. De KNVB wil verenigingen toekomstbestendig maken. Tegelijkertijd beperkt de bond in deze gevallen hun mogelijkheden om met twee eerste elftallen sportief door te groeien. Die tegenstelling verdient een bredere discussie dan uitsluitend een verwijzing naar de huidige competitie-indeling.

Is een absoluut verbod werkelijk noodzakelijk?

Het argument van de KNVB dat twee teams van dezelfde vereniging een competitie kunnen beïnvloeden, mag niet zomaar terzijde worden geschoven. In een kleine competitie, met weinig poules en beperkte mogelijkheden om teams van elkaar te scheiden, kan dat een ingewikkeld vraagstuk opleveren. Vooral in de hogere divisies, waar het aantal beschikbare plaatsen beperkt is, kan het organisatorisch moeilijk worden om twee teams van dezelfde vereniging structureel uit elkaar te houden.

Maar een organisatorisch probleem hoeft niet automatisch tot een absoluut sportief verbod te leiden. Er zijn verschillende vragen die de voetbalbond nader zou kunnen beantwoorden. Waarom zou een vereniging niet met twee standaardelftallen op verschillende niveaus mogen uitkomen, zolang er geen directe sportieve belangenverstrengeling bestaat? Welke alternatieve indelingsmodellen zijn onderzocht? Is bekeken of een promotie onder voorwaarden mogelijk kan zijn? En welke concrete bezwaren staan een dergelijke oplossing in de weg?

Bovendien zou onderzocht kunnen worden of een onderscheid mogelijk is tussen het bereiken van de eerste klasse en verdere promotie naar de divisies. Een regeling die op alle niveaus dezelfde beperking oplegt, houdt immers niet noodzakelijk rekening met de verschillen in competitieopzet en beschikbare indelingsmogelijkheden. Het is denkbaar dat een oplossing in de ene klasse wel uitvoerbaar is en in de andere niet. Daarom verdient een gedifferentieerde benadering op zijn minst onderzoek.

De KNVB heeft het belang van een eerlijke competitie terecht hoog in het vaandel staan. Maar eerlijkheid gaat niet alleen over het voorkomen van mogelijke beïnvloeding. Het gaat ook over gelijke sportieve kansen en het belonen van prestaties. Die belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen.

Nieuwe ledenraad: kans om vastgelopen beleid te veranderen

Juist nu dient zich een gelegenheid aan om deze discussie opnieuw te voeren. De KNVB organiseert in december verkiezingen voor een nieuwe ledenraad amateurvoetbal. Dertig vertegenwoordigers worden gekozen voor de periode 2026-2030.

De ledenraad is geen vrijblijvend overlegorgaan. De KNVB is zelf een vereniging en de ledenraad vervult binnen het amateurvoetbal de functie van algemene vergadering. De vertegenwoordigers denken mee en nemen besluiten over belangrijke strategische onderwerpen. Daaronder vallen onder meer de ontwikkeling van het jeugd- en vrouwenvoetbal, de toekomst van verenigingen en de koers van het Nederlandse amateurvoetbal.

Ook de inrichting van de voetbalpiramide en de uitgangspunten van het competitiebeleid zijn onderwerpen waarover binnen de bestuurlijke organisatie van de KNVB discussie en besluitvorming kunnen plaatsvinden. Opvallend genoeg was het juist de ledenraad die in juni 2022 het besluit nam dat verenigingen vanaf het seizoen 2023/2024 niet langer met twee standaardelftallen in de eerste klasse of hoger mochten uitkomen. Daarmee ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de nieuwe vertegenwoordigers om te beoordelen of dat besluit nog altijd passend en noodzakelijk is.

De KNVB roept leden op zich kandidaat te stellen: “De stem van onze leden is onmisbaar bij het samen vormgeven van het Nederlandse amateurvoetbal. Daarom zoeken we 30 betrokken ledenraadsleden die namens de verenigingen meepraten en meebeslissen over belangrijke keuzes en de koers voor de komende jaren.” Dat is een uitnodiging die verenigingen serieus zouden moeten nemen. Want als de ledenraad daadwerkelijk namens de clubs spreekt, moet er ook ruimte zijn om eerder genomen besluiten opnieuw tegen het licht te houden.

Wie bepaalt eigenlijk wie de verenigingen vertegenwoordigt?

Bij de verkiezingen van de nieuwe ledenraad speelt nog een andere vraag. De KNVB nodigt kandidaten uit zich aan te melden en verzamelt via een kandidaatstellingsformulier informatie over hun achtergrond, ervaring en motivatie. De bond gebruikt die gegevens om de kandidaten aan de aangesloten verenigingen te presenteren. De kandidaatstellingen worden volgens de aangekondigde planning op vrijdag 20 november gepubliceerd, nadat de kandidaten de gelegenheid hebben gekregen hun eigen tekst goed te keuren. De uiteindelijke verkiezing vindt digitaal plaats van vrijdag 4 tot en met dinsdag 8 december 2026.

Maar hoe onafhankelijk is de procedure waarmee kandidaten worden beoordeeld en eventueel geselecteerd? De KNVB organiseert de kandidaatstelling binnen de eigen organisatie. Dat roept de vraag op hoe de toelating en beoordeling van kandidaten precies zijn geregeld en welke invloed de bond zelf heeft op de uiteindelijke kandidatenlijst. Een onafhankelijke toetsing van kandidaatstellingen een serieus punt van aandacht.

De ledenraad moet immers niet alleen het beleid van de KNVB ondersteunen, maar dat beleid ook kritisch kunnen beoordelen, bijsturen en waar nodig veranderen. Juist daarom zou het wenselijk zijn wanneer een onafhankelijke verkiezingscommissie toezicht houdt op de toelatingsprocedure, de toepassing van de criteria en de transparantie van de kandidaatstelling. Dat zou het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de vertegenwoordiging kunnen versterken. Een ledenraad die namens de verenigingen spreekt, moet immers voldoende afstand kunnen bewaren tot het bestuur en de organisatie waarop zij invloed uitoefent.

Niet alleen meepraten, maar ook daadwerkelijk veranderen

De KNVB presenteert het lidmaatschap van de ledenraad als een mogelijkheid om de praktijk van het amateurvoetbal te verbinden met landelijke beleidskeuzes. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Maar het krijgt pas werkelijk betekenis wanneer ervaringen van verenigingen ook aanleiding kunnen zijn om bestaande regels te heroverwegen. Het promotieverbod voor verenigingen met twee standaardelftallen is daarvan een concreet voorbeeld.

Het betreft geen abstract bestuurlijk vraagstuk. Het raakt rechtstreeks aan de dagelijkse praktijk van spelers, trainers, technische commissies en vrijwilligers. Verenigingen investeren tijd, geld en energie in hun eerste elftallen. Ze ontwikkelen jeugdspelers, zoeken gekwalificeerde trainers, verbeteren hun accommodaties en proberen een sportief aantrekkelijke omgeving te creëren. Daar mag tegenover staan dat de voetbalbond serieus onderzoekt hoe dergelijke ambities binnen een eerlijke competitieopzet kunnen worden gefaciliteerd.

De ledenraad zou daarom niet uitsluitend moeten beoordelen of het huidige verbod juridisch en reglementair correct is vastgelegd. Dat staat, voor zover uit de aangehaalde besluiten blijkt, niet ter discussie. De wezenlijke vraag is of het verbod nog altijd noodzakelijk, proportioneel en sportief verdedigbaar is. Dat vraagt om een inhoudelijke evaluatie, waarbij zowel de belangen van verenigingen met twee standaardelftallen als die van hun concurrenten worden meegenomen. Ook moet duidelijk worden of de risico’s waarop de KNVB zich beroept daadwerkelijk niet op een andere manier kunnen worden ondervangen.

De bal ligt bij de verenigingen

De komende weken kunnen betrokkenen zich kandidaat stellen voor de nieuwe ledenraad amateurvoetbal. Aanmelden kan tot woensdag 18 november 2026 om 12.00 uur. De verkiezingen vinden vervolgens digitaal plaats van 4 tot en met 8 december. Voor verenigingen die vinden dat het huidige competitiebeleid onvoldoende aansluit bij de sportieve werkelijkheid, is dit een gelegenheid om hun stem te laten horen.

Dat geldt niet alleen voor AFC, Koninklijke HFC, WV-HEDW, Swift of andere verenigingen met twee standaardelftallen. Het gaat om een principiële vraag die het gehele amateurvoetbal raakt. Hoe zwaar wegen sportieve prestaties binnen de voetbalpiramide? Welke ruimte krijgen verenigingen om hun eigen ambities te ontwikkelen? En wanneer is een beperking ter bescherming van de competitie daadwerkelijk gerechtvaardigd? De KNVB heeft een begrijpelijk belang bij het voorkomen van competitievervalsing. Maar een eerlijke competitie vraagt ook om regels die niet verder ingrijpen dan noodzakelijk. Anno 2026 is het moeilijk uit te leggen dat een vereniging twee eerste elftallen mag laten deelnemen aan prestatieve competities, maar dat de sportieve groei van een van die teams op een bepaald moment ophoudt, ongeacht de behaalde resultaten.

De nieuwe ledenraad krijgt de kans om dat debat opnieuw te openen. Niet vanuit de vraag waarom iets volgens de bestaande regels onmogelijk is, maar vanuit de vraag hoe het met behoud van eerlijke competitieverhoudingen wél mogelijk kan worden gemaakt. Want uiteindelijk zou in het amateurvoetbal één uitgangspunt centraal moeten staan: wie zich sportief ontwikkelt, moet ook het perspectief behouden om verder te groeien. Een voetbalbond die ontwikkeling predikt, moet kunnen uitleggen waarom hij de deur naar promotie voor sommige verenigingen gesloten houdt. En zolang overtuigend is aangetoond dat er geen werkbaar alternatief bestaat, is die discussie nog lang niet voorbij.

Kandidaatstelling voor de ledenraad amateurvoetbal 2026-2030 is mogelijk tot woensdag 18 november, 12.00 uur. Meer informatie via KNVB – Ledenraad. De digitale verkiezingen zijn van 4 tot en met 8 december 2026.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)