Home / slideshow / DCG honderd jaar: In gesprek met erevoorzitter Johan Degenkamp

DCG honderd jaar: In gesprek met erevoorzitter Johan Degenkamp

De Amsterdamse voetbalvereniging DCG viert op vrijdag 6 november zijn honderdjarig bestaan. Samen met Johan Degenkamp, Arie Castelijn, Jolanda Krap, Samir Allilti, Coen Looijen, Brian Veldhuizen en Ibrahim el Mahdioui bespreken we het rijke clubverleden van de voetbalvereniging. Dit is deel 1: een gesprek met erevoorzitter Johan Degenkamp. 

Johan Degenkamp begon in de jaren ’50 als tienjarig jongetje bij R.K.S.V. DCG, destijds nog gelegen aan de Velserweg. Leden van toentertijd waren verplicht om een Rooms-Katholieke achtergrond te hebben: anders waren zij niet bij de club welkom. Degenkamp was al die jaren met veel plezier onderdeel van de jeugdafdeling, maar groeide in de latere jaren uit tot dé verpersoonlijking van DCG. Maar liefst 21 jaar was hij voorzitter van de vereniging, een periode waarin hij veel meemaakte. “Zo gingen we jaarlijks met het bestuur uit eten”, vertelt Degenkamp. “Elk jaar moest een andere bestuurslid een tafelreden houden, wat niet iedereen even makkelijk vond. Dan konden we enorm met elkaar lachen.” Tijdens die etentjes mochten ook de vrouwen van de bestuursleden mee. “Op die manier kregen de vrouwen feeling met de club, wat uitstekend werkte.”

De clubman, die zijn dochter Jacqueline jarenlang als notuliste had, maakte met de Amsterdamse vereniging eveneens het 75-jarige bestaan mee, waarbij een groot feest in een Amsterdams hotel plaatsvond. “Onder meer René Froger en Peter Beense zongen toen op die avond. Het waren prachtige tijden om als voorzitter mee te maken.” Degenkamp probeerde in zijn jarenlange voorzitterschap om extra accenten aan de club toe te voegen. Een voorbeeld is de DCG-vlam, dat tussen 1978 en 1999 een onderdeel van DCG was. “We wilden met die prijs de mensen binnen de amateursport in het zonnetje zetten. Dat werd positief ontvangen: we kregen onder meer aandacht van het Nieuws van de Dag. Jo van Marle was destijds de eerste die de titel kreeg, terwijl Joop van der Reijden de laatste winnaar was. Het hield helaas op toen de sponsoring niet meer ging, maar ik kijk er nog altijd trots op terug.”

Niet alleen op het gebied van activiteiten was Degenkamp van de partij, ook hield hij zich bezig met de structuur van de club. Zo zat hij zeer strikt op het binnenhalen van de contributie. Waar veel verenigingen moeite hadden om alle leden te laten betalen, stond de oud-voorzitter flink op zijn strepen. “Via een actie van het bestuur en jeugdbestuur kregen wij het voor elkaar dat 100 procent van de club zijn contributie betaalde. Bij mij was niet betalen simpelweg niet trainen en voetballen, dat was duidelijk. DCG bereikte met dat beleid zelfs de landelijke media.” Ook op het gebied van het aantrekken van vrijwilligers scoorde Degenkamp jarenlang uitstekend. “Je moet jezelf als club openstellen naar je leden en ouders. Daarom sprak ik veel mensen binnen de club aan en vroeg ik hen of ze openstonden voor een vrijwilligersfunctie. Die aanpak werkte uitstekend.”

Degenkamp hield het in 2010 voor gezien, maar niet voordat hij een belangrijk steentje bijdroeg aan de toekomst van de club. “Ik wilde per se ervoor zorgen dat het clubgebouw up-to-date zou zijn. Daarom hebben we destijds de kleedkamers, bestuurskamer en toiletten verbouwd, wat voor een prachtig eindresultaat heeft gezorgd. Daar plukt DCG nog altijd zijn vruchten van.” Als erevoorzitter van de club wordt hij nog altijd herkend als hij bij DCG rondloopt. Tot zijn grote spijt kan dat voor hem wel minder, omdat hij lastiger ter been is vanwege zijn Ziekte van Parkinson. Desondanks probeert hij, zeker na de coronacrisis, zo vaak mogelijk bij de club aanwezig te zijn. “Ik voel nog altijd de waardering als ik bij de club rondloop en dat zal altijd zo blijven. De club doet er ook alles aan om mij goed te ontvangen. Daar ben ik ze zeer dankbaar voor.”

Tekst: Jordi Smit

Send this to a friend