Dat we goed gelezen en bekeken worden, is een feit. De cijfers liegen niet. Dagelijks zien en horen we terug wat mensen bezighoudt, waar ze op klikken, liken en welke verhalen ze delen. En ja, daarbij valt iets op: goed nieuws en leuke verhalen scoren vrijwel altijd iets minder goed dan berichten met een rauw randje.
Niets menselijks is ons vreemd.
Mensen lezen graag over succes, maar nog liever over strijd, conflict, teleurstelling of controverse. Dat geldt in de (voetbal)politiek, het bedrijfsleven en zeker ook in de (amateur)voetbalwereld. Daar bewegen wij ons dagelijks in, bij Het Amsterdamsche Voetbal. Met open vizier en, waar nodig, een geslepen kritische pen.
Neem de commerciële voetbalscholen die ouders voor veel geld een droom verkopen. Natuurlijk, iedereen mag ondernemen. Maar als je goed inzoomt, blijken veruit de meeste van die concepten vooral uit veel, heel veel, pionnen, gekleurde hesjes en grote woorden te bestaan. Kinderen krijgen een flitsend trainingspak en zomertenue, een gelikte presentatie en een verhaal over kansen en ontwikkeling. Ondertussen eindigt voor 999 van de 1.000 deelnemers die grote voetbaltoekomst precies zoals die voor miljoenen anderen eindigt: buiten het betaalde voetbal.
Uiteraard staan deze organisaties vooraan op hun eigen sociale media te pronken met die ene speler die ooit een training per week volgde en vervolgens is gescout en later misschien doorbreekt. Die borstklopperij is tegelijkertijd aandoenlijk en geestig. Alsof iedereen die ooit een oefenvorm, vaak nog ‘voetbal on-eigen’ vormen, heeft uitgezet (mede)verantwoordelijk is voor de kans bij een profclub. De basis ligt toch echt bij de amateurvereniging en biedt een veel breder palet aan kansen en mogelijkheden. En vooral: levenslessen. De opleiden van eigen BV’s is iets van deze tijd, blijkbaar.
Ook bij verenigingen benoemen we zaken die niet goed gaan. Wangedrag wordt benoemd. Bestuurlijke missers worden besproken. We laten ons informeren, maar informeren ook zelf. En als een club niet kan of wil reageren op vragen, betekent dat niet automatisch dat er niets geschreven kan worden. Soms oogt een verhaal daardoor eenzijdig. Dat is dan simpelweg de consequentie van een keuze die een vereniging zelf maakt.
En ja, wanneer clubs (lees: trainers) vooraf hoog van de toren blazen en vervolgens sportief door het ijs zakken, dan kan er zomaar een zinnetje in een verslag verschijnen dat daaraan refereert. Dat hoort erbij. Zoals er ook trainers en spelers zijn met bijzonder lange tenen. Als verdedigers staan te schutteren en aanvallers geen deuk in een pakje boter schoppen, ligt het volgens sommigen altijd aan iemand anders. En wanneer trainers zichzelf overschatten kun je natuurlijk altijd nog de arbitrage de schuld geven. Hebben ze bijna alles onder controle, ‘verziekt’ de man in het zwart jouw middag. Poeh.
Minstens zo vermakelijk zijn de zelfverklaarde voetbaldeskundigen binnen technische commissies. Vaak blijken het enthousiaste voetbalvaders die ooit ergens in de krochten van het amateurvoetbal actief waren en zichzelf inmiddels als beleidsbepalers zien. Van toeten noch blazen weten, maar wel eigenhandig een trainer naar de uitgang begeleiden zodra de resultaten een paar weken tegenvallen. Dat gebeurt vaak rondom de herfstperiode, als de blaadjes van de bomen vallen. Dan verandert er ook iets in het menselijk gedrag. Zet u dit alvast maar in de agenda. De paniek slaat vaak toe in de maanden oktober en november. Gegarandeerd. En zo voorspelbaar. En dan mag de verenigingsvoorzitter het verhaal met de gebruikelijke open deuren, dooddoeners en (voetbal)clichés naar ons, de media, en u aan elkaar kletsen.
Je kunt natuurlijk ook een zwik spelers in de winterstop aantrekken. Maar dan gebeurt er iets met de groepsdynamiek. Je moet zelf gevoetbald hebben om dat te begrijpen. Nog leuker is het als je een toevallig succesje pakt als interim en vervolgens denkt het spel en het leven uitgevonden te hebben. Sommige ’trainers’ kennen blijkbaar geen schaamte.
Dat is voetbal. Dat zal ook nooit veranderen.
Komend seizoen wordt er opnieuw in iedere klasse een kampioen gekroond. Er zullen weer ploegen degraderen. Soms zit alles mee en valt een seizoen precies jouw kant op. Soms eindig je simpelweg met het puntenaantal dat bij je prestaties past. Hard, maar meestal eerlijk. De nacompetities zijn inmiddels in volle gang. Vreugde en teleurstelling liggen dichter bij elkaar dan ooit. Een doelpunt kan een heel seizoen maken of breken.
Gelukkig duurt het nooit lang voordat een nieuw seizoen zich alweer aandient. Een seizoen waarin wij in Groot Amsterdam opnieuw veel aandacht zullen besteden aan alles wat het amateurvoetbal zo mooi maakt. Met een kritische blik wanneer dat nodig is. Maar net zo goed met waardering voor positieve ontwikkelingen, fraaie wedstrijden, bijzondere prestaties en mooie initiatieven.
Want uiteindelijk schrijven we niet alleen over wat misgaat. We schrijven vooral over wat leeft. Voor het miljoenenpubliek dat ons volgt via de website en sociale media. Onze schrijvers en fotografen staan ook dit weekend weer paraat om u een zo compleet mogelijk beeld te geven van alles wat zich langs de lijn en op het veld afspeelt.
En wie zich geroepen voelt: ook meewerken mag. We kunnen altijd mensen, jong volwassen, volwassen en heel erg ervaren, gebruiken met een scherpe, kritische of juist soepele pen. Fotografen, verslaggevers, columnisten, liefhebbers.
Meld je gerust aan.
Er is altijd ruimte voor mensen die ook het verhaal achter de uitslag willen schrijven.
Door: Haldor van Elvedin
Reageren? E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht