Vier meiden in de jongenswereld
In ‘Meiden die strijden‘ spreken we vier jonge (jeugd)voetbalsters in de middenbouw met ieder hun eigen verhaal, maar met één gedeelde drijfveer: de wil om te presteren. Ze zijn jong, ambitieus en leven volgens een strak weekschema waarin school, trainingen, wedstrijden elkaar in hoog tempo afwisselen. Malou, Mijntje, Olivia en Sam combineren hun passie voor het spel met een uitzonderlijk druk en veelzijdig programma. Ze spelen bij WV-HEDW, avv SDZ en Sporting Martinus, waar ze meedraaien in jongensteams en ontwikkelen zich daarnaast verder binnen selectietrajecten van de KNVB en een betaald voetbalclub. Alsof dat nog niet genoeg is, zijn drie meiden ook actief in het zaalvoetbal bij Os Lusitanos. Deze vier meiden laten zien wat het vraagt om te strijden voor je plek, je ontwikkeling en je ambities in het hedendaagse meisjesvoetbal.
Mijntje (13): “Bij de jongens moet je sneller denken – dat maakt me beter”
Het is haar eerste seizoen op dit niveau en meteen is het raak. Mijntje speelt met de jongens van WV-HEDW JO13-1, een team dat week in, week uit op landelijk tweede divisie niveau uitkomt. “In het begin vond ik het wel wennen,” vertelt ze. “Maar hoe langer ik meedeed, hoe leuker het werd. Het niveau is hoog, je krijgt echt uitdaging en tegenstand. Dat is precies wat ik zocht.”

Vorig jaar speelde ze nog in de MO15, bij meiden die een paar jaar ouder waren. De stap naar een prestatief jongensteam voelde spannend, maar bleek precies op het juiste moment te komen. De verschillen tussen jongens- en meidenvoetbal merkt ze elke training en wedstrijd. “Bij de jongens is het veel fysieker. Je hebt eigenlijk geen tijd aan de bal. Je moet sneller handelen, sneller nadenken en slimmer spelen.” Bij meiden is dat anders, zegt ze. “Meer tijd, minder druk. Dat is fijn, maar je leert er minder van. Bij de jongens word je echt getest. Ze laten je niet zomaar lopen. Soms krijg je zelfs nog een na-schop.” Ze glimlacht. “Dat hoort erbij. Jongens zijn soms wat gemener.”

Bewuste keuze
Waarom ze deze uitdaging is aangegaan? “Van veel mensen kreeg ik te horen dat jongensvoetbal heel goed is voor je ontwikkeling. Trainers, mensen om me heen, mijn broer. Ik wil vooral zelf alles eruit halen.” Haar doel is helder: zo hoog mogelijk komen in het vrouwenvoetbal. “Wat je bij de jongens leert, neem je later mee. Dan kun je dat laten zien in een goed meidenteam, bij een mooie club.” Haar dromen liegen er niet om. “Het liefst zou ik ooit bij FC Barcelona spelen. Dat lijkt me geweldig. Als eerst volgende stap heb ik Ajax als doel. En later natuurlijk het Nederlands elftal.”

Eén van het team
Toch is het niet altijd vanzelfsprekend om als meisje tussen de jongens te spelen. “Soms word je onderschat, omdat je een meisje bent.” Maar bij WV-HEDW voelt ze zich gesteund. “Mijn team helpt me enorm. Vanaf het begin waren we hecht. Ze zien me niet als ‘dat meisje’, maar gewoon als één van hen. Ik hoor er echt bij.” Die clubbinding is groot. Mijntje speelt al sinds haar zesde bij WV-HEDW. “Ik ben nooit van vereniging veranderd. De mensen zijn hier heel hecht. Je kent elkaar, kijkt bij elkaars wedstrijden, ook van mijn oude team. Het is een grote club, maar het voelt vertrouwd.” Haar grootste voorbeeld is Lieke Martens. “Zij begon ook als klein meisje met grote dromen. Ze wilde naar Barcelona en dat is haar gelukt. Dat vind ik mooi.” Bij de mannen kijkt ze graag naar Frenkie de Jong. “Zijn rust aan de bal, hoe hij het hele team laat draaien, dat vind ik echt mooi om te zien.”

School, trainingen en weinig vrije tijd
Naast WV-HEDW is Mijntje actief in selectietrajecten van de KNVB en bij Telstar. Daar traint ze drie ochtenden en volgt ze ook school in Haarlem. “Als ik thuiskom ga ik vaak meteen door naar WV-HEDW. Het is soms pittig. Ik heb niet heel veel vrije tijd.” Ze zit in de tweede klas HAVO. “Het is veel, maar ik vind dit het allerleukste om te doen. Dan is het ook niet erg om daar je vrije tijd in te steken. Ik ben mijn weg nog aan het vinden, maar het voelt goed.” Zaalvoetbal bij Os Lusitanos doet ze ook, al is het beperkt. “Een wedstrijd en af en toe een training. Ik ben eigenlijk amper thuis,” zegt ze lachend.

Boodschap
Wat ze graag anders zou zien in het meisjes- en vrouwenvoetbal? “Meer meiden motiveren om bij de jongens te spelen. En meer gemengde jeugdteams, ook bij profclubs. Niet pas bij O14, maar al jonger – zoals bij O8, net als bij gewone clubs. Vrouwenvoetbal moet serieuzer worden genomen: ook al vanaf de jeugd. En daarom zou je al op jongere leeftijd intensievere trainingen bij profclubs moeten hebben voor getalenteerde meisjes. Wat nu al wel bij de jongens is, maar nog niet voor meisjes: al vanaf O8 en niet pas O14.” Voor meiden die twijfelen heeft ze een duidelijke boodschap: “Probeer het gewoon een keer. Ik vond het eerst ook superspannend, maar toen ik het eenmaal meedeed, was het superleuk. Denk aan je doel en wat je helpt om daar te komen.” Spijt dat ze niet eerder is begonnen bij de jongens? “Een klein beetje. Maar dit was ook een goede timing. Ik zit nu in een heel leuk team. Iedereen is gelijk. Dat maakt het extra fijn.”
Sam (13) speelster van de O14-1 van SDZ: “Laat de bal spreken”
Voor Sam is spelen met jongens geen experiment, maar een vanzelfsprekendheid. “Ik vind het heel leuk,” zegt ze. “Ik kan het goed vinden tussen de jongens. Ze zijn ook grappig, maar het belangrijkste is: ik ontwikkel me hier het meest. Vooral fysiek.”
De keuze voor jongensvoetbal is voor haar altijd logisch geweest. “Het niveau ligt hoger. Je krijgt meer weerstand. Dat helpt mij om beter te worden.”

Fysiek, direct en veel commentaar
De verschillen met meidenvoetbal zijn duidelijk. “Bij jongens is het veel fysieker. Ze geven ook veel meer commentaar in het veld. Tegen meiden is het minder fysiek en het tempo ligt lager.” Toch speelt Sam óók bij meiden. Ze maakt deel uit van talententrajecten van Ajax en de KNVB en speelt daarnaast zaalvoetbal in een jongens O15 competitie. “Dat is weer heel anders, maar ook super leerzaam.”
Dat ze als klein meisje al wist wat ze wilde, zegt veel. “Bij mijn eerste club, AFC IJburg, vroeg een trainer of ik ook met meiden wilde spelen. Ik zei toen: ‘Ik speel alleen met jongens.’ Mijn ouders hebben daar heel hard om gelachen, ik kon mij dat niet meer herinneren. En eigenlijk heb ik dat jarenlang volgehouden.” Waarom ze dit allemaal doet? Sam hoeft niet lang na te denken. “Ik wil profvoetballer worden. Het liefst bij Ajax of bij FC Barcelona. En ik wil in het Nederlands elftal spelen. Een WK spelen lijkt me echt geweldig.” Die ambitie vraagt ook mentale weerbaarheid. “Soms merk je jaloezie bij jongens, vooral als je beter bent. Dan gaan ze ‘vies’ spelen. Slechte verliezers.” Ook hoort ze discussies terug over ‘een meisjesplek’ in een jongensteam. “De lat ligt net zo hoog. Je moet het elke keer weer laten zien.” Trainers gaven haar daarin een duidelijke les: laat de bal maar spreken. “Het maakt niet uit wat mensen zeggen. Als je beter bent, zien wij dat vanzelf in het spel.”

SDZ als veilige basis
Wat SDZ voor haar zo bijzonder maakt, is de steun. “Als je binnenkomt, kent iedereen elkaar. De club is heel open en meewerkend. Ze geven mij kansen en steunen me, ook in combinatie met Ajax en de KNVB.” Trainers denken mee over belasting, posities en planning. “Soms sla ik een training over vanwege Ajax of de KNVB. SDZ doet daar niet moeilijk over. Ze begrijpen wat ik nodig heb en ik voetbal toch wel.” Na een periode waarin een team uiteenviel en een overstap naar AFC’34 door prive omstandigheden niet doorging, kreeg Sam zelfs een tweede kans bij SDZ. “Dat gebeurt niet vaak, maar ik kreeg hem wel. Dat zegt veel over de club en de trainersstaf. Het voelt hier echt goed.”
Juiste niveau
Sam’s route was niet rechtlijnig. Als zesjarige trainde ze graag al extra, stapte over naar andere clubs, zocht steeds naar het juiste niveau. “Bij jongens werkt scouting anders. Goede jongens worden snel weggehaald, waardoor teams soms uit elkaar vallen. Dat maakt het lastig voor mij.” Toch viel haar talent op. “Als jongens werden gescout, kon ik ook vaak meekomen. Dan werd het duidelijk dat ik het niveau aankon.” Ze ziet nu langzaam verandering. “Vroeger zag je bijna geen meiden in jongenscompetities. Nu steeds meer. Er komt weer een hele generatie aan meiden die met jongens is opgegroeid. Ik kom eraan.”
Planning
Sam zit in 2 VWO op een reguliere school. Geen LOOT-school, maar wel met afspraken. “Soms mag ik eerder weg, maar alleen als alles op orde is. Te laat op school of onvoldoendes? Dan mag het niet.” Het vraagt strakke planning. “Ik maak per maand een planning. Ik heb een bord op mijn kamer, net als op school. Ons hele gezin is met sport bezig. We zijn niet anders gewend.” Het komende jaar is belangrijk: een mogelijke vervolgstap binnen Ajax, met een contract en school daar. “Ik weet, als het lukt of niet: ik heb er alles aan gedaan.” Natuurlijk gaat het niet altijd vanzelf. “Tegenslag hoort erbij.” Haar mindset is opvallend volwassen. “Vrijdag verlies ik een zaalwedstrijd, zaterdag zijn er weer nieuwe kansen. Winnen we, dan is het eventjes nagenieten. Maandag begint alles opnieuw. Je kunt het niet meer veranderen. Afsluiten en verder.”
Minder snel oordelen
Wat ze hoopt voor de toekomst van het meisjes- en vrouwenvoetbal? “Dat mensen stoppen met vooroordelen. Niet steeds maar vergelijken met mannenvoetbal, maar echt zelf gaan kijken.” Haar boodschap aan andere meiden is genuanceerd. “Luister naar wat jij wilt. Wil je je ontwikkelen via jongensvoetbal, doe dat. Voel je je fijn bij meiden en heb je daar plezier, dan is dat ook goed.” Ze weet ook: sfeer doet veel. “Bij meiden is het bijna altijd positief. Nooit boos op elkaar. Dat is soms echt anders dan bij jongens.”
Malou (12) verdedigster bij de O13-1 van WV-HEDW.: “Iedereen wil hier beter worden – dat voel je elke dag”
Wie Malou vraagt hoe het is om wekelijks met jongens te trainen en te spelen, krijgt een helder antwoord. “Ik vind WV-HEDW JO13-1 echt leuk en gezellig. Er is een onwijze teamspirit. Iedereen is fanatiek en er wordt hard getraind. Het niveau is lekker hoog.”

Binnen het team voelt ze zich volledig op haar plek. “We doen veel onderlinge wedstrijdjes. Dat vind ik fijn.” Dat er inmiddels nog een meisje in het team speelt, maakt het extra leuk. “Ik speelde hier al voordat Mijntje erbij kwam. Het is gewoon leuker dat ze er nu ook is.” Wat haar het meeste aanspreekt in een jongensteam? “Mijn niveau wordt hier echt uitgedaagd. Er wordt serieuzer getraind en de trainer is wat strenger – maar ook beter.” Wat vooral opvalt: de gedeelde mentaliteit. “Iedereen is voetbalgek en wil het beste uit zichzelf halen. Dat wil ik ook. Die mindset heb je hier allemaal.” Naast WV-HEDW is Malou actief binnen trajecten van Ajax en de KNVB en speelt ze ook zaalvoetbal. Haar week zit vol, maar voor haar klopt het totaalplaatje.

Van hockeyveld naar selectievoetbal
Malou begon niet direct met voetbal. “Ik hockeyde eerst, maar mijn beste vrienden voetbalden. Dat leek me leuk.” Ze maakte op jonge leeftijd de keuze om volledig voor voetbal te gaan. Bij haar eerste indeling bij de meiden O9 merkte ze snel verschil. “Veel meiden waren radslagen aan het maken of bloemen aan het plukken. Op een paar na werd er niet echt gevoetbald.” Na een paar weken kwam er een mail van de WV-HEDW met een voorstel om bij de jongens te gaan spelen. “Ik dacht: leuk, bij mijn vrienden. Maar ineens zat ik in de selectie O8.” Vanaf dat moment bleef ze bij de selectieteams spelen. De verschillen zijn duidelijk. “Bij meiden is het vaak voorzichtiger, minder duels, minder fysiek. Bij jongens is het ruwer en harder.” Dat vindt Malou juist prettig. “Daar heb ik geen moeite mee.” Bij Ajax merkt ze nauwelijks verschil in niveau tussen jongens en meiden. “Bij de KNVB wel iets meer. Voor mij ligt het niveau bij Ajax en WV-HEDW hoger.”

Ambities en dromen
Malou heeft haar doelen scherp. “Ik wil graag O16-competitie spelen bij Ajax en ook bij de KNVB in de O16. Van daaruit stappen maken richting het profvoetbal en uiteindelijk het Nederlands elftal.” Haar allergrootste droom? “Bij FC Barcelona spelen.” Als linksback krijgt Malou regelmatig te maken met aanvallers die haar willen testen. “Tegen clubs als FC Volendam en FC Utrecht zijn jongens heel fysiek.” “Als jongens, in algemeenheid, merken dat ik beter ben, kunnen ze gemeen worden. Dan gaan ze schelden of chagrijnig doen.” Binnen haar eigen team voelt ze zich beschermd. “Mijn medespelers nemen het altijd voor me op. Ze zijn heel aardig.”

Tweede thuis
WV-HEDW is voor Malou meer dan alleen een club. “Het voelt als mijn tweede thuis. Elk verloren uurtje ben ik daar te vinden.” Ze kent spelers van het eerste elftal, kijkt vaak bij wedstrijden en geniet van de sfeer bij toernooien. “Het is gewoon een hele fijne omgeving om te voetballen.” School combineert ze zonder problemen. “Mijn middelbare school is dichtbij huis en de club. Met Ajax, KNVB en zaalvoetbal erbij is het druk, maar het lukt prima.”
Als grote voorbeeld noemt Malou Sherida Spitse. “Sterk, een echte leider en ze zet iedereen goed neer.” Bij de mannen kijkt ze graag naar Denzel Dumfries. “Hij komt veel mee op, is snel. Als opkomende back herken ik mezelf daarin.” Wat ze hoopt voor de toekomst van het meisjes- en vrouwenvoetbal? “Gelijkheid met de mannen. Evenveel betaald krijgen, gelijke rechten en volle stadions.” Ook ziet ze graag dat meiden eerder instromen bij profclubs. “Sneller aparte meidencompetities, al vanaf O10 of jonger bij BVO’s.” Haar boodschap aan meiden die twijfelen is helder en positief: “Gewoon proberen. Voetbal zoals je altijd voetbalt, toon durf en heb lef. Ik vind het absoluut niet ‘eng’ ofzo. Ze zijn gewoon aardig. En, gewoon lekker voetballen.”
Olivia (12). Linksvoor, maar rechtsbenig. Ambitieus. En bovenal: niet bang om haar plek op te eisen. “Bij de jongens leer ik het meeste”
Als Olivia over het veld van Sporting Martinus loopt, voelt het vertrouwd. De drukte langs de lijn, jong en oudere mensen, het hypermoderne clubgebouw, de volle velden. Dit is haar voetbalomgeving. Ze speelt in de JO13-1 bij de jongens, op een niveau waar tempo en fysiek de norm zijn. “Voor mij is het eigenlijk heel normaal,” zegt ze. “Ik heb vanaf het allereerste begin altijd met jongens gevoetbald. Ik ben niet anders gewend.”

In haar team zit nog één ander meisje. “Met haar ben ik veel samen, maar ik meng me ook gewoon met de jongens. Het is gezellig.” Die vanzelfsprekendheid typeert Olivia. Waar voor buitenstaanders de stap naar een prestatief jongensteam groot lijkt, is het voor haar simpelweg de plek waar ze zich het best ontwikkelt.
De verschillen merkt ze duidelijk. “Bij de jongens is het sneller en fysieker. Als ik soms met MO13-meiden meedoe, heb je veel meer tijd en ruimte. Dat is minder fysiek.” Juist daarom kiest ze voor deze uitdaging. “Mijn team is een goed team. Daar kan ik veel van leren.” Afgelopen najaar speelde haar team in de vierde divisie A. Na een tiende plaats volgt nu de hoofdklasse. Dat betekent: elke week scherp zijn. Zeker voor een aanvaller. “Als je voorin speelt en je maakt een fout, zeker in een periode waarin je tegen degradatie vecht, dan krijg je dat meteen te horen. Dat geldt trouwens voor iedereen hoor, jongens onderling ook.”

Kwaliteiten
Olivia weet waar haar kracht ligt. “Ik ben goed in één-tegen-één, dribbelen, en een goede voorzet geven. Of naar binnen komen en schieten.” Ze staat linksvoor, is rechtsbenig maar kan ook met links uit de voeten. “Mijn linkerbeen is iets minder, maar ik werk eraan.” Haar voorbeelden verraden haar speelstijl. Bij de vrouwen kijkt ze ook op naar de inmiddels gestopte Lieke Martens, bij de mannen naar Lionel Messi. “Hij is niet groot, maar wel snel. Messi maakt veel acties, zonder fysiek te spelen.”

Dromen
Naast Sporting Martinus traint Olivia ook bij AZ. “Ik wil dáár verder komen. En ook bij de KNVB.” Haar ultieme droom? “Bij FC Barcelona spelen. En het Nederlands elftal.” Dat ze haar drukke voetballeven kan combineren met school, is geen toeval. Via AmstelveenSport – een regeling die sporttalenten ondersteunt – mag ze eerder van school om te trainen in Alkmaar, mits haar schoolresultaten op peil blijven. Het Keizer Karel College werkt daarin mee. “We krijgen ook bijeenkomsten over voeding, slaap en herstel. Dat helpt.” Het leven van een talent vraagt offers. “Na school ga ik meteen naar training. Daarna eten, huiswerk maken. Sommige dagen kan ik niet afspreken met vriendinnen.” Soms baalt ze. “Maar achteraf ben ik vaak blij dat ik toch naar de training ben gegaan. Je moet keuzes maken.”

Meer ruimte voor meisjes
Wat ze hoopt voor de toekomst van het meisjes- en vrouwenvoetbal? “Meer aandacht, en minder vergelijken met jongens. En meer open dagen, ook voor meiden zoals bij Martinus, zodat ze gewoon kunnen proberen of voetbal iets voor ze is.” Haar advies aan andere meisjes is eenvoudig en doeltreffend: “Gewoon proberen. Met een vriendin is het nog leuker. En als je bij jongens wilt spelen: doe het. Vind je het niet leuk, dan kun je altijd terug. Meestal is het gewoon gezellig hoor…..”
Raak je geïnspireerd door deze verhalen en wil je jezelf ontwikkelen als jeugdtrainer-coach? De Gemeente Amsterdam kan je helpen met een (gratis) opleiding tot jeugdtrainer waar je de basisbeginselen leert van het vak. Kijk dan eens op de Voetbalagenda van de Gemeente Amsterdam. Klik hier Samen vormen de vier meiden een dwarsdoorsnede van wat jeugdvoetbal écht is: leren, beleven en groeien — op én naast het veld.
Opening eerste meidenhub: klik hier
Opening tweede meidenhub: klik hier
Amsterdam International Girls Cup 2025: klik hier
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht