Van koeien melken tot Dakar-rally’s en voetbalvelden: de bevlogen amateurfotograaf uit Bovenkerk neemt afscheid van zijn vaste camerawerk, maar niet van het leven erom heen
Wie Koos van der Leest kent, weet één ding zeker: stilzitten heeft nooit in zijn woordenboek gestaan. Zijn leven leest als een verzameling verhalen uit een tijd waarin dorpen nog klein waren, mensen alles zelf deden en hobby’s uitgroeiden tot levenswerken. Decennialang was hij overal aanwezig met zijn camera. Op voetbalvelden, motorcrossbanen, danskampioenschappen, dorpsfeesten en zelfs in de woestijn tijdens de Dakar Rally. Altijd op zoek naar het juiste moment. Niet alleen naar actie, maar juist naar mensen. Gezichten. Emoties. Het straatbeeld.
Nu stopt hij met zijn intensieve fotografiehobby. Niet omdat de liefde verdwenen is, maar omdat gezondheid, leeftijd en veranderende tijden hem dwingen rustiger aan te doen. Toch klinkt in zijn verhalen geen enkel spoor van spijt door. Integendeel. “Ik heb een geweldig werkzaam leven gehad,” zegt hij meerdere keren. “Je gelooft soms zelf niet wat je allemaal hebt meegemaakt.”
Zijn verhaal begint………..op de boerderij.
Een jeugd tussen koeien en brommers
Koos groeit op in Bovenkerk, in een tijd waarin kinderen al jong mee moesten werken. Op zevenjarige leeftijd verdient hij vijf gulden per week. Daar moest flink voor gewerkt worden: koeien halen, schapen tellen, helpen op het erf. Voor hem voelde het nooit als zwaar werk.
“Hoe ouder ik werd, hoe meer werk ik deed en hoe meer geld ik verdiende,” vertelt hij lachend. “Maar ik vond het prachtig. Dat was echt de mooiste jeugd die je kon hebben.”

Het boerenleven vormde hem. Hard werken hoorde erbij, maar er was ook ruimte voor plezier. Activiteiten in het dorp, vrienden, brommers en later motoren. Daar ontstond ook zijn liefde voor techniek en snelheid.
“Eerst brommerrijden, later motorrijden. Dat was helemaal mijn ding.”
Ondertussen werkte hij gewoon door op de boerderij, zelfs toen hij later kantoorbanen kreeg. Eerst bij Straatentex, daarna bij de Rabobank en vervolgens bij het ziekenfonds. Maar ook na een dag achter een bureau trok hij ’s avonds of in het weekend weer naar de boerderij.
“Zondagochtend stond ik gewoon koeien te voeren.”

Geen studiehoofd, wel een aanpakker
Op school hield hij het niet lang vol. Hij zat op de mavo en later de LEAO-4, maar de motivatie ontbrak. Via een vriend kwam hij terecht bij het bedrijf Starintex aan de Keizersgracht in Amsterdam.
“Die tijd in Amsterdam was geweldig. We hadden lange middagpauzes en zaten daar gewoon te kijken naar alles wat voorbijliep.”
Later stapte hij over naar de Rabobank. Daar leerde hij het vak vooral in de praktijk. Verzekeringen verkopen, reizen regelen, achter de kas werken — eigenlijk deed iedereen alles.
“Je had vaak nog nergens verstand van, maar je moest het gewoon doen. Cursussen kwamen later wel.”
Dat praktische bleef zijn hele leven een rode draad. Niet te veel praten, maar aanpakken. Later ging Koos werken bij de Ziekenfondsraad (dat werd CVZ en weer later Zorginstituut Nederland).

De camera als vanzelfsprekendheid
Wanneer de fotografie precies begon, weet Koos niet meer exact. Het ontstond geleidelijk. Eerst wat foto’s maken op Schiphol, gewoon op de fiets. Later op de brommer.
“Schiphol was toen nog helemaal open. Je kon overal komen.”
Hij fotografeerde vliegtuigen, maar niet zoals spotters dat tegenwoordig doen. Geen registratienummers of types. Het ging hem om het beeld.
“Ik vond het gewoon mooi.”
Op Schiphol ontmoette hij mensen uit allerlei culturen. Vooral mensen uit Suriname maakten indruk op hem.
“Die kleding, die uitstraling… geweldig.”
Samen met vrienden begon hij steeds serieuzer te fotograferen. Een vriend bouwde thuis zelfs een donkere kamer, zodat ze zelf hun foto’s konden ontwikkelen. Dat scheelde geld, want rolletjes ontwikkelen was duur.
“We waren toen echt bewust bezig met fotografie. Een rolletje van 36 foto’s moest goed zijn.”
Dat is tegenwoordig wel anders, lacht hij. Nu schiet hij tijdens een voetbalwedstrijd gerust 500 foto’s.
“En dan houd je er misschien 200 over.”

Van motorcross tot voetbalvelden
De echte groei van zijn fotografie begon bij de motorcross. Zelf reed hij ook een beetje, maar dat bleek minder succesvol.
“Fotograferen ging beter.”
Hij legde wedstrijden vast, bezocht motorbeurzen en reisde door Nederland. Alles draaide om passie, vriendschap en saamhorigheid.
“Zo’n motorclub was één grote familie. Iedereen hielp elkaar.”
Er werden caravans geregeld, boterhammen gesmeerd, eitjes gebakken en motoren gerepareerd. Koos sleutelde zelf ook mee aan motoren en auto’s.
“Ik heb echt van alles gedaan.”
Die nieuwsgierigheid naar techniek en mensen kwam overal terug. Samen met buurtgenoten begon hij zelfs een kleine discotheek. Ze namen muziek op van Radio Veronica en verkochten cassettebandjes aan vrachtwagenchauffeurs van de Amsterdamse markthallen.
“Dat was toen goud waard. Je had die muziek nergens anders.”
Zijn leven bestond uit duizend projecten tegelijk. Auto’s restaureren, schade herstellen, muziek draaien, motoren repareren en ondertussen overal foto’s maken.

Het voetbal werd een tweede thuis
In de jaren negentig veranderde zijn leven opnieuw, toen zijn zoons gingen voetballen bij RODA ’23. Zoals zo vaak bleef het niet bij langs de lijn staan.
“Dan vragen ze of je iets wilt doen. Voor je het weet zit je in commissies en besturen.”
Maar fotografie bleef zijn grootste bijdrage. Hij maakte teamfoto’s, actiefoto’s en sfeerbeelden. Andere teams begonnen hem ook te vragen.
“En toen ging het steeds verder.”
Hij fotografeerde niet alleen wedstrijden, maar vooral de mensen eromheen. Supporters, vrijwilligers, scheidsrechters, jeugdspelers. Dat menselijke aspect maakte zijn werk bijzonder.
“Veel fotografen letten alleen op de actie. Ik vond juist alles eromheen interessant.”

Dat wordt enorm gewaardeerd, merkt hij nog altijd. Vooral scheidsrechters zijn blij met de beelden die hij van hen maakt. Ik maakte collages die ik aan het einde van het seizoen dan publiceerde. Dat vonden ze geweldig.
“Dat zijn ook gewoon mensen, bezig met hun passie.”
Dakar Rally en grote evenementen
Via contacten in de autosport kwam Koos uiteindelijk zelfs terecht bij de Dakar Rally. Een ervaring die diepe indruk maakte.
“Dat was echt uniek.”
Hij werkte onder meer samen met autocoureur Tom Coronel en leerde daar opnieuw anders kijken naar fotografie. Vooral commercieel denken bleek belangrijk, eigenlijk cruciaal.

“Bij sponsoring draait alles om zichtbaarheid. Logo’s van de sponsor moeten goed in beeld staan.”
Dat inzicht gebruikt hij nog steeds bij teamfoto’s van voetbalclubs.
“Zorg altijd dat de sponsor zichtbaar is!”
De Dakar-jaren brachten hem op plekken waar hij nooit had gedacht te komen. Woestijnen, havens, internationale teams en grote evenementen.
“Toch bleef het uiteindelijk altijd draaien om mensen.”

NK Jazzdance: vier jaar absolute topdrukte
Eén van zijn mooiste periodes beleefde Koos bij het NK Jazzdance in Ahoy. Via familiebanden rolde hij het evenement binnen. Zijn vrouw werkte in de catering, schoonzussen zaten in de jury en andere familieleden hielpen met de organisatie.
“Ik had eigenlijk geen officiële perskaart, maar ik kon wel overal komen. Dat kon nog in die tijd.”
Fotograferen tijdens het NK was streng gereguleerd. Publiek mocht geen foto’s maken, zelfs niet met telefoons. Alleen geselecteerde fotografen kregen toegang.
“Alle verenigingen wilden die foto’s hebben.”
Hij maakte de eindfoto’s, sfeerbeelden en actiefoto’s van optredens. Alles draaide om timing en gevoel.
“Dat was echt prachtig werk.”
Na corona veranderde alles. De evenementen werden duurder, regels strenger en de energie verdween langzaam.
“Toen stopte het eigenlijk vanzelf. Het evenement valt onder de turnbond. Daar ging de geldkraan gedwongen flink dicht en moest er bezuinigd worden. Ook de familie raakte steeds minder betrokken. Het kwam aan een natuurlijk einde.”

Een creatieve familie
Creativiteit blijkt diep geworteld in de familie te zitten. Zijn vader maakte tekeningen van oude boerderijen en oude huizen in Amstelveen en omgeving.
“Bijna iedereen in Amstelveen heeft wel een tekening van mijn vader hangen.”
Koos hielp regelmatig door foto’s te maken van gebouwen die zijn vader later nauwkeurig uitwerkte. ‘Mijn vader werkte met Oost-Indische inkt. Hij ging dan eerst zelf naar de locatie toe met zijn krukje om de schetsen te zetten. Dat werkte hij dan later thuis uit, soms met hulp van mijn foto’s.
Ook bij de kerk van Bovenkerk leverde hij bijdragen. Toen de kerk grotendeels afbrandde, zette de gemeenschap zich massaal in voor herstel.
“Dat was echt bijzonder. Iedereen hielp mee.”
Volgens Koos typeert dat het oude Bovenkerk: saamhorigheid.
“Vroeger was het echt een klein dorp. Nu hoort het bij Amstelveen, maar die mentaliteit van vroeger zie je soms gelukkig nog terug.”

Stoppen, maar niet verdwijnen
Hoewel hij stopt met zijn vaste fotografieactiviteiten, verdwijnt Koos zeker niet uit beeld. Daarvoor bruist hij nog teveel van ideeën.
“Ik ga allemaal andere leuke dingen doen.”
Hij wil jonge fotografen begeleiden en kennis overdragen. Bij RODA ’23 heeft hij al aangeboden om workshops te geven.
“Ik wil mensen leren om vooral te kijken.”
Volgens hem gaat fotografie niet alleen over techniek, maar vooral over aandacht.
“Je moet leren zien wat belangrijk is.”
Daarom wil hij jongeren meenemen naar wedstrijden, evenementen en gaan trainen. Niet alleen om foto’s te maken, maar om verhalen te herkennen.
Daarnaast blijft hij regionaal actief. Af en toe een evenement, een (jeugd)wedstrijd of een bijzondere ontmoeting vastleggen. Gewoon omdat hij het leuk vindt.
“Ik kan het toch niet helemaal loslaten.”

Een leven vol verhalen
Wie met Koos praat, merkt al snel dat fotografie eigenlijk maar een onderdeel is van een veel groter verhaal. Zijn leven draait om nieuwsgierigheid, energie en betrokkenheid.
Van koeien melken op zevenjarige leeftijd tot internationale rally’s. Van cassettebandjes verkopen aan vrachtwagenchauffeurs tot voetbalteams begeleiden. Van de donkere kamer tot digitale camera’s.
Hij maakte de wereld groter, maar bleef tegelijk altijd verbonden met zijn dorp en de mensen om hem heen.

Misschien vat één uitspraak zijn leven nog wel het beste samen.
“Als ik geen werk op de boerderij had, gebeurde er altijd wel weer iets anders.”
En precies dat is wat zijn foto’s zo bijzonder maakt. Ze laten niet alleen momenten zien, maar vooral mensen die leven.
Foto’s: Koos van der Leest (prive)
Tekst: Harold van Ineveld
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht