OPINIE | De trainer coacht, maar de club houdt het stuur in handen

Een trainer komt en gaat. De club blijft. Het klinkt bijna te eenvoudig, maar juist in het huidige amateurvoetbal lijken clubs dat nog weleens te vergeten. Geef een trainer alle ruimte om te trainen, te coachen en voetbalinhoudelijke beslissingen te nemen. Maar geef nooit het stuur uit handen.

Hoewel de temperaturen het nog nauwelijks verraden, is de herfst alweer begonnen. En traditiegetrouw breekt daarmee ook de periode aan waarin de eerste trainers onder druk komen te staan. Bijna altijd begint het met hetzelfde: tegenvallende resultaten. Daarna volgen de verhalen over ‘de kleedkamer’, spelers die ontevreden zijn, een technische commissie die zich roert, supporters die hun mening geven en businessclubs die zich afvragen waarom de club (lees: hun gesponsorde eerste elftal) niet presteert zoals verwacht. Vorige week was tweede divisionist SV Spakenburg, de aankomende tegenstander van AFC, aan de beurt.

Chris de Graaf besloot zijn functie neer te leggen. Critici noemen het een ordinaire vlucht, zoeken naar een reden en je vindt ‘m wel. De timing was in elk geval zeer opvallend. Spakenburg staat na zeven wedstrijden met tien punten tiende in de Tweede Divisie. De 5-0 nederlaag bij De Treffers vormde het pijnlijke decor van zijn vertrek. De Graaf had zijn contract volgens verschillende media vóór die wedstrijd al ingeleverd en liet later weten dat hij zichzelf niet meer in de spiegel, een nietszeggend cliché, kon aankijken wanneer hij wél door zou gaan. Assistent Jorg Hartog vertrok uit solidariteit mee. Dat neemt niets weg van wat De Graaf bij Spakenburg heeft bereikt. Onder zijn leiding werd de club kampioen van de Tweede Divisie en beleefde Spakenburg een historische bekercampagne. De club zelf benadrukte bij zijn afscheid terecht die verdiensten. Maar resultaten veranderen ook verhoudingen.

Wie heeft eigenlijk de leiding?

Had Spakenburg nu eerste of tweede gestaan, dan was de kans groot geweest dat veel van de huidige discussies helemaal niet was ontstaan. Succes maakt veel problemen klein. Tegenvallende prestaties leggen ieder scheurtje onder een vergrootglas. Dat geldt zeker wanneer je als trainer zelf uit het dorp komt, donkerblauw bent en jarenlang het gezicht van het succes bent geweest. Dan vervaagt gemakkelijk de grens tussen betrokkenheid en zeggenschap. En precies daar ligt een fundamentele vraag: moet een club zich steeds aanpassen aan de wensen/ eisen van een trainer-coach?

Nee.

Een trainer moet ruimte krijgen. Veel ruimte zelfs. Hij traint de spelers, bepaalt zijn speelwijze, maakt zijn wedstrijdplan en stelt de beste elf op die hij denkt nodig te hebben. Daarvoor is hij aangesteld. Maar hij is niet de club. Bestuur en technische leiding hebben een veel langere verantwoordelijkheid. Zij moeten niet alleen naar zaterdag- of zondagmiddag kijken, maar ook naar volgend seizoen en naar de jaren daarna. Naar financiën, selectiebeleid, jeugdopleiding, clubcultuur en continuïteit.

Zeker bij een vereniging als Spakenburg, waar voetbal, sponsors, supporters en lokale ondernemers sterk met elkaar verweven zijn, is het onrealistisch te verwachten dat een trainer in een vacuüm kan werken. Mensen praten mee. Natuurlijk doen ze dat. De kunst is niet om dat uit te bannen, maar om verantwoordelijkheden glashelder te houden.

De trainer heeft niet het alleenrecht

De Graaf kent die wereld bovendien als geen ander. Voordat hij zelf jarenlang eindverantwoordelijk was, had ook hij zijn mening over het technische beleid en de zittende hoofdtrainer. Vanaf het moment dat je zelf op die stoel zit, ziet de wereld er ineens anders uit. Dat is menselijk. Maar daarom moet een club juist de vinger aan de pols houden. Niet iedere dag de opstelling willen bepalen en al helemaal niet vanaf de bestuurstafel voorschrijven wie linksback moet staan. Dat is het terrein van de trainer. Maar selectiebeleid is iets anders.

Wie haal je? Wat bied je aan? Welke spelers passen bij de club? Eigen jeugd niet te vergeten. Liefst zoveel als mogelijk spelers met binding. Welke persoonlijkheid past bij de vereniging. Hoeveel invloed geef je één trainer op de samenstelling van een selectie? Daar moet een technische commissie altijd over meepraten. Ook bij de komst van Des Kunst was er volop discussie. Wanneer een trainer nadrukkelijk achter een speler staat en die speler vervolgens wordt binnengehaald, hoort daar ook verantwoordelijkheid bij. Als daarna problemen ontstaan, daar kon je natuurlijk op wachten, kun je niet simpelweg de club voor de keuze stellen: hij eruit of ik eruit. Zo behoort een organisatie niet te functioneren. Een ultimatum is zelden beleid.

Goede spelers begrijpen hun rol

Misschien zit daar sowieso een probleem in het hedendaagse (top)amateurvoetbal. Werken met subtoppers is soms ingewikkelder dan werken met echte topspelers. De echte toppers kennen hun kwaliteiten, maar vaak ook hun beperkingen. De laag en lagen daaronder overschat zichzelf nogal eens. En de tenen zijn soms lang. Iedere speler wil spelen. Iedere speler vindt dat hij belangrijk is. En iedere vader, zaakwaarnemer, sponsor of bevriende supporter heeft daar vervolgens óók een mening over. Maar uiteindelijk stelt vrijwel iedere trainer gewoon de elf spelers op van wie hij denkt dat ze hem de grootste kans op succes bieden.

Waarom zou hij anders handelen? Zijn eigen (bij)baan hangt er vanaf. Daarom is het eenvoudig te voorspellen dat het de komende maanden bij meer ambitieuze amateurclubs gaat rommelen. Niet omdat overal slechte trainers rondlopen, maar omdat verwachtingen en realiteit steeds verder uit elkaar kunnen komen te liggen.

Landvreugd als interessant voorbeeld

Interessant zijn vervolgens de namen die onmiddellijk rond een vacature als die bij Spakenburg gaan circuleren. Kranten, websites en podcasts produceren binnen enkele uren complete kandidatenlijstjes. Vaak maar uit de lucht gegrepen. Wie krijgt straks dat begeerde stoeltje in de Tweede Divisie? In dat verband viel één naam op die vanuit Eemdijk (door huidig voorzitter en cultuurbewaker Menno Veldhuizen, red.) werd genoemd en keurig onderbouwd: Ulrich Landvreugd. Een kind van AFC en iemand met een stevige staat van dienst in het amateurvoetbal. Landvreugd werkte van 2014 tot 2017 bij Eemdijk en werd met AFC kampioen. Recent stond hij bij FC Den Bosch aan het roer. De interessante gedachte achter zo’n naam is niet alleen wat iemand tactisch kan. Het gaat ook om authenticiteit. Een trainer die zichzelf blijft wanneer hij wint én wanneer hij verliest. Die weet wat zijn verantwoordelijkheid is, maar ook begrijpt dat hij onderdeel is van een grotere organisatie.

Kijkend naar Richard Plug

Daarmee komen we haast vanzelf uit bij Richard Plug. Wie Plug langs de lijn ziet zitten of staan – doorgaans herkenbaar aan misschien wel de mooiste trainers pet van het amateurvoetbal – zal niet snel aan zijn gezicht aflezen wat er vanbinnen gebeurt. Maar wat moeten hij en zijn staf trots zijn geweest op de afgelopen week van JOS/Watergraafsmeer. Winnen bij FC Aalsmeer, TEC na een krankzinnige bekeravond uitschakelen en vervolgens SJC verslaan: dat gebeurt niet toevallig. Toch is Plug niet de trainer die vervolgens op een tafel gaat staan om uit te leggen dat dit allemaal dankzij hem is gebeurd. Juist daarin zit een les. In het vakblad van de VVON gaat Plug in, in de laatste uitgave van het vakblad van 2026, en verschijnt eind 2026, op de voorwaarden die volgens hem nodig zijn om als trainer-coach te kunnen presteren. Eén daarvan is de relatie met een technisch manager of technisch directeur of bestuurslid technische zaken. Geef het een naam.

Dat is essentieel volgens de IJmuidenaar. Niet omdat zo iemand de trainer moet vertellen hoe hij moet voetballen, maar omdat trainer en club ieder hun eigen verantwoordelijkheid moeten kunnen nemen. Bij JOS/Watergraafsmeer lijkt die wisselwerking uitstekend te functioneren. Wat daar gebeurt, is knap en geen toeval. Deze week presenteert voormalig prof Plug zijn zelf geschreven en vervaardigde boek, waarin hij uitgebreider ingaat op alles wat hij in die soms wonderlijke (amateur)voetbalwereld heeft meegemaakt. Woensdagavond vindt in Santpoort de presentatie plaats. Gaat het boek een bestseller worden?

Houd beide handen aan het stuur

Eén advies aan iedere ambitieuze amateurclub: houd beide handen aan het stuur. Geef een trainer vertrouwen. Geef hem mogelijkheden. Geef hem verantwoordelijkheid. Laat hem trainen, coachen en zijn eigen keuzes maken. Maar maak hem nooit groter dan de club. Te veel meebuigen kan tijdelijk succes opleveren. Het gevaar ontstaat wanneer een club haar complete technische koers afstemt op één passant. Voor je het weet vertrekt die trainer en ontdek je dat ‘jouw’ selectie volledig naar zijn wensen is ingericht. Dan mag zijn opvolger (lees: de club) opnieuw beginnen. Een trainer komt en gaat. De club moet langer mee. Juist daarom zijn geduld, een duidelijke technische visie en heldere verantwoordelijkheden belangrijker dan het volgende incident, de volgende boze speler of de volgende trainer die vindt dat ‘de neuzen niet meer dezelfde kant op staan’ en club maar moet ingrijpen. Laat de trainer vooral trainer zijn. Maar het stuur? Dat hoort bij de club.

Door: Haldor van Elvedin

Reageren? E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl

En dan nog dit: Wie zich geroepen voelt: meewerken met Het Amsterdamsche Voetbal mag. We kunnen altijd mensen, jong volwassen, volwassen en heel erg ervaren, gebruiken met een scherpe, kritische of juist soepele pen. Fotografen, verslaggevers, columnisten, liefhebbers. Meld je gerust aan. Er is altijd ruimte voor mensen die ook het verhaal achter de uitslag willen schrijven.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!