Vijfde plaats vergeten: waarom Amsterdam alweer over de titel praat

Een paar maanden geleden was het stil in Amsterdam. Vijfde plaats, geen titelstrijd, en pas via de play-offs tegen FC Groningen en FC Utrecht alsnog Europees voetbal veiliggesteld. Geen seizoen om over naar huis te schrijven. En toch is het alweer zover: de zomer is voorbij, de eerste competitiewedstrijden gespeeld, en in de kroeg, op X en bij de koffieautomaat gaat het weer over hetzelfde. Kan Ajax dit jaar meedoen om de titel?

Dat is het rare aan deze club. Een teleurstellend seizoen verdwijnt niet, maar het lijkt in de zomer wel even minder te wegen. De discussie verschuift vanzelf naar nieuwe namen, vertrekkende spelers, talenten uit de eigen jeugdopleiding, tactische ideeën van de trainer, en de eeuwige vergelijking met PSV en Feyenoord. Niemand praat in augustus nog serieus over die vijfde plaats van vorig seizoen. Het gaat weer over waar Ajax kan eindigen.

Succes is bij Ajax geen bonus

Dat mechanisme komt niet uit het niets. Ajax heeft in decennia een standaard opgebouwd waarin winnen niet de uitzondering is, maar de verwachting. Prijzen pakken, aanvallend voetbal spelen, zelf je sterspelers opleiden, jonge jongens laten doorbreken en in Europa meetellen: dat is niet alleen geschiedenis, het is een soort contract tussen club en supporter. En dat contract wordt niet ieder jaar opnieuw onderhandeld, het ligt er gewoon.

Het probleem met zo’n rijke geschiedenis is dat de lat nauwelijks structureel omlaag kan. Een middenmoter kan tevreden zijn met een seizoen zonder degradatiezorgen. Bij Ajax accepteert niemand dat als eindpunt, hooguit als dieptepunt waar je weer vanaf moet.

Het gaat trouwens niet alleen om de uitslag. Ajax-supporters kijken ook naar hóé er gewonnen wordt. Een schrale 1-0 zege waarin nauwelijks gecombineerd wordt, kan al discussie opleveren, ook al staan de drie punten binnen. Dat betekent dat een Ajax-trainer eigenlijk twee opdrachten tegelijk heeft: winnen, én het herkenbare Ajax-voetbal laten zien. Die dubbele eis maakt de verwachtingen vanzelf nog wat zwaarder.

De zomer als optimisme-machine

Er is soms weinig voor nodig om die verwachtingen weer op te bouwen. Drie goede oefenwedstrijden, één aankoop die er in de eerste trainingen al uitziet als precies de speler die vorig seizoen ontbrak, en een jeugdspeler die met bravoure een basisplek claimt. Voor je het weet gaat het in Amsterdam niet meer over vorig seizoen, maar over hoeveel punten Ajax dit keer boven PSV kan eindigen.

Iedere voetbalsupporter herkent dat gevoel wel, bij welke club dan ook. Bij Ajax wordt het alleen versterkt doordat mensen uit ervaring weten dat deze ploeg soms in relatief korte tijd van gedaante kan wisselen. Een paar goede transfers, een trainer die de puzzel snel legt, en de krachtsverhoudingen in Nederland zien er ineens anders uit.

Wat de transferzomer echt verandert

Ajax hoeft niet al in juni de sterkste selectie van Nederland te hebben. De vraag die er in augustus toe doet, is hoe die selectie eruitziet zodra de transferperiode is afgesloten. Het vertrek van één bepalende speler kan een hele ploeg van gedaante doen veranderen. Een onverwacht goede aankoop kan hetzelfde effect hebben, maar dan de andere kant op.

Dat geldt natuurlijk niet alleen voor Ajax. Ook bij PSV en Feyenoord vertrekken sterspelers, vallen er blessures, komen er nieuwe namen bij en maken trainers andere keuzes. Die veranderende krachtsverhoudingen worden de hele zomer breed besproken: supporters vergelijken selecties, analisten wegen transfers tegen elkaar af, en zij die wedden op voetbal stellen voortdurend dezelfde vraag: welke ploeg is favoriet.

En dat is precies waarom de verwachtingen van Ajax in juni iets anders wegen dan die vlak voor de eerste competitiewedstrijd. De vraag is nooit alleen of Ajax beter geworden is. De vraag is of Ajax voldoende verbeterd is ten opzichte van PSV en Feyenoord.

De jeugd doet de rest

Bij Ajax is de selectie van augustus bovendien zelden de ploeg die het seizoen uiteindelijk bepaalt. Een talent dat in de voorbereiding nog nauwelijks in beeld is, kan in november al basisspeler zijn. Dat is precies wat deze club al decennia onderscheidt van de meeste concurrenten, en het voedt ieder jaar opnieuw het optimisme. Er hoeft maar één jeugdspeler onbevangen te scoren en de gesprekken in Amsterdam veranderen van toon.

De keerzijde van hoge verwachtingen

Diezelfde verwachtingen hebben ook een prijs. Een paar tegenvallende wedstrijden en de onrust is terug. Nieuwe spelers worden na een handvol duels al beoordeeld, trainers krijgen weinig ruimte om te bouwen, en jonge spelers worden soms al vroeg vergeleken met de generatie voor hen. De cultuur die Ajax groot heeft gemaakt, is dus tegelijk de cultuur die herstel na een tegenvaller lastiger maakt. Het is geduld noch geduldig zijn dat bij deze club hoog scoort.

Ajax blijft Ajax

Spelers vertrekken, trainers komen en gaan, bestuurders wisselen elkaar af, en een hele selectie kan binnen een paar jaar vernieuwd zijn. Eén ding blijkt daarbij opvallend hardnekkig: de overtuiging dat Ajax uiteindelijk weer bovenaan hoort te staan.

Een vijfde plaats verandert een eindstand. Het verandert niet het zelfbeeld dat in tientallen jaren is opgebouwd.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)