JOS/Watergraafsmeer heeft woensdagavond afscheid genomen van de Eurojackpot KNVB Beker, maar deed dat met opgeheven hoofd. De Amsterdamse vierde divisionist verloor op sportpark Goed Genoeg met 1-3 van NAC Breda. Toch ging het na afloop niet uitsluitend over de uitschakeling. Voor Jari Polm en Mees Binnekamp werd het een avond die ze niet snel zullen vergeten. De één speelde enkele maanden geleden nog in de zondag derde klasse bij Swift, de ander in de zondag tweede klasse bij ZSGOWMS. Beiden droomden van een stunt en Binnekamp baalde vooral dat hij zelf niet tot scoren kwam. Twee spelers met verschillende achtergronden, maar met dezelfde overtuiging: JOS heet het NAC bijzonder lastig gemaakt, de ploeg uit Breda mocht in de rustpauze van geluk spreken dat het niet op achterstand stond.
Het zijn de avonden waarvoor amateurvoetballers jarenlang trainen, offers brengen en iedere week opnieuw hun voetbalschoenen aantrekken. Een wedstrijd tegen een betaaldvoetbalorganisatie, een vol sportpark, familie en vrienden langs de lijn en de wetenschap dat één bijzondere prestatie voldoende kan zijn om geschiedenis te schrijven. Voor JOS/Watergraafsmeer werd het woensdagavond (bijna) zo’n bijzondere gelegenheid. De ploeg van trainer Richard Plug mocht zich op het terrein van AFC meten met NAC Breda. De uitslag van 1-3 betekende het einde van het bekeravontuur, maar de herinneringen zullen bij veel spelers nog lang blijven hangen. En misschien zelfs wel een beetje het zuur als nasmaak.
Vooral voor Jari Polm, met ook het hoogste cijfer na afloop achter de naam, kreeg de avond een bijzonder karakter. De doelpuntenmaker van de Amsterdamse ploeg speelde vorig seizoen nog bij Swift zondag, waar hij onder trainer Bart Woldberg als aanvoerder actief was in de derde klasse. Enkele maanden later stond hij tegenover NAC Breda en maakte hij de gelijkmaker: 1-1.

Van aanvoerder in de derde klasse naar doelpuntenmaker tegen NAC
Wie Polm na afloop aankeek, zag vooral een voetballer die nauwelijks kon bevatten hoe snel zijn sportieve omstandigheden waren veranderd. “Dit was sowieso al een heel leuke dag. We hadden echt heel veel mensen hier. Het was een lange voorbereiding van twee weken, met wedstrijdtickets kopen en alles. Maar ik heb afgelopen seizoen nog in de derde klasse gespeeld. Al mijn teamgenoten van afgelopen jaar zijn hier naartoe gekomen. Mijn vriendin, mijn vrienden. Wij spelen niet vaak voor zoveel mensen die naar ons komen kijken. Dat geeft extra energie.”
De spanning begon al ruim voordat de wedstrijd daadwerkelijk van start ging. “Ik was de hele dag een beetje zenuwachtig. Je wacht op het moment dat je eindelijk kunt spelen. En dan komt dat moment. Natuur was er de gezonde spanning. Dat hoort erbij. Maar ik vind dat juist leuk.”
Het contrast met zijn vorige voetbalomgeving is enorm. Waar Polm vorig seizoen nog op de amateurvelden in de derde klasse (het 8e niveau van Nederland, red.) speelde, stond hij nu voor een groot publiek tegenover een professionele opponent. “Het is een beetje ongelooflijk. Afgelopen seizoen had ik niet verwacht dat het echt zo snel kon gebeuren. Of er nu tweeduizend mensen kijken of vijftig, dat maakt mij eigenlijk niet uit. Daar word ik niet extra zenuwachtig van. Maar wat wel het verschil maakt is het tempo, dat is veel sneller. Dat voel je wel. Je moet sneller handelen, je moet sneller denken. De bal gaat sneller en dat is gewoon leuk. Daar word je vanzelf beter van.”

‘Ik wist helemaal niet hoe ik mijn doelpunt moest vieren’
Het absolute hoogtepunt voor Polm kwam toen hij de gelijkmaker (1-1) voor zijn rekening nam. De Amsterdamse aanhang veerde op en ineens leek een bekerstunt niet langer een (onbereikbare) droom. Voor de doelpuntenmaker zelf ging het allemaal razendsnel. “Ik scoor niet vaak. Ik schiet ook niet vaak. De bal werd nog aangeraakt door een verdediger en ging het doel in. Daarna ging alles zo snel. Ik had er helemaal niet over nagedacht hoe ik een doelpunt zou vieren.”
Een voorbereiding op zijn eigen feestmoment had hij dus niet getroffen. “Ik wist echt niet wat ik moest doen, maar ik wilde altijd al een sliding maken, haha. Het met het team vieren was echt geweldig. Je hoort ook iedereen je naam roepen. Dat geeft zoveel extra energie. Het was alleen jammer dat we nog nét voor rust die 1-2 tegen kregen.”
Dat tegendoelpunt zorgde voor een flinke teleurstelling in de Amsterdamse kleedkamer. De spelers van JOS watergraafsmeer hadden in meerdere fases al gevoeld dat er mogelijkheden lagen tegen de Bredase profs. En dat was een understatement want de ploeg van Rick Kruijs hadden het behoorlijk moeilijk in Amsterdam en dat was de volledige verdienste van JOS. “We zaten goed in de wedstrijd. Zo voelde het. Met 1-2 achter ga je dan naar de kleedkamer. Iedereen was een beetje boos dat we in de laatste minuut nog dat tegendoelpunt kregen. Maar we hadden ook het gevoel dat het nog kon. We hadden genoeg kansen en dachten dat we die in de tweede helft ook zouden krijgen. Ik denk dat NAC het beter heeft gedaan in de tweede helft.”

Een voetbalreis via Duitsland en Amerika
Het verhaal van Polm gaat verder dan zijn opmerkelijke overstap van de derde klasse naar de Vierde Divisie. De voetballer deed ervaring op in Duitsland en de Verenigde Staten. Daardoor was hij er zelf al langer van overtuigd dat hij op een hoger niveau uit de voeten kon. Swift (za.) en Ajax (nu beiden in de eerste klasse) zagen het blijkbaar niet zitten, Bij JOS voelde Polm het vertrouwen: “Ik dacht wel dat ik me zou kunnen aanpassen. De reden waarom ik hier niet direct op dit niveau kon spelen, was mede omdat ik niemand echt goed kende. Ik moest op lagere niveaus spelen om te laten zien dat ik wél kon voetballen. Ik heb altijd geweten dat ik dit niveau aankon, maar ik wist niet of ik die kans wel zou krijgen.”
Ook zijn wissel werd een apart moment dat wel zal blijven hangen. Terwijl Polm het veld verliet, kreeg hij veel applaus vanaf de tribunes. “Dat doet zeker iets met je. Maar je moet ook reel blijven. Ik heb één doelpunt gemaakt en dat was het.” Van zelfoverschatting wil de voormalig Swift-aanvoerder niets weten. Ook weigert hij het doelpunt tegen NAC automatisch tot het hoogtepunt van zijn carrière uit te roepen. “Ik heb in Amerika ook enkele hoogtepunten meegemaakt. Daar hebben we ook zo’n bekeravontuur beleefd. Dat was ook heel leuk. Maar als we tegen NAC hadden gewonnen, dan was dit zeer zeker mijn hoogtepunt geworden.”

Mees Binnekamp: ‘Ik lag er wakker van’
Waar Polm terugkijkt op een bijzonder persoonlijk succes, overheerst bij spits Mees Binnekamp vooral de teleurstelling dat JOS niet meer uit de wedstrijd heeft gehaald. De aanvaller, die dit seizoen regelmatig zijn doelpunten meepikt, had vooraf serieus gehoopt op een volgende bekerwedstrijd. “Ik was nerveus, maar het was heel leuk om mee te maken. Ik lag er serieus wakker van en hoopte dat we zouden winnen. Ik wilde nog wel zo’n wedstrijd spelen, maar NAC was woensdagvond net iets te sterk.”
Binnekamp voelde tijdens de wedstrijd dat het verschil tussen beide ploegen minder groot was dan vooraf misschien werd aangenomen. “Wij hadden op voorsprong kunnen komen. Die 2-1 vlak voor rust is gewoon echt klote. Als je met 1-1 de rust in gaat, heb je echt een heel andere wedstrijd.”
Vooral de gelijkmaker van Polm had iets losgemaakt binnen de Amsterdamse ploeg. “Toen kregen we het gevoel dat het ineens wel kon. Dat we van zo’n eerste divisie ploeg konden winnen. Dat je toch kunt scoren tegen zo’n ploeg.” Binnekamp zag bovendien dat de spelers van NAC moesten werken voor hun resultaat. “Zij vonden het ook lastig. Bij de aftrap na rust zeiden ze al dat we goed stonden en goed speelden. Maar daar heb je aan het einde van de dag niks aan. We hadden gewoon in de tweede helft die 2-2 moeten maken. Of eigenlijk daarvoor zelf al op 2-1 moeten komen. De kansen dwongen we af met ons goede spel.”

‘Ik wil gewoon een doelpunt maken’
Dat Binnekamp zo kritisch naar zijn eigen optreden kijkt, past bij zijn karakter als spits. Hij wil belangrijk zijn, het verschil maken en vooral doelpunten produceren. Hoewel hij zich fysiek knap staande hield tegen de Bredase verdedigers, was hij niet tevreden over zijn persoonlijke bijdrage. “Nee, want ik heb niet gescoord. Ik heb oké gespeeld, maar ik had er eentje willen en moeten maken.”
Een doelpunt weegt voor hem zwaarder dan complimenten over zijn inzet of het fungeren als aanspeelpunt. “Ik ben eigenlijk niet echt in de gelegenheid gekomen om minimaal één doelpunt te maken. Daar baal ik wel heel erg van.” Ook over enkele arbitrale beslissingen was de spits na afloop niet tevreden. Volgens Binnekamp had ploeggenoot Tristan Buis aanspraak kunnen maken op een strafschop. “Ik vond eigenlijk dat Tristan twee penalty’s moest krijgen. Eentje in de eerste helft en eentje in de tweede helft.” Zelf kreeg Binnekamp eveneens te maken met scheidsrechter Smit, die hem aansprak op zijn fysieke manier van spelen. “Hij vond dat ik te ruw was. Maar het zijn gewoon duels. Zij zitten ook continue aan mij. Op een gegeven moment begon ik tegen hem te schreeuwen, daar was hij niet zo van gediend.”
Pas bij de derde Bredase treffer verdween bij hem het geloof in een stunt. “Tot dat moment had ik nog het gevoel dat het kon.”

Een tien voor de belevenis, ondanks de nederlaag
Opvallend genoeg gaf Binnekamp de bekeravond ondanks zijn teleurstelling het hoogste rapportcijfer. “Een tien. Nog steeds.” Dat cijfer zegt veel over de betekenis van de wedstrijd. De uitschakeling doet pijn, maar het spelen tegen de profs van NAC, de belangstelling en de sfeer maken veel goed. Ook het publiek had volgens de spits een mooie avond beleefd. “Die hebben echt wel genoten, denk ik.” Lang kunnen des spelers van JOS overigens niet bij hun bekeravontuur blijven stilstaan. De competitie vraagt alweer om aandacht en de fysieke inspanningen tegen NAC zullen nog even voelbaar zijn. “Het gaat pittig worden, zondag tegen Hoofddorp. We hebben een heel zware wedstrijd achter de rug. Dat voel ik nu al in allebei mijn kuiten. Dus we gaan zien hoe het wordt.”
Foto’s: Minke Wiggerink
Tekst: Harold van Ineveld
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht