Foto: Hans van Beek

Column (20). Door de ogen van de scheidsrechter

Door: Robin Punt

Langs de lijn verliest het spel zijn fatsoen

We zijn weer een aantal weekenden onderweg op de meeste amateurvelden en er broeit iets. Iets wat je niet terugziet in de uitslagen, maar wat wél voelbaar is voor iedereen met een fluitje of vlag in de hand.

De onvrede onder scheidsrechters groeit. Niet door het spel zelf, niet door fouten – die maken we allemaal – maar door alles wat eromheen hangt. En met de week lijkt het erger te worden.

Het begint bij spelregelkennis. Of beter gezegd: het schrijnende gebrek eraan, gecombineerd met een hardnekkige overtuiging dat het eigen gelijk altijd voorrang heeft. Neem het vasthouden in het strafschopgebied. Een aanvaller draait weg en heeft een duidelijke scoringskans. De verdediger grijpt. Twee armen om het lichaam, vasthouden, kans weg. De scheidsrechter fluit, wijst naar de stip en trekt rood.

En dan ontploft het.

“Scheids, dat is toch nooit rood?”
“Hij laat ’m los!”
“Dit gebeurt overal!”

Maar dit is rood. Niet omdat de scheidsrechter zin heeft in drama, maar omdat de spelregel glashelder is. Laatste man. Duidelijke scoringskans. Geen poging de bal te spelen. Punt. Alleen willen we die helderheid pas erkennen als hij in ons voordeel werkt. En dát is het probleem: regels zijn geen menukaart waar je à la carte uit kiest wat je bevalt.

Langs de lijn wordt het nog ongemakkelijker. Daar waar het voetbal gedragen zou moeten worden, wordt het steeds vaker afgebroken. Negentig minuten lang mensen die alles roepen wat in hen opkomt. Schelden. Intimideren. Kleineren. Alsof het hek een vrijbrief is om fatsoenloos te zijn. Alsof het erbij hoort.

En niemand zegt er wat van.
Trainers kijken weg.
Bestuursleden staan erbij.
Ouders lachen soms zelfs mee.

Tot het uit de hand loopt – en dan is ineens iedereen verbaasd.

Alsof dat nog niet genoeg is, doen de verschillende voetbalpraatprogramma’s er vrolijk een schepje bovenop. Ook daar ligt de scheidsrechter structureel onder het vergrootglas, liefst op de korrel. Elke fout wordt uitvergroot, elke twijfelbeslissing eindeloos herhaald, vertraagd en becommentarieerd door mensen die zelf al lang niet meer fluiten. Toegegeven: het niveau is niet altijd het hoogste, zeker niet op dit moment. Maar laten we eerlijk zijn: de Eredivisie is ook geen La Liga of Premier League. Toch verwachten we wel internationale perfectie, van parttime arbiters die op zaterdag in het amateurvoetbal worden uitgejouwd en op zondag op televisie worden geslacht.

Als een scheidsrechter wél ingrijpt, is hij de boosdoener. Dan komt die reactie die je voelt in je buik: laat maar. Want je staat daar alleen. Geen bescherming. Geen vangnet. Alleen een fluitje en het besef dat escalatie nooit ver weg is. Dat het soms verstandiger lijkt om te zwijgen dan om principieel te zijn. Dat je liever je reactie inslikt dan dat je straks met een tik op je bek richting parkeerplaats loopt.

Het is veelzeggend dat verenigingen inmiddels de tussendeur naar de kleedkamers op slot draaien, zodat niemand dat gangetje meer in kan. Dat is geen gezelligheid, dat is schadebeperking. In het amateurvoetbal. Waar het leuk zou moeten zijn.

Onlangs las ik over een scheidsrechter die een wedstrijd staakte omdat hij in de rust werd aangesproken door een toeschouwer. Of erger nog: door een voorzitter. En eerlijk? Ik snap ’m. Want als zelfs de rust geen rust meer is, dan is de grens allang overschreden.

Het knaagt. Ook als je plezier hebt. Ook als je van het spel houdt. Want elke wedstrijd komt er weer iets bij. Een opmerking. Een blik. Iemand die bij het afscheid bewust geen hand geeft. Kleine dingen misschien, maar samen vreten ze aan de lol. Aan de motivatie. Aan de bereidheid om deze hobby nog te blijven doen.

Voetbal mag strijd zijn.
Negentig minuten alles geven.

Maar daarna moet het weer gewoon normaal zijn. Met fatsoen. Met respect.

Of ben ik naïef?
Zijn dit de nieuwe normen en waarden?

Het spel is hetzelfde gebleven – alleen het gedrag eromheen is inmiddels van een ander niveau.

Vroeger was alles beter.
Of toch niet?

Robin Punt schrijft regelmatig een column voor Het Amsterdamsche Voetbal. Punt fluit al ruim 20 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Voor het tweede seizoen een landelijk veelgelezen Column op het Amsterdamsche Voetbal: ‘door de ogen van de scheids’, wat hij meemaakt, voor, tijdens of na wedstrijden of gewoon zomaar wat hem bezighoudt. Punt is naast scheidsrechter ook begeleider/ coach ontwikkeltraject-scheidsrechter én Vriend van het Amsterdamsche Voetbal met zijn bedrijf Intertime Klokken.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
Bezoek ook de clubpagina(s)