Ook in het amateurvoetbal wordt de trainer beoordeeld op punten, maar zijn karakter bepaalt vaak hoe hij herinnerd wordt.
Het afgelopen seizoen 2025-2026 bood opnieuw volop vermaak voor liefhebbers van het bijzondere fenomeen dat voetbaltrainer heet. Het blijft een opmerkelijk slag mensen. De alwetende oefenmeester bestaat in alle soorten en maten: de strateeg, de motivator, de praatjesmaker, de opportunist en soms zelfs de filosoof. Ze delen één eigenschap: ze weten vrijwel altijd precies hoe het had gemoeten. Achteraf.
Mijn persoonlijke hoogtepunt was 9 november 2025. Niet vanwege een kampioenswedstrijd of een sensationele bekerstunt, maar door een bezoek van Louis van Gaal aan zijn eerste club: RKSV De Meer, tegenwoordig SV De Meer. De onthulling van het Louis van Gaal-plein bracht verleden en heden prachtig samen. Michel van Egmond vertelde vijf jaar geleden dat alleen al observerend kijken naar Louis van Gaal genoeg is voor vier pagina’s unieke tekst. Hij had gelijk. Nog voordat wel goed en wel in gesprek raakte, werd ik voorgesteld aan de complete familie Van Gaal. Zijn vrouw Truus, zijn dochters, schoonzonen: stuk voor stuk vriendelijk en hartelijk kwamen ze kennismaken.
Tevreden
Na een kop koffie met oude bekenden wandelden we richting de achtergelegen kleedkamers. In een rustig hoekje vertelde Van Gaal over zijn jeugd op De Meer. Voorzitter Ruben Schinkel, die AT5 en ondergetekende exclusief had uitgenodigd, keek tevreden toe. Hoewel Louis – ik mocht hem Louis noemen – aanvankelijk wat gereserveerd meeliep, ontstond al snel een ontspannen gesprek. Er werd gelachen. En dat zegt bij Van Gaal misschien nog wel meer dan duizend woorden. Hij had het zichtbaar enorm naar zijn zin met veel oude vrienden, voormalig ploeggenoten en zijn cluppie dat er nog steeds staat.
Lees hier: Louis van Gaal-plein bij sv De Meer
Al snel werden we ‘ontdekt’. Binnen enkele minuten stond een horde jeugdspelers en anderen om hem heen. Ik stapte opzij terwijl fotograaf Michael (Mike) Tjon-En-Fa zijn foto’s maakte. Het was een treffend beeld van de aantrekkingskracht die Van Gaal nog altijd heeft. Niet alleen als gepensioneerd trainer, maar vooral als voetbalicoon.

Andries Jonker
Ook voetbaltrainer Andries Jonker was aanwezig. Nog zo’n rasechte Amsterdammer, die met een zwaar Amsterdam-Noord accent herinneringen ophaalden aan vroeger. Details over zijn oude wagentje, de tegels op de vloer in de kantine, zijn eerste stappen als D1 en B1 trainer. Truus van Gaal vertelde hoe de familie vooraf een soort ‘rondvaart’ door de buurt had gemaakt, maar dan over de weg, dwars door de Watergraafsmeer. Bij elke straat had Louis wel een verhaal. Het was een reis door zijn eigen geschiedenis.
En toen de officiële plechtigheden voorbij waren, gebeurde misschien wel het mooiste. Waar velen misschien verwachtten dat de familie huiswaarts zou keren, bleef de familie van Gaal gewoon staan op het balkon boven de kleedkamers. De familie keek aandachtig naar het eerste elftal van SV De Meer, dat zich na een vroege achterstand terugvocht naar 2-2 tegen een sterk Antibarbari. Louis bezocht de kleedkamers, schudde scheidsrechter Rob Wassink de hand en nam overal de tijd voor. Geen haast. Geen kapsones. Gewoon genieten bij zijn oude amateurclub. ‘Nergens zo’n sfeer als bij SV De Meer.’
Dat is ook een kant van trainers die je niet al te vaak ziet. Tenzij ze Richard Plug, Berry Smit, Tom Verhoek, Jimmy Simons etc. heten. Gewone mannen, met een verhaal. De humor, nuchterheid, analyses en ‘doet maar gewoon’ staan me bij. Amsterdam heeft trouwens best veel ‘normale’ trainers.
DVVA
Want voetbaltrainers blijven fascinerend. Je moet niet altijd alles letterlijk nemen (of opschrijven!) wat ze zeggen. Clichés rollen soms sneller van de tong dan een bal over kunstgras. Toch zijn er gelukkig genoeg ‘uitzonderingen’ waar ik me wekelijks mee vermaak en wat niet alleen ‘vakidioten’ en vakmensen zijn in de goede zin van het woord. Het zijn soms net écht mensen. Neem Bnar Toofeek van DVVA. Hij loodste zijn ploeg naar lijfsbehoud in de Vierde Divisie met een selectie die volgens veel kenners simpelweg tekort zou komen. Het voetbal was lang niet altijd sprankelend, maar Toofeek bleef rustig. Geen borstklopperij, geen grote woorden. Gewoon werken. Ik kreeg zelfs een indringend bericht van een volger die vond dat Toofeek met terugwerkende kracht tot Trainer van het Jaar uitgeroepen moest worden. Ik begrijp die gedachte wel. Niet altijd verdient de kampioen die titel, dat gaat overigens niet op voor de uitverkiezing van 2026 trouwens. Heel soms verdient juist degene die met beperkte middelen boven zichzelf uitstijgt de meeste waardering. Toofeek komt er wel, wie weet ook nog eens op het hoogste podium bij ons jaarlijkse gala. Hij heeft er vorig jaar al eventjes aan kunnen proeven………
Ajax
Aan de andere kant van het spectrum staat Sandor Augustijn. Na het vertrek van Ole Tobiasen in april kreeg de trainer van Ajax 2 onverwacht de leiding over het eerste elftal van de amateurs. Een opmerkelijke keuze. Augustijn had eerder al aangegeven te vertrekken en had zijn toekomst bij derdeklasser Olympia’25 in Hilversum rondgemaakt. Hij had ook kunnen weigeren om bij Ajax in de voetsporen van Tobiasen te stappen, voor het restje van de competitie, maar deed dat niet. Hij ging a.i. aan de slag, met een zekere overtuiging.
Onze verhouding was al voor het seizoen bekoeld. Augustijn had zijn jawoord gegeven aan SV Baarn, maar besloot later toch af te zien van die afspraak en wilde een sabbatical, zo vertelde hij het verbaasde Baarn die zeker wist dat de trainer-coach was vastgelegd. Toen vervolgens Ajax op zijn pad kwam en binnen een paar dagen daar tekende, brak in Baarn begrijpelijkerwijs de grote onvrede uit. Collega Peter Visee schreef een vernietigende column in het AD/ Amersfoortse Courant over de gang van zaken en handelen van Augustijn en ook wij besteedden aandacht aan de kwestie. Augustijn eiste op hoge toon rectificatie en ‘dreigde’ met van alles en nog wat. Het stuk moest in elk geval direct verwijderd worden. Dat leverde vooral gegniffel bij Peter en mij op, want de feiten waren goed gedocumenteerd met dank aan de teammanager van SV Baarn. Ineens bleef het stil.
Toen hij vervolgens als interim-trainer in mei van 2026 de bekerfinale won, leek hij plotseling toch open te staan voor een langer verblijf bij Ajax. Vreemd, wat de handtekening in Hilversum was nog maar net opgedroogd. Het is dus geen toeval wat er bij Baarn was gebeurd. Maar mijn bronnen in ’t Gooi wisten zeker dat het met de voorzitter TC van Olympia ’25 Harold de Groot slecht kersen eten is, als het gaat om het schenden van afspraken. De technische commissie bij Ajax dacht daar (gelukkig!) niet anders over. Augustijn hing inmiddels wel al een paar keer ‘aan de app’ want een interview was toch wel het minste wat wij hem konden bieden. Marcel Wagemakers, onze zeer gewaardeerde Ajax Watcher, besloot hem aan het woord te laten. In de reacties die ik daarna ontving van onze lezers ontstond het beeld van iemand die wel erg in zichzelf was gaan geloven. ‘Het plezier was weer helemaal terug onder zijn leiding”, en meer van dat soort kreten.
In Dagblad de Gooi en Eemlander blikte Augustijn zaterdag 27 juni terug op zijn verblijf in Amsterdam waar hij naar eigen zeggen werkte met fantastische spelers die op de hoogste niveau hadden gespeeld. Zijn uitleg over zijn vroeg genomen besluit om al binnen het jaar te vertrekken bleef opvallend cryptisch. Hij wilde niet langer werken “onder de omstandigheden zoals die waren” en voegde eraan toe dat de hoofdtrainer (Ole Tobiasen, red.) “niet zijn bloedgroep” was. Ook stelde hij vol overtuiging dat hij de selectie van Olympia ’25 de komende jaren veel beter kan maken met een andere manier van spelen. Leuk voor zijn voorganger die daar 8 jaar lang met ziel en zaligheid had gepresteerd. Ik kan trainers benoemen die dit anders hadden aangevlogen, chiquer.
Zelfvertrouwen is een belangrijke eigenschap voor een trainer. Maar er schuilt ook een gevaar in. Wie nooit twijfelt aan zichzelf, loopt het risico blind te worden voor de eigen fouten. Na de degradatie van Ajax naar de Eerste Klasse stelde Augustijn in de Gooi- en Eemlander dat de club twee of drie weken eerder had moeten ingrijpen. Dan was degradatie voorkomen. Zo kun je overal een punt aan draaien. Achteraf.
Het is natuurlijk één lezing. Je kunt ook constateren dat Ajax bij avv Swift in de één na laatste speelronde een 0-2 voorsprong in de absolute slotfase weggaf en met 3-2 verloor. Of dat de focus misschien iets te veel op de bekerfinale kwam te liggen, enkele dagen eerder. Had directe degradatie voorkomen kunnen worden? Niet alleen door anderen, maar ook door de trainer zelf. Zelfreflectie hoort immers net zo goed bij het vak als tactiek en opstellingen. Dat Ajax zijn negende zege van het seizoen tegen DVVA veiligstelde op de laatste speeldag deed er niet meer toe.
Het trainersvak kan soms meedogenloos zijn. Punten, punten en nog eens punten. Ze bepalen de stemming op zaterdagmiddag, zondagavond en maandagmorgen. Trainers voelen de druk van supporters, bestuurders, spelers en sponsoren. Eén slechte serie en de blikken op de bank worden steeds priemender.
Daar komt nog iets bij. Waar spelers in vroegere tijden automatisch aanwezig waren bij clubactiviteiten zoals training en wedstrijden, best essentieel, lijkt die vanzelfsprekendheid langzaam te verdwijnen. Weekendjes weg, festivals, vakanties en een steeds individualistischer samenleving vragen om meer improvisatievermogen. De trainer is tegenwoordig net zo goed manager spelersaffaires als coach.
Structuur en duidelijkheid
Toch begint succes zelden bij de trainer alleen. Veel amateurclubs blijven hopen op die ene wondertrainer die het elftal kampioen maakt. Voor succes worden regels opgerekt, uitzonderingen gemaakt en principes losgelaten als het gaat om het pamperen van de spelersgroep. Vaak is dat juist het begin van de problemen. De clubs die duurzaam presteren, hebben meestal iets anders gemeen: structuur, duidelijke afspraken en een bestuur of technische commissie dat koers durft te houden. Dáár wordt een trainer ook beter van. En uiteindelijk ook een selectie.
Misschien moeten we voetbaltrainers daarom niet alleen beoordelen op promoties, bekers of degradaties. Uiteindelijk vertelt hun gedrag en (spel)prinicipes vaak meer dan hun resultaten. Heb een mooie zomer met elkaar!
Door: Haldor van Elvedin
Reageren? E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl
En dan nog dit: Wie zich geroepen voelt: meewerken met Het Amsterdamsche Voetbal mag. We kunnen altijd mensen, jong volwassen, volwassen en heel erg ervaren, gebruiken met een scherpe, kritische of juist soepele pen. Fotografen, verslaggevers, columnisten, liefhebbers. Meld je gerust aan. Er is altijd ruimte voor mensen die ook het verhaal achter de uitslag willen schrijven.
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht