LOUIS VAN GAALPLEIN | Eerbetoon aan een jongen van (r.k.) s.v. de Meer
Op een frisse maar zonovergoten zondagochtend stroomt de kantine van s.v. De Meer langzaam vol. Oud-spelers, clubgenoten, leden, buurtbewoners van de Watergraafsmeer, bewoners van Amsterdam-Oost en familieleden verzamelen zich op de plek waar zovelen ooit begonnen. Sinds zondag heeft het plein ernaast een nieuwe naam gekregen: het Louis van Gaalplein. Een eerbetoon aan de beroemdste zoon van de club, maar ook aan de familie die decennialang het hart vormde van de vereniging.

“De Meer heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn leven”
Louis van Gaal zelf is zichtbaar geëmotioneerd als hij het bord, na een gezellige koffietafel, talloze handtekeningen, foto’s en anekdotes, aan het begin van de middag onthult. “De Meer, dat was toen nog RKSV De Meer, was verbonden aan de parochiekerk van de Heilige Martelaren van Gorcum. Al mijn broers hebben hier gevoetbald en mijn vader was voorzitter van de technische commissie. Deze club speelde een belangrijke rol in mijn leven,” zegt Van Gaal. Van Gaal herinnert zich hoe hij als acht- of negenjarige al op de club mocht komen. Eigenlijk te jong voor de welpen, want de leeftijdsgrens was in die tijd 10 jaar. ,,Dat mijn vader voorzitter was van de technische commissie had daar verder niets mee te maken.” Er wordt veel gelachen. Van Gaal: “We zijn zelfs kampioen van Amsterdam geworden, toen nog AVB, samen met mijn jongere broertje Gérard. Daarna ging ik naar Ajax, op mijn negentiende. De Meer heeft me gevormd; niet alleen als voetballer, maar ook als mens.”

Louis van Gaal kan zich geen specifieke trainingen of wedstrijden van zijn begintijd bij De Meer herinneren, maar de sfeer van die periode staat hem nog helder bij. Hij noemt namen als Frankie van Vuuren en Theo (Tippy) Boots, die nog met zijn oudere broers Ad en Ben speelden. Als jongen reed hij zondags met zijn vader naar de club om hen te zien voetballen. Bij De Meer begon Van Gaal voor het eerst in teamverband te voetballen, een fase die hij later omschrijft als “heel belangrijk” voor zijn ontwikkeling. Via de club werd Van Gaal uiteindelijk door Ajax geselecteerd. Hij woonde destijds in de Watergraafsmeer, op het Galileiplantsoen, en fietste naar de club. Met oud-voorzitter Leo van Vuuren, vriend van het eerste uur, maakte hij zelfs zijn eerste reis door Europa.

Aan de (picknick)tafels worden oude verhalen opgehaald. Oud-speler Frank van Vuuren lacht als hij vertelt over de jonge Louis. “Hij vond zichzelf heel goed, en dat was hij ook. Maar hij was serieus, waar wij soms meer aan het dollen waren.”
Van Vuuren vertelt met een glimlach over zijn eerste herinneringen aan De Meer. Hij kwam destijds over van Aristos, een gerenommeerde club uit Amsterdam-West, waar hij niet in het eerste elftal mocht spelen. Bij De Meer voelde hij zich direct thuis, een echte familieclub. Hij kwam meteen in het eerste elftal en werd in datzelfde jaar kampioen. Een jaar later sloot de jonge Louis van Gaal zich bij het eerste aan, nadat hij uit de A-junioren was doorgestroomd. “Louis was een goede voetballer, maar ook fanatiek,” zegt Van Vuuren. Van Vuuren speelde als rechterspits en herinnert zich hoe Louis hem soms verweet geen goede ballen te geven.

Aan tafel bij de opening van het Louis van Gaalplein voelt het als een reünie van vroeger. Meer dan vijftig jaar na hun kampioenschappen lopen toch nog aardig wat teamgenoten rond. Van Buuren’s broer Frits, de stevige linksback, en René Haen, “een geslepen speler”, komen ter sprake, net als Louis’ bescheiden broer Gérard, “een tijger op het middenveld”. Van Vuuren vertelt ook over de sterke banden binnen de buurt: de familie Van Vuuren, de Sint Lidwinaschool en zelfs zwemlessen bij juffrouw Bakker die even langskomt omdat haar kleinzoon nu bij De Meer speelt. Herinneringen die tonen hoe diep De Meer geworteld is in de gemeenschap. “Het is zo mooi om te zien dat zoveel van die mensen er nog zijn,” besluit hij.

Even verderop herkent oud-jeugdtrainer van de club Andries Jonker, op uitnodiging van Van Gaal ook aanwezig en later Van Gaals assistent bij onder andere FC Barcelona en Bayern München, nog elk hoekje van het terrein en de kantine. “De tegels op de vloer en het beton in de kantine zijn nog hetzelfde,” zegt hij glimlachend. “Hier begon ik als jeugdtrainer van de B1 en D1-jeugd. We organiseerden toernooien met Volendam en DWS, dat was wat. Als iets fout ging, dan had je het zelf gedaan. Daar leerde je echt trainen en leidinggeven.” Jonker, die tien jaar na Van Gaal bij de club kwam, blikt met warme nostalgie terug op zijn jaren bij s.v. De Meer, waar hij zijn eerste stappen zette. “Als wedstrijden werden afgelast, organiseerde ik spontaan oefenduels op het gravelveld tegen grote clubs als Blauw-Wit en DWS, dagen waarop de kantine de hele dag vol zat en de club bruiste van leven. Hij herinnert zich uitstapjes met het B1 jeugdteam, zoals een memorabele busreis naar Club Brugge om Dennis van Wijk te bezoeken, compleet met een humoristisch moment waarop hij onderweg “de alcohol van de mannen moest afnemen.”
Weemoed
Voor Jonker is De Meer de plek waar hij leerde hoe een voetbalclub werkelijk draait: organiseren, verantwoordelijkheid nemen. Hij ziet met weemoed hoe het Amsterdamse voetbal de afgelopen decennia is verschraald, maar prijst clubs zoals De Meer die weten te overleven dankzij een sterk kader, al paste zijn fanatieke instelling niet altijd in het recreatieve karakter. “Maar,” zegt hij, “het was de ideale leerschool.” Met een lach herinnert hij zich zijn oranje Lada (het ‘sinasappel kissie’, in onvervalst Amsterdams) omdat hij in Noord woonde en op parkeerplek één kon zetten, waar de auto dan de hele dag in vol aanzien stond. Ook de ochtenden waarop hij aankwam is een gekoesterde herinnering, nadat ‘meneer en mevrouw Cocu’ als eerste de kantine opende. “Ome Co van de Berg, onze terreinman, liep er dan al rond.”

Oud-speler Jonker schud de hand van Leo Driessen. Ze kwamen elkaar al tegen in de periode 1982 – 1986 als de zaterdag tegen de zondagselectie van De Meer speelde. “Leo was levensgevaarlijk,” zegt hij lachend. “Je wist nooit wat hij ging doen. Ik speelde liever niet tegen hem.”
De ceremonie is niet alleen een eerbetoon aan Louis, maar aan de hele familie Van Gaal – vader, broers en zussen – die allemaal hun sporen nalieten bij de club. “We zijn trots dat we dit plein naar Louis mogen vernoemen,” zegt erevoorzitter Leo van Vuuren. “Louis is hier begonnen, hij is altijd één van ons gebleven.”

Op het nieuwe straatnaambord schitteren de witte letters in het zonlicht. Kinderen rennen over de strak groene (kunst)grasmat waar Van Gaal ooit zijn eerste bal raakte. Zelf glimlacht hij als hij het veld bekijkt: “Waar ik op heb gespeeld, dat was klei en hobbels. Dit is een biljartlaken. Ongelooflijk hoe mooi het is geworden.” De opening van het Louis van Gaalplein, door zijn dochters Brenda en Renate, voelt als een thuiskomst, niet alleen voor Van Gaal, maar voor iedereen die de club in zijn hart draagt.
Verslag en interviews: Harold van Ineveld
Fotografie: Michael Tjon-En-FA
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht