‘Lies’ Kols treft met OFC haar oude liefde Real Sranang: ‘Het wordt een beladen wedstrijd, dat weet ik zeker’

Zestien interlands voor Oranje, wedstrijden op het hoogste niveau en een voetballeven waarin ze eigenlijk bij toeval onder de lat belandde. Lies (Elisabeth) Kols heeft als keepster vrijwel alles meegemaakt, maar zaterdagmiddag wacht haar opnieuw een bijzondere wedstrijd. Met OFC, waar ze sinds dit seizoen verantwoordelijk is voor de keepers van de mannenselecties, krijgt ze in de derde klasse C bezoek van Real Sranang. Haar oude club, haar ‘familieclub’ en vooral de vereniging waar nog altijd keepers rondlopen die door haar persoonlijk zijn opgeleid. „Real Sranang zal altijd in mijn hart blijven.”

Sommige voetbalcarrières laten zich vooraf nauwelijks uitstippelen. Die van Lies Kols al helemaal niet. Ze begon als rechterspits, ging ooit voor de grap in het doel staan en schopte het vervolgens tot het Nederlands elftal. Zestien interlands later was haar naam gevestigd, en haar liefde voor het keepersvak verdween nooit.

Inmiddels staat Kols niet meer zelf tussen de palen. Ze probeert haar kennis over te dragen aan een nieuwe generatie. Na haar periode bij Real Sranang koos ze deze zomer voor een nieuwe uitdaging bij OFC. Daar is ze verantwoordelijk voor de keepers binnen de seniorenselecties en houdt ze zich bezig met doelmannen die volgens haar toekomst binnen de club hebben. Juist daarom krijgt de competitiewedstrijd van zaterdag 3 oktober een bijzonder randje. Om 15.00 uur staan Real Sranang en OFC tegenover elkaar. Voor Kols is het veel meer dan zomaar een wedstrijd in de derde klasse.

„Het wordt een beladen wedstrijd. Dat weet ik wel zeker”, zegt ze in de week voor het treffen. „Natuurlijk wil ik dat OFC wint. Maar het gaat mij er vooral om dat ze doen wat ze behoren te doen. De juiste keuzes maken, plezier hebben en zich blijven ontwikkelen. Dat het alleen maar beter gaat met wat ik ze heb geleerd en meegegeven.”

Van rechtsbuiten naar Oranje

Dat Kols ooit zélf keeperstrainer zou worden, was moeilijk te voorspellen toen ze begon met voetballen. Ze was aanvaller. Rechterspits zelfs. „Het begon écht voor een grap”, vertelt ze over haar overstap naar het doel. „Dat was bij RKTVC in Tiel. Ik had daarvoor met mijn zussen bij Vriendenschaar gespeeld. Dat team werd opgeheven en toen ben ik naar RKTVC gegaan. Op de eerste training kwam de keeper plots niet opdagen. Ik zei: ik ga wel keepen. Toen bleek achteraf dus gewoon dat ik talent had. Heel raar.” Het is bijna een klassiek verhaal. Maar, het gaat veel verder dan dat.

Het ging daarna namelijk razendsnel. Binnen een half jaar kwam ze onder de aandacht van toenmalig Bondscoach Bert van Lingen en via vertegenwoordigende (Brabantse) elftallen lonkte ineens Oranje. „Als je binnen een half jaar al onder Van Lingen speelt, dan weet je eigenlijk al genoeg. Ik kwam in selecties terecht en binnen no-time zat ik bij het Nederlands elftal.” Kols kwam uiteindelijk zestien keer uit voor Oranje. Ze speelde in een generatie met namen die later eveneens een belangrijke plaats in het Nederlandse vrouwenvoetbal kregen. Sarina Wiegman was één van haar ploeggenoten. „Ik heb heel veel leuke dingen meegemaakt en ontzettend veel ervaring opgedaan. Ik heb met bekende namen uit het vrouwenvoetbal gespeeld. Als je daar nu op terugkijkt, is dat natuurlijk bijzonder.”

Ze speelde tegen Brazilië, maakte internationale reizen en bereikte als keepster het niveau waar ze ooit alleen maar van had kunnen dromen. Engeland, Arsenal. Haar ambities waren destijds helder. „Op een gegeven moment ga je tegen jezelf zeggen: wat wil ik nog bereiken? Ik heb de top bereikt. Ik wilde de beste keeper van Nederland worden. Het blijft ook gewoon je passie, hoe je het ook wendt of keert.”

‘Real Sranang zal altijd in mijn hart blijven’

Na haar actieve loopbaan verdween voetbal een aantal jaren naar de achtergrond. Tot Lilian Panka, voorzitter van Real Sranang en een goede vriendin van Kols, haar weer richting het veld trok. Kols ging kijken bij de Amsterdamse vereniging en voor ze het wist, stond ze opnieuw tussen de palen. Ook dat gebeurde bijna toevallig. Het vrouwenvoetbal was bij Real Sranang net begonnen en een keepster ontbrak. „Toen vroegen ze: Lies, heb je geen zin om te keepen? Ze hadden toevallig geen keeper. Alles is met toeval bij mij, echt waar. Dus ben ik weer gaan keepen.”

Het werd het begin van een lange band met de club. Kols speelde er, promoveerde enkele keren met de vrouwen – één keer zelfs via strafschoppen – en ging zich later steeds nadrukkelijker bezighouden met het trainen van keepers. De relatie met Real Sranang is gebleven, ook nu ze bij OFC werkt. „Hoe je het ook wendt of keert: Real Sranang zal altijd in mijn hart blijven. Het is gewoon mijn club. Het is echt een familieclub, een heel warme club. De mensen staan voor elkaar klaar. Je wordt er met liefde ontvangen. Het deed me ook wel wat dat ik daar weg ging.”

Juist die woorden maken zaterdag meer dan een gewone competitiewedstrijd. Aan de ene kant staat haar huidige club, aan de andere kant een vereniging waarmee Kols zich nog altijd sterk verbonden voelt. Bovendien treft ze doelmannen met wie ze zelf vele, vele uren op het trainingsveld heeft gestaan.

Geen training voor de hele groep

Kols heeft inmiddels een uitgesproken visie ontwikkeld op keeperstraining. Ze gelooft sterk in individuele begeleiding en heeft weinig met trainingen waarbij meerdere keepers hetzelfde programma afwerken zonder dat specifiek naar hun tekortkomingen wordt gekeken. Dat is volgens haar precies waar haar kracht ligt. „Mijn visitekaartje is gaan rondzingen omdat ik specifieke keeperstraining geef. Niet zomaar als groep, maar individueel. Ik vind het zonde van de tijd als een keeper oefeningen doet, maar niet wordt gecorrigeerd. Ik wil echt aandacht geven.”

Na enkele seizoenen bij Real Sranang kwamen er verschillende mogelijkheden voorbij. Ze had kunnen blijven, maar koos voor een nieuwe uitdaging. Die vond ze bij OFC. Bij haar nieuwe club kijkt ze nadrukkelijk verder dan alleen de keeper van het eerste elftal. „Ik ben hoofdcoördinator van alle senioren. Van de selecties tot Onder-23: de keepers die voor de toekomst van de club belangrijk zijn, probeer ik op te leiden.”

‘Ik moest gewoon bij de basis beginnen’

Haar verleden als international betekent niet dat Kols verwacht dat keepers op amateurniveau hetzelfde kunnen als een doelman op topniveau. De speelwijze van een ploeg, de individuele kwaliteiten en vooral het ontwikkelingsniveau van een keeper bepalen wat zij tijdens haar trainingen doet.

Maar één uitgangspunt verandert niet: Kols houdt van een doelman die durft mee te voetballen. „Ik ben zelf altijd een meevoetballende keeper geweest. Dat probeer ik ze ook aan te leren. Real Sranang speelt aanvallend en OFC wil nu ook aanvallend spelen. Dan wordt er iets anders van een keeper gevraagd.” Bij OFC trof ze deze zomer naar eigen zeggen een situatie aan waarin ze eerst terug naar de fundamenten wilde. „Ik ben dit jaar begonnen en dacht: ik moet gewoon bij de basis beginnen. Uitgangspositie, keuzes maken, het juiste moment herkennen. Als iets niet goed gaat, zet ik het moment stil. Dan leg ik uit waarom en hoe het beter kan. Ik geef ze echt persoonlijke aandacht.”

Daar zit voor Kols de essentie van het vak. Niet iedere doelman heeft dezelfde training nodig. De ene keeper staat graag op zijn lijn, de ander speelt ver voor zijn doel. Lengte, snelheid, techniek, lef en de manier waarop een ploeg wil opbouwen spelen allemaal mee. „Ik moet rekening houden met lijnkeepers en met aanvallende keepers. Ik kijk naar hun kwaliteiten, naar waar ze betere keuzes moeten maken en naar hun uitgangspositie. Er zijn zoveel factoren waar je als keeperstrainer op moet letten.”

Hard en duidelijk

Wie bij Kols keeperstraining krijgt, weet bovendien waar hij aan toe is. Discipline, eerlijk en veeleisend. Juist bij seniorenkeepers voelt ze zich op haar plaats. „Daar ligt echt mijn passie. Daar kan ik me helemaal in uitleven. Ik ben heel oprecht en ik stimuleer ze op mijn manier. En als iets niet zo goed gaat, dan krijgen ze dat ook van mij te horen. Ik ben daarin ook heel erg gedisciplineerd.”

Tegelijkertijd wil ze dat keepers graag naar haar trainingen komen. In haar periode bij Real Sranang zag ze daarin voor zichzelf de belangrijkste bevestiging. „De afgelopen jaren waren de keepers er altijd. Door weer en wind. Dat heeft ook te maken met de manier waarop ik train. Ik maak mijn eigen trainingen, zet ze op papier en denk erover na wat beter kan. Er moet structuur in zitten.”

Het is een trainersfilosofie die opvallend goed aansluit bij de manier waarop Kols vroeger zelf keepte. Op de vraag wat de huidige keeperstrainer Lies Kols aan de voormalige Oranje-doelvrouw Lies Kols zou willen toevoegen, hoeft ze dan ook niet lang na te denken. „Hetzelfde”, zegt ze resoluut. „Precies hetzelfde. Ik zou aanvallend willen spelen. Dat is mijn ding. Tegenwoordig willen ploegen opbouwen en niet alleen maar lange ballen spelen. Daar hoort een keeper bij die mee kan voetballen.”

Twee generaties vrouwenvoetbal

Kols heeft ondertussen een ontwikkeling meegemaakt die nauwelijks groter had kunnen zijn. Toen zij international was, zag de wereld van het vrouwenvoetbal er compleet anders uit. De faciliteiten, aandacht en financiële mogelijkheden van tegenwoordig waren er niet.

„In onze tijd moest je eigenlijk alles zelf doen. Mijn vader was daarin ontzettend belangrijk voor mij. Hij bracht me overal naartoe. Hij was echt mijn rechterhand.” Dat het vrouwenvoetbal inmiddels veel zichtbaarder is geworden, betekent volgens Kols niet dat Nederland er al is. Ze is kritisch over het niveau en vooral over de mogelijkheden voor speelsters om daadwerkelijk als professional van hun sport te leven. „Je kunt die tijd eigenlijk niet met nu vergelijken. Maar in Nederland moet je als speelster vaak nog een baan hebben om te kunnen overleven. Met alleen wat je bij een Eredivisieclub verdient, red je het niet. Duitsland, Engeland bijvoorbeeld, daar leeft het veel meer en het is veel minder saai om naar te kijken, ik kijk eigenlijk helemaal geen Nederlandse wedstrijden. Het gaat mij veel te traag.”

Het zijn de woorden van iemand die het vrouwenvoetbal heeft zien veranderen, maar zelf nooit afscheid heeft kunnen nemen van het spelletje. Alleen haar positie is veranderd. Waar ze ooit zelf degene was die een bal uit de kruising moest halen, staat ze nu langs het veld om anderen uit te leggen hoe ze dat moeten doen. Aan mannen.

Oude liefde tegenover nieuwe uitdaging

En dan wacht zaterdag Real Sranang. De club waar ze speelde, trainde en zich thuis voelde. Tegenover OFC, de club waar ze opnieuw een uitdaging heeft gevonden. Misschien is het juist daarom typerend dat Kols, wanneer het over de wedstrijd gaat, uiteindelijk toch weer bij haar keepers uitkomt. Zelfs een mogelijke nederlaag verandert niet wat ze zaterdag werkelijk hoopt te zien. „Het gaat mij erom dat ze de juiste keuzes maken. Dat er plezier is en ontwikkeling. Dat ze laten zien wat ik ze heb geleerd en meegegeven. En dat geldt ook voor de keepers die ik nu bij OFC train.”

Even later volgt toch de competitieve Lies Kols. „Natuurlijk wil ik winnen.” Zaterdagmiddag om 15.00 uur zal blijken welke keeper haar het meeste reden geeft om tevreden naar huis te gaan. Alleen staat vooraf al vast dat Kols aan beide kanten iets van zichzelf terug kan zien. Aan de ene kant haar verleden, aan de andere haar nieuwe uitdaging. En precies daartussen staat een voormalige Oranje-international die ooit voor de grap een paar handschoenen aantrok – en ze daarna eigenlijk nooit meer helemaal heeft uitgedaan. Kijk hier voor het programma in de derde klasse C

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)