Home / slideshow / DCG honderd jaar: In gesprek met Samir Allilti en Coen Looijen
Samir Allilti en Coen Looijen

DCG honderd jaar: In gesprek met Samir Allilti en Coen Looijen

De Amsterdamse voetbalvereniging DCG viert op vrijdag 6 november zijn honderdjarig bestaan. Samen met Johan Degenkamp, Arie Castelijn, Jolanda Krap, Samir Allilti, Coen Looijen, Brian Veldhuizen en Ibrahim el Mahdioui bespreken we het rijke clubverleden van de voetbalvereniging. Dit is deel 5: een gesprek met jeugdvoorzitter Samir Allilti en penningmeester Coen Looijen.

Samir Allilti groeide op in Oud-West, verhuisde op latere leeftijd naar Nieuw-West en ging 13 jaar geleden in Amsterdam Geuzenveld wonen. Aangezien zijn zoon destijds graag op een voetbalclub wilde, selecteerde Allilti een aantal interessante clubs. Het moest uiteindelijk DCG óf DWS worden. “Bij DCG kon mijn zoon uiteindelijk eerder terecht. Het had echter ook andersom kunnen aflopen”, vertelt Allilti eerlijk. Inmiddels heeft hij zelfs 2 zonen bij DCG spelen, in de Onder 19 en Onder 14. “In de loop van de jaren is de vereniging steeds meer een afspiegeling van de wijk geworden, waarmee de club is veranderd.” Allilti is sinds 2007 al nauw betrokken bij de vereniging. Zo trainde hij in de F’jes het team van zijn zoon. “Toen hij in de E’tjes echter een vaste trainer had, was dit niet meer nodig. Vervolgens vroeg de club mij als coördinator en maakte ik de veranderingen van dichtbij mee.” Allilti besloot zeven jaar geleden zelfs in het bestuur te gaan zitten als jeugdvoorzitter. “De afgelopen jaren hebben we eraan gewerkt dat mensen beter op hun plek kwamen zitten. Zo hadden we soms coaches en/of leiders die weinig affiniteit met hun rol binnen de club hadden. Momenteel staan de juiste mensen op de juiste plaats, wat makkelijker werken is.” Daarnaast hebben alle afdelingen een eigen coördinator. “Normaliter zitten we elke twee weken fysiek bij elkaar, maar momenteel doen we dit met inbellen. Op die manier houden we onderling nauw met elkaar contact.”

Coen Looijen kwam ongeveer in dezelfde jaren bij DCG terecht. Hij voetbalde zelf jarenlang bij RAP in Amstelveen, maar zijn zoon ging in 2009 bij DCG aan de slag. “Daar werd ik direct leider van het elftal van mijn zoon. Ik vond het gelijk een mooie club om rond te lopen.” Aan het einde van het seizoen besloot Looijen om naar een vrijwilligersavond te gaan, om de clubmensen eens te ontmoeten. “Ik was een vreemde eend in de bijt tussen de oude garde DCG’ers. Johan Degenkamp was toen nog voorzitter, een gastvrije en hartelijke man, waardoor je je toch gelijk welkom voelde.” Een aantal jaren geleden kreeg Looijen van DCG de vraag of hij wellicht meer voor de club wilde betekenen. Beide partijen gingen met elkaar om de tafel, waarna Looijen besloot om de financiële taken op zich te nemen en zo penningsmeester Piet Dikken op termijn op te volgen. “Op de jaarvergadering van 2018 kreeg ik de vraag of ik het direct over wilde nemen, maar ik liet weten eerst meer ervan te willen weten. Piet zou me daarom inwerken, zodat ik daarna alsnog het stokje kon overpakken.” Dat veranderde toen de fraude van Dikken, die 120.000 euro naar zijn eigen rekening wegsluisde, aan het licht kwam. “Van dat inwerken kwam daardoor weinig terecht. Vlak voor de zomer werd ik daardoor interim-penningmeester en vanaf december 2019 ben ik dat volledig.”

Ondanks de niet al te rooskleurige financiën, vervult Looijen zijn huidige rol met veel plezier. “Ik heb mijn penningmeesterschap aangenomen, omdat ik de taak zeer interessant en uitdagend vindt. Als ik bij de club langskom, en ik zie alle jeugdspelers op het veld rennen en plezier hebben, dan geeft mij dat bovendien een zeer warm gevoel. Dan weet je weer waarvoor we dit allemaal doen.” Looijen werkte het afgelopen jaar hard aan de financiën en ziet dat DCG weer de weg omhoog heeft ingezet. “Het was bij mijn begin een administratieve chaos, maar we hebben gelijk de benodigde regelingen met de belangrijkste schuldeisers kunnen treffen. Hoewel wij ook last hebben van de coronacrisis, gaan we die absoluut overleven.” Allilti is op zijn beurt zeer tevreden met hoe het in de jeugdafdeling gaat. “Mijn zoons spelen prestatievoetbal, waar alles goed geregeld is. Daarom heb ik mezelf juist altijd geconcentreerd op het recreatievoetbal. Het aantal leden in die teams zagen we de laatste jaren flink groeien en het plezier zien we daar naar voren komen. Dat is belangrijk voor onze club.” Zijn rol als jeugdvoorzitter heeft echter ook een keerzijde, want zeker bij thuiswedstrijden en trainingen heeft Allilti niet altijd tijd om naar zijn kinderen te kijken. “Desondanks wil ik graag iets terugdoen voor de maatschappij, en dat doe ik graag bij DCG.”

Tekst: Jordi Smit

DCG honderd jaar: In gesprek met Brian Veldhuizen en Ibrahim el Mahdioui

Send this to a friend