Komende weekend start de tweede divisie na een weekje uitstel vanwege het winterse weer. Ook de vierde divisie start weer op. Met Ted Verdonkschot, tot vorig seizoen trainer van FC Aalsmeer en thans trainer bij de amateurs van rkav Volendam, kijken we nog één keer terug naar 2025 – en de jaren die daarvoor lagen – als trainer-coach van FC Aalsmeer.
De ochtend na terugkeer uit Barcelona klinkt Ted Verdonkschot fit. De hoofdtrainer van RKAV Volendam heeft net als vele amateurploegen een trainingskamp achter de rug dat sportief geslaagd was, maar logistiek eindigde in onzekerheid. De selectie strandde door een geannuleerde vlucht noodgedwongen een etmaal langer in Spanje. Thuis in Haarlem bleek de bank de enige juiste plek voor een gesprek waarin terugblikken, relativeren en vooruitkijken elkaar afwisselen.

Verdonkschot sprak met Het Amsterdamsche Voetbal, waarin hij uitgebreid stilstaat bij zijn periode als hoofdtrainer van FC Aalsmeer. Vier seizoenen waarin hij de club van een sportief en organisatorisch ‘nulpunt’ naar een kampioenschap en promotie naar de Vierde divisie leidde. Een periode die door velen wordt gezien als één van de meest succesvolle hoofdstukken in de recente clubgeschiedenis, maar die ook eindigde met een besluit dat niet voor iedereen gemakkelijk te verteren was.
Niet klagen
Dat ook de terugreis van een trainingskamp problematisch kan zijn, ondervond RKAV Volendam aan den lijve. “Wij hebben nog geluk gehad,” stelt Verdonkschot nuchter, een dag na terugkomst. “We hebben de nacht niet op het vliegveld hoeven doorbrengen. Uiteindelijk konden we een dag later alsnog vertrekken. Daar mogen we niet over klagen.”
Het is een typerende constatering voor een trainer die bekendstaat om zijn relativeringsvermogen. Diezelfde houding typeert ook zijn terugblik op Aalsmeer: met veel trots, maar zonder borstklopperij.

Van EDO tot de top van het amateurvoetbal
De loopbaan van Verdonkschot is er één van lange adem. Zijn trainerscarrière begon in 1997 bij de amateurs van Haarlem, gevolg door een rol als assistent-trainer bij de profs van HFC Haarlem. In 2001 kreeg hij bij HFC EDO voor het eerst de eindverantwoordelijkheid. Twee seizoenen later volgde Rijnsburgse Boys, waar hij zes jaar zou blijven en naam maakte als een trainer die structuur, discipline en prestatiedrang combineerde met oog voor groepsdynamiek. Daarna volgde een reeks clubs op hoog amateurniveau: Young Boys, HHC Hardenberg, Quick Boys, Telstar (als assistent, red.), Koninklijke HFC, IJsselmeervogels en ODIN ’59. Overal liet Verdonkschot sporen na, in de vorm van hoofdprijzen (14 hoofdprijzen in de vorm van kampioenschappen, promoties, district bekers en landelijke beker, red.) of duurzame sportieve groei. “Dit is mijn 29e jaar in de top van het amateurvoetbal,” zegt de gelouterde trainer-coach. “Ik ben inmiddels bij mijn zesde club in de tweede divisie actief. Dat zegt misschien ook iets over continuïteit, maar vooral over het feit dat ik het nog altijd leuk vind.”

Band
Als speler lag zijn hart bij EDO, waar hij het eerste haalde en zo’n 250 wedstrijden speelde. Toch kende hij ook Aalsmeer van binnenuit. Op jonge leeftijd speelde hij er, mede omdat hij destijds werkzaam was op de bloemenveiling. “Het was geen romantisch thuiskomen,” benadrukt hij. “Natuurlijk kende ik mensen, maar dat was voor mij niet doorslaggevend. Wat mij aantrekt, zijn uitdagingen. En Aalsmeer was in 2021 een serieuze uitdaging.” Toen Verdonkschot in de zomer van 2021 instapte bij FC Aalsmeer, bevond de club zich sportief op een laag punt. “Het was eerlijk gezegd een allegaartje,” zegt hij zonder omwegen. “Er zat weinig structuur in. Spelers kwamen en gingen. Er was talent, maar nauwelijks richting.” Na de coronaperiode werd hij door meerdere clubs benaderd, maar geen enkel ‘project’ sprak hem echt aan. Totdat Peter Freke – oud-speler onder Verdonkschot bij Rijnsburgse Boys en inmiddels betrokken bij het selectiebeleid in Aalsmeer – contact opnam. “Hij vertelde dat er een plan lag. Dat ze serieus wilden bouwen. Toen ik met de technische mensen sprak, begon het te leven bij me. Ik dacht: dit is een club die hoger kan, misschien zelfs moet.”
Verdonkschot koos niet voor snelle successen, maar voor een gefaseerde aanpak. “Je stapt op een lager niveau in, maar als je omhoog wilt, moet je spelers ook leren wat daarbij hoort. Dan kan het niet zo zijn dat iemand een training overslaat omdat zijn schoonmoeder jarig is. Dat klinkt hard, maar dat is wel de realiteit van prestatief voetbal.” Er werd geselecteerd en doorgeselecteerd. Er kwamen spelers met ervaring van hoger niveau, zoals Luke Vahle, Oliver Rifai, Mike Vreekamp en Vincent Noordam, die professionaliteit en trainingsintensiteit meebrachten. Tegelijkertijd kregen eigen jongens de kans om door te groeien. “Die combinatie was cruciaal,” zegt Verdonkschot. “Spelers als Daan Vaneman, Steyn Bol en Stefan de Bruin zijn daar voorbeelden van. Dat is ook wat een club graag ziet: eigen jongens die het niveau aankunnen.” Ook jonge spelers uit de regio zoals Thijs Reuvers, Dylan Nieuwendijk, Yassin Kaabouni en niet te vergeten doelman Marijn van Wandelen die kwamen.

‘Vijf man en een paardenkop’
Eén van de meest zichtbare veranderingen voltrok zich langs de lijn. “Toen ik begon, stonden er vijf man en een paardenkop,” herinnert Verdonkschot zich. “Later stonden er zomaar vijfhonderd mensen. Niet bij beslissende wedstrijden, toen was het aanzienlijk drukker, maar ook op gewone zaterdagen.” Er kwam een supportersvereniging bij FC Aalsmeer, de club ging weer leven. “Dat vond ik een mooie bijzaak,” zegt Verdonkschot. “Dat mensen zich weer verbonden voelden met het eerste elftal.”
Sportief gezien was de oogst indrukwekkend: eerst het kampioenschap, daarna promotie naar de vierde divisie. “Dat succes kwam niet vanzelf,” benadrukt Verdonkschot. “De moeilijkste fase is vaak niet het groeien, maar het blijven winnen als iedereen je wil verslaan. Dan krijg je te maken met (hoge) verwachtingen, met meer weerstand. De favorietenrol werkt soms als een rode lap.” Toch slaagde Aalsmeer erin die druk te weerstaan. Volgens Verdonkschot staat deze prestatie in zijn persoonlijke top drie. “Gezien het startpunt: absoluut.”
De selectie bleef grotendeels intact, iets wat op amateurniveau uitzonderlijk is. “Dat kwam niet primair door regionale binding,” nuanceert hij. “Het kwam vooral doordat die jongens het goed hadden, ook met elkaar. Het werd een steeds meer een vriendengroep.” Die onderlinge samenhang zorgde ervoor dat spelers bleven, zelfs toen andere clubs lonkten.

Professioneel
Juist op het moment dat de club sportief floreerde, kwam het besluit om na het seizoen uit elkaar te gaan. “Dat moment raakt je natuurlijk,” erkent Verdonkschot. “Je krijgt signalen, je weet hoe het werkt in de voetballerij. Maar de manier waarop, dat vond ik lastig.” Verdonkschot werd op een dinsdagavond bij het bestuur geroepen. Achteraf bleek ook, ik kreeg een week daarvoor al signalen, dat ze niet met mij zouden doorgaan. Op de dag zelf werd ik ook gebeld door sponsoren dat ze niet verder zouden gaan. Ja, dat doet iets met je. Maar, ik ben te professioneel om daar rancuneus over te zijn of blijven. Het ging mij er meer om dat de manier waarop niet de schoonheidsprijs verdient.”

Goed gevoel
Het afscheid kreeg uiteindelijk een sportief zeer waardig slot: promotie naar de vierde divisie. “Dat vond ik belangrijk,” zegt Verdonkschot. “Voor de spelers, voor de club. Dat je iets nalaat waar ze mee verder kunnen.” Nu, enige tijd later, overheerst tevredenheid. “Ik kijk er met een goed gevoel op terug. Dat is voor mij essentieel. Als ik ergens wegga, wil ik dat mensen me recht in de ogen kunnen aankijken. Ik ben bij alle clubs waar ik werkzaam was welkom, dat zegt voldoende lijkt me.
Sinds dit seizoen is Verdonkschot hoofdtrainer van RKAV Volendam. Een club met een sterke identiteit en een selectie die op tweede divisieniveau speelt zonder financiële vergoedingen. “Dat vind ik bewonderenswaardig,” zegt Verdonkschot. “Dat het ook zo kan.” Zijn focus volledig in Volendam, al sluit hij niets uit. “Je weet nooit hoe het loopt. Maar, zolang ik het leuk vind en de energie voel, ga ik door.” Wat blijft, is een club die weer structuur, ambitie en elan heeft. “Als dat mijn nalatenschap is, dan ben ik tevreden,” besluit Verdonkschot. “Uiteindelijk doe je het niet voor jezelf, maar voor de club waar je op dat moment werkt.” Kijk hier voor de stand in de Tweede divisie. En hier voor de Vierde divisie.
Foto’s: Ton van Eenennaam
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht