Home / Algemeen / Matthijs Coenradi keert na drie jaar RODA’23 terug bij Argon

Matthijs Coenradi keert na drie jaar RODA’23 terug bij Argon

Matthijs Coenradi vertrekt na drie seizoenen bij zondag derdeklasser RODA’23. De 23-jarige verdediger keert terug bij zaterdag Hoofdklasser Argon. Een behoorlijke stap omhoog voor de linksback, die veel bekenden tegenkomt in Mijdrecht.

Coenradi speelde vier jaar bij Argon, waarvan het laatste seizoen in het eerste zaterdagelftal. “We speelden toen in de tweede klasse, maar de concurrentie was te groot en ik had geen zin om elke keer wissel te staan.” Hij besloot terug te keren bij RODA’23, zijn oude club. “Lekker dicht bij huis en RODA speelden toch op hetzelfde niveau (zondag tweede klasse, red.). Inmiddels is dat veranderd en heeft Argon een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt.”

De verdediger, die bij RODA’23 als linksback fungeert, hield altijd contact met de technische commissie. “Wanneer er een plekje vrij zou komen, wisten ze mij te vinden. Twee linkercentrale verdedigers stoppen na dit seizoen en Argon ziet mij als de eerste opvolger. Dat verhaal trok mij wel aan. De club vindt het jammer, maar ze zeggen wel dat het een logische stap voor mij is. Ik ben nu 23 en als ik nog op een hoger niveau wil voetballen, is dit het juiste moment.”

Bovendien komt Coenradi terecht in een warm bad. “Zo’n zeventig procent van het elftal ken ik nog uit mijn tijd. Jasper Werkhoven, Romero Antionioli, Stefan Tichelaar (nu Legmeervogels, red.). In de A-junioren heb ik twee jaar in de eerste divisie gespeeld en de club probeert die groep weer een beetje bij elkaar te halen. Dat was een goed niveau voor mij en ik weet van mijzelf dat ik mee kan gaan in het niveau.”

Hij sprak één keer met de nieuwe trainer, Simon Ouaali. “In mijn jaren bij Argon heb ik onder Patrick Loenen (huidige trainer) gespeeld, dus ik denk dat het wel goed is voor iedereen om een nieuw gezicht voor de groep te krijgen. Iedereen begint bij de nieuwe trainer op nul. Het begin zal zwaar zijn, maar ik heb er veel zin in. Het is een mooie uitdaging.”

Foto: Jos Spitteler

Send this to a friend