Toen A.S.V. De Germaan op 15 maart 2013 haar honderdjarig bestaan vierde, overheerste trots. De Amsterdamse volksclub had twee wereldoorlogen, economische crises, verhuizingen en sportieve hoogte- en dieptepunten doorstaan. Onder het motto ‘De Germaan, een eeuw jong’ keek voormalig voorzitter Rein Slemmer destijds met bewondering terug op een rijke historie, maar ook met enige zorg vooruit. De vraag was: heeft de club nog toekomst?
Dertien jaar later, in 2026, kan worden vastgesteld dat De Germaan heeft bewezen over een bijzonder aanpassingsvermogen te beschikken. De club bestaat niet langer in haar oorspronkelijke vorm, maar leeft voort in de fusievereniging Germaan/De Eland.
Wittenstraat
De geschiedenis van De Germaan begon op 13 maart 1913 in de Amsterdamse Wittenstraat. Opgericht als Wit-Blauw, maar een jaar later omgedoopt tot De Germaan, groeide de vereniging uit tot een bekende naam in het Amsterdamse amateurvoetbal. De club kende successen in de Amsterdamse Voetbalbond, promoveerde naar de KNVB en bouwde een reputatie op als een hechte volksvereniging waar saamhorigheid centraal stond. Vooral aan de Spaarndammerdijk beleefde De Germaan gouden jaren, met grote jeugdtoernooien en ontmoetingen met clubs uit binnen- en buitenland.
Toen het honderdjarig jubileum werd gevierd, telde de vereniging nog negen seniorenteams, maar ontbrak een jeugdafdeling. Met 175 leden en een groeiend tekort aan vrijwilligers stonden de eerste signalen van verandering al op de agenda. Voorzitter Rein Slemmer waarschuwde destijds dat fusies en schaalvergroting steeds vaker onderwerp van gesprek waren binnen de voetbalwereld.
Profetisch
Die voorspelling bleek profetisch. In 2015 fuseerde De Germaan met stadsgenoot SC De Eland. Beide verenigingen zagen dat samenwerking noodzakelijk was om toekomstbestendig te blijven. Onder de naam Germaan/De Eland werd gekozen voor een gezamenlijke koers op Sportpark De Eendracht. De nieuwe vereniging zette aanvankelijk sterk in op het zondagvoetbal en werkte aan een stabiele sportieve basis.
Sportief kende de fusieclub wisselende jaren, maar de belangrijkste overwinning werd buiten het veld geboekt. Waar veel traditionele Amsterdamse amateurclubs verdwenen, wist Germaan/De Eland te overleven. De waarden die De Germaan meer dan een eeuw kenmerkten – vrijwilligerswerk, clubliefde en verbondenheid – bleven behouden binnen de nieuwe vereniging.
Anno 2026
Anno 2026 is het voetbal sterk veranderd. Vrijwilligers zijn nog steeds schaars en amateurverenigingen staan onder druk van stijgende kosten en veranderende vrijetijdsbesteding. Toch blijkt de keuze voor samenwerking achteraf een logische en succesvolle stap. De club die in 1913 begon als Wit-Blauw bestaat formeel niet meer, maar haar erfgoed leeft voort op de velden van De Eendracht.

Misschien is dat wel de grootste overwinning van De Germaan. Niet het honderdjarig bestaan in 2013, maar het feit dat de clubcultuur ook na fusies, veranderingen en maatschappelijke ontwikkelingen is blijven bestaan. Waar toenmalig voorzitter Rein Slemmer destijds hoopte op een mooie toekomst, kan in 2026 worden geconcludeerd dat de geest van De Germaan nog altijd (spring)levend is.
“De grootste overwinning van De Germaan was niet een kampioenschap. Het was dat we al ruim honderd jaar bestaan. Dat lukt alleen als generaties mensen hun hart aan dezelfde club geven.”
– Rein Slemmer, mei 2026
Wanneer Rein Slemmer over De Germaan praat, lijkt het alsof de tijd even stilstaat. Zijn stem verraadt trots, soms weemoed, maar vooral liefde voor de club waar hij bijna zijn hele leven aan verbonden was. Speler, jeugdtrainer, selectietrainer, voorzitter, vrijwilliger – er is nauwelijks een functie die hij niet heeft vervuld. Twintig jaar stond hij aan het roer van de Amsterdamse volksclub. In mei 2026 kijkt hij terug op een voetballeven dat begon in de Spaarndammerbuurt en uitgroeide tot een verhaal over vriendschap, saamhorigheid en de veranderingen in het Amsterdamse amateurvoetbal.
Slemmer werd geboren op 27 november 1956. Als tiener kwam hij via zijn zwager terecht bij De Germaan. Het was een tijd waarin voetbalclubs nog echte buurtverenigingen waren. “Alles kwam uit de wijk,” vertelt hij. “Vanuit school, vanuit de straat, vanuit de gezinnen. Iedereen kende elkaar. De jongens waarmee je op straat voetbalde, zag je later terug op het veld. Dat was heel anders dan nu.” Hij begon in de A-junioren en stroomde op zijn achttiende door naar het eerste elftal. Uiteindelijk speelde hij meer dan twintig jaar in het vlaggenschip van de club. Tussen 1979 en 1982 kreeg hij zelfs de kans om betaald voetbal te spelen bij FC Amsterdam, destijds een gevestigde naam in het Nederlandse voetbal.

“Dat was natuurlijk prachtig,” zegt hij. “Ik voelde me vereerd dat ik daar mocht spelen. Maar De Germaan bleef altijd mijn club. Als ik zelf niet hoefde te spelen, stond ik gewoon langs de lijn bij het eerste.”
Een club als tweede familie
Wie Slemmer vraagt wat De Germaan bijzonder maakte, krijgt geen verhaal over kampioenschappen of promoties. Zijn antwoord gaat over mensen. “Het was één grote familie. Dat klinkt misschien cliché, maar zo voelde het echt. Je ging samen trainen, samen voetballen, samen een biertje drinken. Je kende elkaars ouders, broers, zussen en kinderen.” In de jaren zeventig draaide het sociale leven van veel buurtbewoners om de voetbalclub. De zondag was heilig. De hele week leefde men toe naar de wedstrijd.
“Door de week werkte je. Op zondag speelde je voetbal. Dat was je ontspanning, je uitlaatklep. Daar leefde je naartoe.” De derby’s tegen clubs als SNA, APGS, SDW en De Eland waren hoogtepunten op de kalender. Op het veld kon het er stevig aan toegaan, maar na afloop stond iedereen samen in de kantine. “Dan dronk je een biertje met elkaar. Dat hoorde erbij. Rivaliteit duurde negentig minuten. Daarna was het gewoon gezellig.”

Internationale allure aan de Spaarndammerdijk
Een van de mooiste herinneringen van Slemmer is zonder twijfel het internationale jeugdtoernooi dat De Germaan jarenlang organiseerde. Het evenement groeide uit tot een begrip in het Nederlandse amateurvoetbal. Grote clubs als Feyenoord, ADO, Velox en zelfs buitenlandse deelnemers uit Engeland, Duitsland en Italië kwamen naar Amsterdam-West. “Dat was misschien wel het mooiste wat we hadden,” vertelt hij. “Wij waren een amateurclub, maar kregen ploegen als Bournemouth, Torino en Feyenoord op bezoek. Dat vonden we geweldig.”
De buitenlandse spelers verbleven vaak bij gastgezinnen van clubleden. “Dat was heel normaal. Mensen namen spelers gewoon in huis. Zo bouwde je contacten op die soms jarenlang bleven bestaan.” Voor de jeugd van De Germaan voelde het alsof de voetbalwereld even naar hun eigen club kwam.

De profjaren bij FC Amsterdam
Hoewel De Germaan altijd zijn thuisbasis bleef, vormden de drie jaren bij FC Amsterdam een bijzonder hoofdstuk.
Onder trainer Dick Stoop speelde Slemmer in het Olympisch Stadion. Hij maakte de laatste jaren van de club mee, waarin de belangstelling van het publiek langzaam afnam. “We hadden geweldige persoonlijkheden in de selectie. Het was een mooie tijd. Maar toen mijn knieproblemen begonnen, moest ik uiteindelijk stoppen.” De stap terug naar De Germaan voelde nooit als een teleurstelling. “Daar lag mijn hart. Dat veranderde niet.”

Van speler naar bestuurder
Na zijn actieve carrière bleef Slemmer vrijwel dagelijks op het sportpark te vinden. Hij trainde jeugdteams, begeleidde selecties en vervulde verschillende bestuursfuncties. Zijn gezin draaide daarin volledig mee. “Mijn vrouw deed kantinediensten. Mijn kinderen liepen rond op de club. We waren er allemaal.” Toen hij voorzitter werd, kwam De Germaan in een andere fase terecht. De samenleving veranderde. Vrijwilligers werden schaarser. De jeugd verdween langzaam uit de buurtclubs. “Vroeger hadden wij geen computers, geen telefoons en geen social media. Wij hadden een bal. Dat was alles wat we nodig hadden. Tegenwoordig hebben kinderen veel meer keuzes.”
Die maatschappelijke verandering had grote gevolgen. Waar De Germaan ooit een bloeiende jeugdafdeling kende, verdwenen steeds meer teams. Het ledenbestand vergrijsde en het aantal vrijwilligers liep terug.

Het honderdjarig bestaan
Toch kende de club in 2013 nog een absoluut hoogtepunt: het honderdjarig jubileum. De vereniging, opgericht in 1913, bereikte een mijlpaal die steeds minder amateurclubs halen. “We waren ontzettend trots. Het feest was geweldig. Iedereen die iets voor de club had betekend, werd in het zonnetje gezet.” Het jubileumfeest werd uiteindelijk gehouden in het grotere clubgebouw van rugbyvereniging AAC, naast Sportpark De Eendracht.
“We hebben er echt iets bijzonders van gemaakt.” Voor Slemmer symboliseerde het jubileum meer dan alleen een verjaardag.“ Dat honderd jaar bestaan, dat was misschien wel onze grootste overwinning.”

De moeilijke keuze
Maar achter de feestvreugde lag een harde realiteit. Het aantal elftallen liep terug. De toekomst van zelfstandige amateurverenigingen werd steeds onzekerder. In 2015 volgde daarom een ingrijpende beslissing: De Germaan fuseerde met SC De Eland. De nieuwe vereniging ging verder onder de naam Germaan/De Eland. “Dat was moeilijk,” erkent Slemmer. “Maar we moesten wel. Anders had De Germaan waarschijnlijk geen toekomst meer gehad.”
Volgens hem vormde De Eland een logische partner. “Ze hadden nog spelers en teams. Samen konden we verder.” Na de fusie stopte hij in 2016 als voorzitter.

Een andere voetbalwereld
Anno 2026 kijkt Slemmer met gemengde gevoelens naar het huidige amateurvoetbal. Waar De Germaan in zijn hoogtijdagen tientallen teams had, zijn er tegenwoordig nog slechts enkele veteranenteams actief binnen Germaan/De Eland. “Het is niet meer wat het was,” zegt hij eerlijk.
Toch wil hij niet alleen somber zijn. Sportpark De Eendracht bruist nog altijd van activiteit. Rugby, tennis, padel en andere sporten zorgen ervoor dat het terrein leeft. “Er gebeurt nog genoeg. Alleen veel minder voetbal.”

De erfenis
Wat blijft er over van een club die ooit een begrip was in Amsterdam-West? Voor Rein Slemmer is het antwoord eenvoudig. “De mensen.” Hij denkt aan de kampioenschappen, aan de derby’s, aan de supporters die hem na een verloren wedstrijd kritisch opwachtten. Aan de internationale toernooien. Aan de vriendschappen voor het leven. Veel van die generatiegenoten zijn inmiddels overleden. “We zijn er al heel wat kwijtgeraakt.” Toch leeft De Germaan voort in verhalen, fotoalbums, herinneringen en oude clubbladen. En in mensen zoals Rein Slemmer. Na zestig jaar betrokkenheid staat hij niet meer wekelijks langs de lijn. Maar het voetbal blijft trekken. Tegenwoordig volgt hij vooral zijn dertienjarige kleinzoon, die hoog voetbalt en zelfs op de radar van menig profclub is verschenen.
“Dat wordt nog spannend,” lacht hij. Misschien slaat talent inderdaad een generatie over, zoals hij zelf grappend zegt. Maar één ding staat vast: wie naar het leven van Rein Slemmer kijkt, ziet niet alleen het verhaal van een man. Het is ook het verhaal van een Amsterdamse volksclub die generaties lang het hart van een buurt vormde. Een club die veranderde, fuseerde en kleiner werd, maar die in de herinneringen van haar leden nog altijd even groot is als vroeger.
Met dank aan: allen die bijdroegen en in het bijzonder Rein Slemmer
Foto’s: privé album R. Slemmer
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht