Tony Tol (38) nam afgelopen seizoen geruisloos afscheid als actief voetballer. Na een loopbaan langs ASC Waterwijk, FC Utrecht, IJsselmeervogels, ASV De Dijk en JOS Watergraafsmeer bleef hij vooralsnog dicht bij het spel én bij zijn club. Intussen groeide zijn alter ego ‘Papa Tolletje’ uit van een grap onder vrienden tot een serieus online merk. Het Amsterdamsche Voetbal sprak met Tol over stoppen, clubtrouw, vaderschap en de zoektocht naar een leven na het voetbal.
Het afscheid waar voetballers vaak maanden tegenaan hikken, voltrok zich bij Tony Tol zonder erehaag. Geen afscheidswedstrijd, geen minutenlange publiekswissel. Hij speelde steeds minder, schoof langzaam richting de achtergrond en zette na vorig seizoen een punt achter zijn actieve loopbaan. “Met een beetje stille trom”, zoals hij zelf grijnzend zegt.
Toch voelt stoppen voor Tol niet als een harde breuk. Daarvoor ging het proces te geleidelijk. “Ik heb vorig jaar al genoeg tijd gehad om af te kicken,” vertelt hij met een olijk gevoel om iets niet groter te maken dan het is. Door het beperkte aantal speelminuten was hij al gewend geraakt aan een ‘andere positie’ binnen de groep. Niet meer vanzelfsprekend relevant zijn op het veld, maar nog wel verbonden blijven met de ploeg. Dat maakt de overgang draaglijker – en tegelijkertijd ingewikkeld. Want wie bijna zijn hele leven voetballer is geweest, moet na zijn laatste wedstrijd opnieuw bepalen wie hij zonder bal aan de voet wil zijn.

Van Waterwijk naar de jeugdopleiding van FC Utrecht
Tol was een jaar of zeven toen hij bij ASC Waterwijk in Almere begon. Voetbal was thuis geen uitgestippeld plan, maar vooral iets wat hij met plezier deed. Samen met zijn oudere broer naar het voetbalveld, spelen met vriendjes, en wel zien waar het schip zou stranden. Op zijn twaalfde volgde tamelijk onverwacht de overstap naar FC Utrecht. Daar bleef hij tot zijn eenentwintigste. “Er stonden ineens twee scouts van FC Utrecht op onze stoep. Nee, dat had ik niet verwacht. Ik was er niet eens zo mee bezig.”
De jaren in Utrecht vormden hem. De route naar het walhalla van het profvoetbal ging verre vanzelf. Tol kende drie lastige eerste jaren waarin hij nauwelijks speelde en vooral vanaf de zijkant toekeek. Als relatief kleine speler moest hij zich vastklampen en bijten. Uiteindelijk verdiende hij in de eindfase van de jeugdopleiding een contract voor drie jaar. De grote ‘gedroomde’ doorbraak bleef uit, maar zijn opvoeding en de opleiding gaf hem eigenschappen mee die later zijn handelsmerk werden: discipline, hard werken en niet te snel opgeven.
“Ik was namelijk niet degene die dacht: ik word profvoetballer,” zegt Tol. ,,Natuurlijk droomt ieder kind in een voetbalopleiding daarvan.” Waar teamgenoten soms meer natuurlijke klasse hadden, probeerde hij het verschil te maken door te knokken, goed te leven en kansen af te dwingen. Die mentaliteit nam hij mee toen zijn toekomst niet in Stadion Galgenwaard, maar in de absolute top van het amateurvoetbal bleek te liggen.

Prijzen, druk en professionalisering bij IJsselmeervogels
Na FC Utrecht kwam Tol terecht bij IJsselmeervogels. In Bunschoten-Spakenburg speelde hij een belangrijk deel van zijn seniorenloopbaan en beleefde hij enkele van zijn meest succesvolste jaren. Tol werd meerdere keren afdelingskampioen, landskampioen, pakte bekers en maakte van dichtbij mee hoe de top van het amateurvoetbal steeds professioneler werd. “Maar, bij IJsselmeervogels trof ik een team vol vedetten en ex-profs. Ook daar moest ik keihard knokken voor een plek in de basis.”
De club bood een zeer prestatieve omgeving, fanatiek publiek en een verwachting waarin iedere wedstrijd (winst) telde. Maar professionalisering heeft ook een keerzijde. Een club groeit, verwachtingen nemen toe en de afstand tussen eerste elftal, achterban en vrijwilligers kan groter worden. Tol zag hoe een club meer werd dan alleen een plek waar mensen elkaar op zaterdag ontmoeten. “De tocht op de botter bij alle titels, de haven invaren met al dat publiek op de kant. Dat was sowieso ongeëvenaard.” Het leverde hem veel waardevolle ervaringen op, maar ook een scherper beeld van wat hij later zo sterk zou waarderen aan JOS Watergraafsmeer.
Na IJsselmeervogels koos hij voor ASV De Dijk. Zelf maakt hij met gevoel voor ironie duidelijk dat die overstap “natuurlijk alleen om sportieve redenen” was. Bekende gezichten hielpen hem richting Amsterdam: spelers met wie hij eerder bij FC Utrecht en IJsselmeervogels had gevoetbald, overtuigden hem van het project. Hij bleef slechts twee seizoenen. Toen de basis onder het elftal wegviel en het bouwwerk instortte, moest Tol opnieuw verder kijken.
Via zijn vrienden Hanne Hagary en Kevin Huijsman, waar hij al mee bij IJsselmeervogels en De Dijk mee speelde, kwam JOS Watergraafsmeer in beeld. Het werd uiteindelijk zijn voetbalthuis.

De charme van JOS: klein in middelen, groot in gevoel
Tol is absoluut geen clubhopper. “Ik hou van stabiliteit, van relaties met mensen opbouwen en samen iets neerzetten.” Bij JOS vond hij precies dat. Acht seizoenen lang droeg hij het shirt van de Amsterdamse volksclub. Hij beleefde promoties, bekervoetbal en bijzondere wedstrijden, maar wanneer hij over JOS spreekt, gaat het opvallend snel niet meer alleen over prestaties.
Het zijn de clubmensen en supporters die hem aan de club binden. De vrijwilligers achter de bar, de vertrouwde gezichten op trainingsavonden, de mensen zoals Eef die kleding wassen en zorgen dat alles weer op zijn plek ligt. JOS beschikt niet over de grootste accommodatie of de ruimste mogelijkheden. Juist daarin zit volgens Tol de charme. Tegenstanders kunnen zich afvragen hoe een club met zulke bescheiden middelen telkens op niveau meedraait. Het antwoord ligt niet in een aansprekend clubgebouw, een grote tribune of budget, maar in betrokkenheid. “Dat is de kracht van JOS. Het water van de douches is soms koud, de vloer is kaal beton. Pure nostalgie. Het is de charme van het echte amateurvoetbal. Ik kan daar soms oprecht van genieten.”
“Maar, het teamgevoel en het clubgevoel zijn hier heel groot,” vervolgt Tol. Nieuwe en jonge spelers worden snel onderdeel van die cultuur. Oud-spelers stromen door naar andere rollen rond het eerste elftal. De lijnen blijven kort, de kleedkamers en het clubgebouw liggen letterlijk – maar ook figuurlijk – tegen elkaar aangeplakt. Voor Tol is dat de essentie van amateurvoetbal: in het weekend willen winnen, maar doordeweeks weten voor wie en met wie je het doet. En waar de basis ligt.
Ook sportief waren zijn jaren in Amsterdam-Oost rijk. JOS promoveerde, mengde zich in het hogere divisievoetbal en beleefde afgelopen seizoen een aansprekend districtsbekertoernooi. In die bekercompetitie ontstond een bijzondere dynamiek: spelers die in de reguliere competitie minder minuten maakten, grepen hun kans in de eerste rondes; naarmate de tegenstand zwaarder werd, veranderde soms de samenstelling. Tol speelde zelf niet iedere grote wedstrijd, maar benadrukt dat de prestatie door de hele groep werd gedragen. Voor een relatief kleine vereniging, met maar twee speelvelden, dit seizoen als gevolg op een groot podium verschijnen, blijft iets om enorm trots op te zijn.

Afscheid
Dat Tol uiteindelijk stopte, kwam niet voort uit één beslissend moment. De minuten namen af en zijn rol verschoof. Zijn lichaam en leeftijd speelden mee, maar vooral de nieuwe werkelijkheid binnen het team werd voelbaar. Hij behoorde niet langer automatisch tot de spelers die een wedstrijd bepaalden. Hij stond niet meer als eerste op het formulier.
Dat accepteren vraagt iets van een sporter die altijd via arbeid zijn plek heeft veroverd. Tol is nog steeds bij de groep betrokken en probeert jongere spelers te begeleiden. Soms is hij naar eigen zeggen de “assistent van de assistent”: aanwezig, behulpzaam, observerend en beschikbaar wanneer iemand hem nodig heeft. Een vastomlijnde functie heeft hij niet – en misschien past dat juist bij deze tussenfase. Tol: We zijn wel aan het kijken, maar is er geen heel ‘managementteam’ mee bezig. Dat is niet bij JOS. Het gaat gelukkig allemaal informeel. Ik moet mijn plekje gaan vinden. Ik weet het zelf namelijk ook niet.”
Hoofdtrainer worden is geen concreet doel. Tol ziet hoeveel tijd opleidingen en het trainersvak kosten, zijn vriend Hanne weet daar alles van, en vraagt zich af of dat past bij alles wat al op zijn bord ligt. Een rol in de staf, begeleiding van jonge spelers of later iets in het bestuur sluit hij niet uit. Voorlopig is zoeken het eerlijke antwoord. Na bijna een leven lang duidelijke trainingsschema’s, selecties en wedstrijddagen is er ineens ruimte. Die vrijheid voelt prettig, maar kan ook onwennig zijn.

‘Papa Tolletje’ begon als een lolletje
Terwijl de voetballer Tol langzaam uit beeld verdween, werd de contentmaker Tol juist zichtbaarder. Onder de naam ‘Papa Tolletje’ laat hij enkele seizoenen een groot publiek meekijken in de wereld van JOS Watergraafsmeer, het amateurvoetbal en zijn gezinsleven. De filmpjes begonnen zonder businessplan. Het was een grap, een spontane manier om alledaagse situaties te vangen en mensen te laten lachen. Hij filmde de klassenuitjes van zijn dochter, voorzag het van hilarisch commentaar. Als de bus van JOS Watergraafsmeer naar een uithoek in het land moest en het bleek een doodgewone stadsbus te zijn, kwam daar een haarscherpe analyse op. Zijn vrienden moesten het ontgelden in het welbekende snackhoekje. Ook de trainer kwam aan de beurt. Hij spaarde niemand, ook zichzelf niet. Toen goede vriendin DJ Daff optrad bij JOS en buurman/ competitierivaal DVVA (‘De Vereniging Van Appelflappen’) had een week later DJ ‘Duf’ volgens Tol, ging dat nog lang online ‘viraal.’
Precies die onbevangenheid werd zijn kracht. Tol zet geen gladgestreken versie van het amateurvoetbal neer. Hij toont de rituelen, types en kleine ongemakken die iedere speler herkent: een wedstrijddag, de kleedkamer, de derde helft en de (flauwe) humor waarmee teamgenoten elkaar op de been houden. Vaderschap en voetbal lopen in zijn content moeiteloos door elkaar. Daardoor herkennen ook mensen buiten de lijnen zich in hem.
Wat klein begon, is inmiddels serieus geworden. Bedrijven weten hem te vinden, er zijn samenwerkingen en aan sommige producties zijn reizen en bijzondere ontmoetingen verbonden. Tol kwam op plekken die zonder de filmpjes waarschijnlijk buiten bereik waren gebleven. Dat vindt hij misschien wel het mooiste gevolg: content opent deuren en zorgt voor ervaringen die zij samen kunnen beleven.
Maar succes verandert ook de verwachtingen. Een filmpje dat eruitziet alsof het achteloos tussendoor is gemaakt, vraagt vaak voorbereiding, opnames en montage. “Ik wil niet zeggen dat het hard werken is, maar het is wel werk,” vat Tol het samen. Steeds opnieuw moet hij een invalshoek vinden die leuk en herkenbaar is. Zeker in het voetbal, waar het decor iedere week op elkaar lijkt, zit de uitdaging in het anders vertellen en vooral het laten zien van hetzelfde ritueel.

Baan, vaderschap en een groeiend online merk
Tol heeft daarnaast nog gewoon een baan. Hij is vader van een dochtertje en wil thuis niet uitsluitend de papa zijn die met zijn telefoon bezig is. De content komt boven op een leven dat al vol is. Nu er meer commerciële belangen spelen, moet hij wellicht keuzes maken. Niet iedere bal kan in de lucht blijven.
Zijn familie begrijpt wat het werk inhoudt en deelt in de mooie momenten, maar vormt tegelijk zijn belangrijkste kompas. Zolang het maken energie geeft en de verhouding met thuis, werk en club gezond blijft, wil hij doorgaan. Zodra plezier omslaat in verplichting, moet hij opnieuw kijken wat realistisch is.
Daar ligt de overeenkomst tussen de voetballer en de maker. Beide versies van Tony Tol leven van discipline, gevoel voor een groep en het vermogen om door te zetten. Op het veld compenseerde hij wat hij misschien aan uitzonderlijk talent miste met arbeid. Online blijkt dezelfde mentaliteit waardevol: ideeën uitwerken, blijven publiceren en zichzelf telkens opnieuw uitvinden.

Het mooiste is niet in zilver uit te drukken
Gevraagd naar het hoogtepunt van zijn sportieve loopbaan noemt Tol het landskampioenschap met IJsselmeervogels. De herinnering aan die prijs staat fier overeind. Toch komt hij aan het einde van het gesprek uit bij iets wat moeilijker in een erelijst past: de mensen die hij door het voetbal heeft leren kennen. “Alle uiteenlopende culturen, verschillende komaf. Dat is pas rijkdom.”
Van Almere naar Utrecht, van Spakenburg naar Amsterdam – overal ontstonden vriendschappen en verhalen. Voetbal bracht hem in verschillende werelden en hielp hem als persoon te groeien. De bekers en promoties blijven, maar de relaties wegen uiteindelijk zwaarder.
Zo is Tol na zijn afscheid nog altijd niet losgekomen van het (voetbal)spel. Hij staat alleen op een andere plek, zet nu de VEO neer. Beweegt zich om het team, in de catacomben. Maakt een praatje. Ondersteunt. Soms zichtbaar langs het veld bij JOS, soms achter de camera en natuurlijk thuis als vader. “Ik kijk ook dit seizoen weer uit naar al die mooie stadsderby’s. Daar kan ik echt van genieten. Laat de wedstrijden tegen WV-HEDW en DVVA maar komen.” Daar is de pure liefhebber weer. De route is inmiddels veel minder strak uitgetekend dan vroeger, maar dat lijkt hem totaal niet af te schrikken. Knokken, aanpassen en doorgaan deed hij tenslotte al toen niemand nog van ‘Papa Tolletje’ had gehoord.
Tekst: Harold van Ineveld
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht