Komend seizoen terug naar v.v. Monnickendam
Op een doordeweekse avond op Sportpark Drieburg, terwijl de lichten langzaam aangaan en de stemmen langs de lijn vertrouwd klinken ter voorbereiding op de komende competitiewedstrijd tegen SV Hoofddorp (zondag 25 januari, 14.00 uur) is Dennis Kaars (37) nog altijd dezelfde spits die hij al jaren is: scherp, gedreven. Het is zijn laatste seizoen bij JOS/Watergraafsmeer en dat besef sijpelt steeds vaker door. Komende zomer maakt hij de overstap naar v.v. Monnickendam, de club waar het voor hem allemaal begon. Een transfer zonder transfersom, maar met een emotionele betekenis die zwaarder weegt.
Kaars lijkt niet het type speler dat zijn afscheid groot aankondigt. Geen tromgeroffel, geen lange speeches. Zijn carrière laat zich beter vangen in verhalen langs de lijn, in herinneringen aan doelpunten op winderige zondagmiddagen en in gesprekken in de kleedkamer. Toch is het moment daar om terug te kijken op een loopbaan die zeldzaam rijk was: van dorpsvelden tot profstadions, van jeugdjongen tot boegbeeld binnen het Amsterdamse amateurvoetbal.
De cirkel rond
“Eigenlijk heb ik mijn hele jeugd bij Monnickendam gespeeld,” begint Kaars. “Tot mijn zestiende, en toen nog een half jaartje in het eerste. Daarna ben ik weggegaan – en nooit meer teruggekomen. Tot aankomend seizoen.”
Het ‘nu’ voelt voor hem als het juiste moment. Niet omdat het niet meer gaat, integendeel. Kaars is fit, is de afgelopen anderhalf jaar vrijwel nooit geblesseerd en pakte veel speelminuten. “We draaien goed in de vierde divisie. Fysiek kan ik het nog prima aan. Maar je wordt elk jaar een jaartje ouder, je gaat het anders bekijken.”

Die andere blik komt niet alleen van hemzelf. Thuis spelen ook andere factoren mee. Kaars heeft inmiddels twee jonge kinderen van drie en vijf, en een vrouw die hem al zijn hele carrière steunt. “Na zoveel jaren voetbal, voetbal, voetbal, zei zij: het zou wel schelen als je dicht bij huis gaat spelen. In de derde klasse kan ik naar de thuiswedstrijden rustig fietsen. Dat betekent meer tijd samen, langere vakanties, af en toe echt een vrij weekend omdat er minder wedstrijden zijn. Dat weegt zeker mee.”
Monnickendam lonkte al langer. “Ik heb de afgelopen jaren wel vaker getwijfeld. Maar het voelde steeds net te vroeg. Nu klopt het. Ook omdat ik denk dat ik nog echt iets kan toevoegen.”
Reis
Na zijn vertrek uit Monnickendam begon een reis die Kaars langs vrijwel alle niveaus van het Nederlandse voetbal zou brengen. Via HBOK en Ajax Zaterdag groeide hij uit tot een spits met naam en faam in de regio. Zijn periode bij asv De Dijk betekende een grote doorbraak.

Het seizoen bij De Dijk is inmiddels legendarisch: 41 doelpunten, promotie, en een elftal dat om hem heen werd gebouwd. “Jochem Twisker paste het hele systeem aan op mijn speelstijl. Dat pakte perfect uit. Dat jaar was echt een hoogtepunt.” Daarna volgden nieuwe stappen. Quick Boys, waar hij de winnende doelpunt maakte in de finale van de nacompetitie richting de Tweede Divisie. En uiteindelijk het profvoetbal: FC Den Bosch.

“Dat seizoen bij FC Den Bosch was één groot hoogtepunt,” zegt Kaars zonder aarzeling. “Alleen al het feit dat je dat mag meemaken. De stadions, het dagelijks trainen, de doelpunten die ik daar heb gemaakt. Dat neem je voor altijd mee.”
Zelfs een stage bij Sparta Rotterdam in de Eredivisie kwam voorbij. “Dan zie je hoe hoog het niveau echt ligt. Dat was enorm leerzaam.”
Prijzen en erkenning
Kaars won in zijn loopbaan talloze individuele prijzen. Meerdere keren werd hij uitgeroepen tot beste speler van het Amsterdamse amateurvoetbal. Hij ontving gouden en zilveren schoenen als topscorer, en zijn naam dook regelmatig op in landelijke media. “Vier of vijf schoenen, geloof ik,” zegt hij bescheiden. “Ik heb het nooit precies bijgehouden.”
Wat hem misschien nog het meest typeert, is dat hij die erkenning altijd koppelt aan zijn omgeving. “Voetbal doe je nooit alleen. Ik heb bijna overal gespeeld in teams die voor promotie of een kampioenschap gingen. Dat lukt alleen als alles klopt.”

Het Amsterdamse amateurvoetbal zit diep in zijn DNA. Clubs als HBOK, Ajax Zaterdag, asv De Dijk en JOS/Watergraafsmeer vormden samen het decor van een carrière waarin prestatie en plezier hand in hand gingen. “Dat is ook wat JOS/Watergraafsmeer nu zo mooi maakt. Het is prestatief, maar de druk is niet verstikkend. Hard werken, goed trainen en vooral genieten.”
Trainers & teamgenoten
Gevraagd naar trainers die indruk maakten, begint Kaars te lachen. “Eigenlijk te veel om op te noemen. Van elke trainer heb ik wel iets geleerd.” Toch springt één naam eruit in het heden: Richard Plug, huidig trainer bij JOS/Watergraafsmeer. “Wij lijken qua karakter veel op elkaar. Hij is zelf natuurlijk voetballer geweest, ook op latere leeftijd pas gestopt. Hij weet hoe het is. En hij gaat met veel respect om met oudere spelers. Dat werkt voor mij.”
Ook teamgenoten hebben zijn carrière kleur gegeven. Bij asv De Dijk vormde hij een dodelijk duo met Nabil ‘Pietje’ El Gourari. “Hij technisch, ik doelgericht. Dat klikte perfect.” Bij JOS/ Watergraafsmeer speelt hij opnieuw samen met Tony Tol, met wie hij jaren eerder al successen vierde bij asv De Dijk. “Het is mooi om mensen in verschillende fases van je carrière weer tegen te komen.”

En dan zijn er de vriendschappen. Bij HBOK speelde Kaars ooit samen met zijn beste vrienden. “Dat was misschien wel het grootste hoogtepunt. Niet het hoogste niveau, maar wel het meest bijzonder. Met je vrienden samen op het veld staan, dat is onbetaalbaar.”
Podium
Dat JOS/Watergraafsmeer zijn laatste club op hoog amateurniveau zou zijn, voelt voor Kaars logisch. “Toen ze mij twee jaar terug belden, was ik eerlijk gezegd verrast. Ik speelde toen al wat lager. Maar ik zag het als een kans om nog één keer een stap omhoog te maken.” Die keuze pakte goed uit. JOS/Watergraafsmeer draait mee in de vierde divisie, speelt aantrekkelijke wedstrijden en doet mee om de prijzen. “Je beleeft het bewuster. Je weet: hierna ga je alleen nog maar omlaag in niveau. Dus je geniet extra van wedstrijden tegen clubs als Ajax of van nacompetitie-duels.”
Het doel is duidelijk: het seizoen zo mooi mogelijk afsluiten. “Kampioen worden zou een droom zijn. Voor mij persoonlijk, maar ook voor de club. Dat zou een perfecte afsluiting zijn.”
Wat blijft, wat verdwijnt?
Wat gaat Kaars missen als hij straks een stap terugdoet? “De trainingen. Hoe hoger het niveau, hoe beter de trainingen. Dat ga je merken. En natuurlijk die echte topwedstrijden.” En wat juist niet? Hij hoeft niet lang na te denken. “De verplichtingen. De lange voorbereidingen, twee-drie keer per week trainen, verre uitwedstrijden. Dat hakt er toch in, zeker met een gezin.” In Monnickendam ligt alles om de hoek. “Eén minuut fietsen. Dat is luxe. Even de kinderen naar bed brengen en dan trainen. Dat zijn kleine dingen, maar ze maken een groot verschil.”

Vooruitkijken
Over de toekomst na het actieve voetbal is Kaars nuchter. Trainer worden sluit hij niet op voorhand helemaal uit. “Het lijkt me leuk. Maar dan heb je weer verplichtingen, misschien nog meer dan als speler. Dat moet passen.” Bij clubs als JOS/Watergraafsmeer ziet hij hoe oud-spelers betrokken blijven. “Dat doen ze goed. Misschien is dat bij Monnickendam ook een mooie stap, ooit. Maar voorlopig wil ik gewoon nog spelen.” Derde klasse of niet: de ambitie blijft. “Lekker knallen,” zegt hij met een glimlach. “Ik voel me fit, heb er zin in, en ik denk dat ik nog steeds van waarde kan zijn.”
Balans
Als de nacht bijna valt op Drieburg en Kaars zijn tas inpakt, blijft vooral één indruk hangen: die van een voetballer die alles uit zijn loopbaan heeft gehaald. Niet alleen in doelpunten en prijzen, maar in ervaringen, mensen en verhalen. Dennis Kaars keert terug naar Monnickendam, niet om afscheid te nemen, maar om de cirkel te sluiten. Waar het begon, mag het straks ook rustig eindigen – op zijn eigen voorwaarden. En dat past perfect bij een carrière die altijd in balans is geweest tussen ambitie en plezier, tussen het veld en het leven daarbuiten.
En dan nog dit….
Boris Santen, Jurre Duijn en Timo van Roemburg blijven de club JOS/Watergraafsmeer ook komend seizoen trouw en hebben hun verblijf met een jaar verlengd.
Voor Santen betekent dat alweer zijn vijfde seizoen, Duijn gaat op voor jaar vier en Van Roemburg begint aan zijn tweede jaar. Drie bekende gezichten dus, met elk hun eigen rol en ervaring, die ook volgend jaar onderdeel blijven van de selectie.
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht