Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam schetst een harde werkelijkheid achter de verkoop van voetbaldromen. Amsterdam probeert de commerciële voetbalscholen al enkele jaren via de Amsterdamse Voetbalagenda te reguleren. Eerder berichtte Het Amsterdamsche Voetbal uitgebreid over de wildgroei, de verwevenheid met scouts en spelersmakelaars en de druk op amateurverenigingen. Het landelijke onderzoek bevestigt veel van die zorgen.
Het is een stevige kop waarmee dagblad Trouw donderdag 10 september opent: ‘Jonge spelers ‘structureel misleid’ op commerciële voetbalscholen.’ De krant baseert zich op onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam naar een bedrijfstak die de afgelopen jaren explosief is gegroeid.
Ouders betalen soms honderden of duizenden euro’s in de hoop dat hun zoon of dochter nét dat extra zetje richting een betaaldvoetbalorganisatie krijgt. Maar achter die belofte gaat volgens het onderzoek een wereld schuil waarin transparantie ontbreekt, belangen door elkaar lopen en de droom van jonge voetballers een verdienmodel kan worden.
Voor Amsterdam komt de conclusie bepaald niet uit de lucht vallen.
Lees ook: Voetbalschoolhouder Gwendel van R. mogelijk 5.5 jaar de cel in
Van extra training naar parallelle voetbalwereld
Het beeld dat Trouw schetst, sluit vrijwel naadloos aan bij de zorgen waarover Het Amsterdamsche Voetbal de afgelopen jaren meerdere keren publiceerde. In Amsterdam waren op het hoogtepunt naar schatting zeventig tot negentig commerciële voetbalscholen actief. De Amsterdamse Voetbalagenda noemt een aantal van circa tachtig scholen.
De onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam spreken volgens Trouw niet alleen over excessen, maar over ‘structurele misleiding’. Niet iedere voetbalschool maakt zich daar vanzelfsprekend schuldig aan. De zorgen richten zich vooral op een ondoorzichtige bedrijfstak waarin ouders nauwelijks kunnen beoordelen wat ze precies kopen en hoe reëel de voorgespiegelde kansen zijn.
Daarbij ontstaat een parallel circuit naast het reguliere verenigingsvoetbal. Voetbalscholen, scouts, betaaldvoetbalorganisaties en spelersmakelaars blijken op verschillende manieren met elkaar verbonden.
Dat was eind 2025 ook al zichtbaar in de tussentijdse resultaten van hetzelfde HvA-onderzoek. Uit een analyse van sociale media van 41 voetbalscholen bleek dat zij 262 keer claimden een speler naar een betaaldvoetbalorganisatie te hebben doorgestuurd. Liefst 82 procent publiceerde bovendien berichten over oefenwedstrijden en toernooien met BVO’s. Juist zulke contacten vergroten de aantrekkingskracht op ouders en kinderen, terwijl onduidelijk blijft welke afspraken en commerciële belangen daarachter zitten.
‘Alsof je de nieuwe Messi kan worden’
Onderzoeker Jan-Willem van der Roest van de Hogeschool van Amsterdam verwoordt het probleem op de voorpagina van Trouw scherp: „Er wordt gedaan alsof je de nieuwe Messi kan worden, mits je extreem veel contributie betaalt.” Daarmee raakt hij misschien wel de gevoeligste plek van de commerciële voetbalmarkt: de droom.
Extra trainen is op zichzelf uiteraard niets mis mee. Een gemotiveerd kind dat naast twee clubtrainingen nog een uur aan techniek wil werken, kan daar plezier aan beleven en beter van worden. Ook een goede voetbalschool kan kwaliteit toevoegen.
Het probleem ontstaat wanneer extra training wordt gekoppeld aan suggesties over scouting, stages bij profclubs, oefenwedstrijden tegen BVO’s of een vermeende snellere route naar het profvoetbal.
Het Amsterdamsche Voetbal schreef daar in januari 2025 al uitgebreid over in het artikel ‘Buit- en spel: de commerciële handel in voetbaldromen verder aan banden’. Daarin beschreven we hoe spelers die bij een BVO terechtkwamen als reclame werden gebruikt en hoe oefenduels tegen profclubs een belangrijk promotiemiddel konden zijn. Ook werd gewezen op scouts of tipgevers die binnen dat commerciële circuit opdoken.
Een training van bijna zeven keer de verenigingsprijs
Daar zit ook een financiële kant aan. Volgens cijfers die Het Amsterdamsche Voetbal eerder publiceerde, kostte een training bij een commerciële voetbalschool gemiddeld 13,16 euro, tegenover 1,88 euro binnen een vereniging. In de praktijk werden ook tarieven van ongeveer 25 euro voor een uur individuele of aanvullende training aangetroffen. Met trainingspakketten, kleding, kampen, toernooien en andere activiteiten kon het bedrag per kind jaarlijks richting honderden tot meer dan duizend euro gaan.
Dat hoeft nog steeds geen probleem te zijn wanneer ouders precies weten waarvoor ze betalen: een uur goede voetbaltraining.
Het wordt iets anders wanneer impliciet of expliciet de indruk wordt gewekt dat de portemonnee toegang geeft tot een voetbalcarrière.
Trouw beschrijft bovendien dat ouders vaak nauwelijks kunnen controleren welke kwalificaties trainers bezitten. Anders dan binnen gereguleerde voetbalopleidingen bestaan er geen uniforme kwaliteitseisen voor de pedagogische of voetbalinhoudelijke deskundigheid van iedere commerciële aanbieder.
En juist daar gaat het om kinderen.

Amsterdam liep vooruit op landelijke discussie
Amsterdam besloot al eerder dat de situatie niet langer uitsluitend aan de markt kon worden overgelaten. Het reguleren van commerciële voetbalscholen werd daarom een aparte actielijn binnen de Amsterdamse Voetbalagenda, het samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam, KNVB, Ajax en de Amsterdamse amateurverenigingen. Het uitgangspunt: sterke verenigingen vormen de basis van het voetbal in de stad.
Voetbalscholen kregen in Amsterdam feitelijk een keuze. Ze kunnen intern onderdeel zijn van een vereniging of als zelfstandige commerciële onderneming opereren. Maar bij beide modellen horen inmiddels voorwaarden. Trainers moeten onder meer beschikken over een VOG en er gelden eisen rond sociale veiligheid. Een externe voetbalschool moet zelfstandig geregistreerd zijn, een eigen financiële administratie voeren en voor gemeentelijke velden het commerciële huurtarief betalen. Bij een interne voetbalschool mag deelname bovendien geen invloed hebben op teamindelingen of selectieprocedures.
Dat laatste is essentieel. Een kind mag nooit het gevoel krijgen: als papa of mama deze extra training niet betaalt, kom ik niet in het eerste team.
Aanpak heeft zichtbaar effect
De Amsterdamse aanpak heeft inmiddels resultaat gehad.
Van de naar schatting zeventig tot negentig voetbalscholen die enkele jaren geleden actief waren, waren eind 2025 nog 56 scholen bij de gemeente bekend. Dertien waren inmiddels opgegaan in een vereniging en 21 hadden een veldhuurovereenkomst gesloten of waren bezig dat te doen. Andere scholen waren gestopt of naar omliggende gemeenten vertrokken. De gemeente verwachtte bovendien ongeveer 100.000 euro aan inkomsten uit commerciële veldverhuur.
Tijdens een bijeenkomst van Amsterdamse voetbalverenigingen bij Zuidoost United werd dit jaar vastgesteld dat het landschap na ongeveer drieënhalf jaar regulering aanzienlijk rustiger was geworden. Tegelijkertijd werd gewaarschuwd dat het probleem daarmee niet volledig verdwenen is. In enkele gevallen was zelfs onduidelijk geworden of er nog werkelijk sprake was van een vereniging of dat feitelijk een commerciële voetbalschool de organisatie had overgenomen.
Hoe ernstig die vermenging kan worden, bleek eerder bij Nieuw Sloten. De gemeente sprak daar van grote zorgen over de invloed van commerciële voetbalscholen en het ontbreken van essentiële controlemechanismen. Uiteindelijk werd de huurovereenkomst met de vereniging beëindigd.
Niet iedere voetbalschool is fout
Een belangrijke nuance mag ondertussen niet verdwijnen. Een commerciële voetbalschool is niet automatisch een slechte voetbalschool. Er zijn gekwalificeerde trainers die uitstekend aanvullend werk leveren. Kinderen kunnen er techniek verbeteren, extra uren maken en vooral veel plezier beleven. Ook binnen de Amsterdamse aanpak blijft daarvoor ruimte.
De scheidslijn ligt ergens anders: transparantie, kwaliteit, veiligheid en eerlijkheid. Wie een voetbaltraining verkoopt, moet een voetbaltraining verkopen. Geen profcontract. Geen Ajax-droom. Geen suggestie dat er toevallig zondag een scout langs de lijn staat die speciaal voor jouw zoon is gekomen.

Vereniging moet weer het uitgangspunt zijn
Daarmee komt het onderzoek uiteindelijk uit bij een discussie die veel groter is dan alleen de commerciële voetbalschool.
Want ook ouders spelen een rol. Het Amsterdamsche Voetbal schreef deze zomer al over de toenemende prestatiedruk in het jeugdvoetbal. Teamindelingen leiden tot boze mails en discussies en sommige verenigingen hanteren inmiddels zelfs een afkoelperiode nadat de nieuwe teams bekend zijn gemaakt. De gedachte dat ieder talent uiteindelijk Cruijff of Messi kan worden, wordt mede gevoed door een markt die aan die ambitie geld kan verdienen.
De voetbalvereniging biedt iets wat moeilijk in een trainingspakket van tien lessen is te stoppen: een team, vrijwilligers, een trainer, wedstrijden, verliezen, winnen, vriendschappen, teleurstellingen en leren omgaan met het feit dat soms iemand anders beter is. Daar vindt voor verreweg de meeste kinderen hun voetbalontwikkeling plaats. En wie uitzonderlijk goed is, wordt echt wel gezien.
Amsterdamse aanpak krijgt landelijke betekenis
Juist daarom is het onderzoek waar Trouw donderdag groot mee opent interessant voor Amsterdam. Wat enkele jaren geleden begon als een lokaal probleem rond veldgebruik, commerciële activiteiten en druk op verenigingen, blijkt onderdeel van een veel bredere landelijke ontwikkeling. Amsterdam koos relatief vroeg voor regulering. De gemeente wilde niet verbieden dat kinderen extra trainen, maar wel weten wie er training geeft, waar dat gebeurt, wie eraan verdient en of kinderen veilig kunnen sporten.
Sportwethouder Sofyan Mbarki pleitte eerder al voor een landelijke aanpak waarbij ook KNVB en Rijk nadrukkelijker verantwoordelijkheid nemen. Want zodra Amsterdam strengere voorwaarden stelt en een voetbalschool simpelweg een paar kilometer verderop opnieuw begint, verschuift het probleem slechts.
Het onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam geeft die oproep nu extra gewicht. Want achter alle trainingspakken, pionnen, Instagramfilmpjes, oefenwedstrijden en beloften staat uiteindelijk gewoon een kind. Een kind dat vooral wil voetballen. En misschien ooit prof wil worden. Daar is helemaal niets mis mee. Maar die droom verdient bescherming – geen prijskaartje met een belofte die niemand kan waarmaken.
Reageren? E: info@hetamsterdamschevoetbal.nl
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht