Home / slideshow / Andries Jonker trots op De Volewijckers: “Daar moest ik ook voetballen”

Andries Jonker trots op De Volewijckers: “Daar moest ik ook voetballen”

De Amsterdamse voetbalvereniging De Volewijckers viert op zondag 1 november zijn honderdjarig bestaan. Samen met Michele Chiavazzo, Kim van der Bijl, Rosa Sterlin, Ferry Waalberg, Andries Jonker en Co Adriaanse bespreken we het rijke clubverleden van de voetbalvereniging. Dit is deel 5: een gesprek met adviseur Andries Jonker.

Toen Andries Jonker zondagochtend zijn bed uitstapte, voelde hij dat het een speciale dag was. Precies 100 jaar geleden vond de oprichting van zijn club De Volewijckers namelijk plaats. “Daar denk ik dan toch even aan. De Volewijckers is mijn cluppie dat voor even weg was, maar gelukkig weer terug is. Het honderdjarig bestaan geeft een onwijs goed gevoel.” De voetbaltrainer woonde in zijn kindertijd op de Waddendijk, vlakbij de Waddenweg. Daar woonde zijn vriendje Daan Muller, wiens oudere broer bij De Volewijckers speelde. “Persoonlijk had ik geen flauw idee wat De Volewijckers was. Natuurlijk vond ik het als 7-jarige leuk om te voetballen, maar dat deden we op straat.” Daans vader, Arie Muller, was voetbaltrainer van de club en een vroegere speler van het eerste elftal. Arie bracht een van zijn oudere zoons altijd naar de training. “Op een dag mochten Daan en ik mee. Ik zag dat gebouw met A.S.C. De Volewijckers erop en dacht nog alleen maar: ‘Daar moet ik ook voetballen!’ Ondertussen hoorde ik van Daan heel veel over de vereniging.”

Op zijn achtste schreef Jonker zich in bij De Volewijckers, al ging daar nog wel een strenge selectieprocedure aan vooraf. “Ik moest een selectiewedstrijd spelen om te zien of ik goed genoeg was om bij De Volewijckers te mogen voetballen. De buurman had dan wel al gezegd dat ik het ging redden, maar desondanks moest ik nog wel spelen. Ik kan me goed herinneren dat ik een doelpunt maakte in die wedstrijd. Daarna moest mijn vader bij een aantal heren komen voor een gesprek, wat hartstikke spannend was. Vervolgens bepaalde de club of ik lid mocht worden.” Dat ging uiteindelijk door, waarna hij van zijn achtste tot zijn zeventiende bij de Amsterdamse vereniging speelde. Op 17-jarige leeftijd plukte Henk Ellens hem weg, die Jonker naar FC Volendam haalde. Daar speelde hij een jaar in het tweede elftal. “Daarna ging ik weer terug naar De Volewijckers, waar ik twee seizoenen lang speelde.” Vervolgens keerde hij op zijn 26ste voor de tweede keer terug. “In mijn laatste jaar als actief voetballer was ik aanvoerder en eerste elftalspeler van de club.” Intussen was De Volewijckers geen profclub meer. Jarenlang bestond de club uit De Volewijckers BV en AV, maar in 1974 ging het BV-gedeelte op in FC Amsterdam. Het was een teleurstelling voor de toen 12-jarige Jonker, die op zondag altijd ging kijken. “Dat was in een stadionnetje op de Banne, maar dat was dus opeens weg. Ik weet nog dat ik daar enorm verdrietig over was en dat ik dat enorm jammer vond. Vervolgens kwam De Volewijckers AV, dat in de vierde klasse ging spelen. Ik had toen heel goed in de gaten dat dit niveau heel wat anders was.”

Na zijn voetbalcarrière besloot Jonker als trainer aan de slag te gaan. Hij werkte onder meer bij Willem II, Barcelona, Bayern München, Arsenal en VfL Wolfsburg, maar hij verloor De Volewijckers nooit uit het oog. Toen hij in 2017 bij de laatste Duitse club vertrok, had hij weer zin om zelf te voetballen. “Ik besloot bij DVC Buiksloot te gaan spelen, zoals de club door de fusie met DWV heette. In het eerste elftal, in de zondag vijfde klasse, schaamde ik mezelf regelmatig voor het belachelijke gedrag van mijn teamgenoten. Dat had niets te maken met op een gezonde manier voetballen. Als je dan een tijd mee traint, krijg je eveneens zicht op de club, het ledenaantal en de mensen die de club dragen. Er waren nog drie Veteranenteams, een eerste zondagelftal, een eerste zaterdagelftal en wat jeugd. Dat zaterdagelftal ging weg en het zondagelftal kon niet meer in stand worden gehouden, waardoor het seniorengedeelte zou verdwijnen. Toen moest ik gewoon ingrijpen.” Jonker stapte naar de voorzitter om zijn bevindingen te delen en aan te geven dat hij het Groen-Wit en de naam van De Volewijckers weer terug wilde krijgen. De voorzitter gaf aan dat hij het belang van de club moest dienen. Wanneer mensen binnen de club democratisch akkoord zouden gaan met het voorstel, dan wilde de beleidsmaker het plan steunen. “Dat vond ik een meer dan logische reactie. Na dat gesprek heb ik overlegd met Co (Adriaanse, red.), die me wilde helpen wanneer De Volewijckers weer terugkeerde. Daardoor ging ik de eerste periode alleen door, in de wetenschap dat Co daarna ging bijspringen.”

Na veel vergaderingen kreeg Jonker het uiteindelijk voor elkaar om zijn plan te bewerkstelligen. Door de terugkeer van De Volewijckers konden de eerste doelstellingen op tafel komen, die allemaal op de lange termijn waren gericht. “We willen naar de top van het amateurvoetbal. Om daar te komen moeten we ervoor zorgen dat de prestatieteams van de jeugd zo hoog mogelijk spelen. Daarnaast moet De Volewijckers oog en aandacht hebben voor de recreatieteams. Een grote club worden heeft niet alleen betrekking op spelen in de top van het amateurvoetbal, maar ook op het aantal leden dat tevreden en trots is op de club.” Daarbij hoort volgens Jonker ook het oprichten van een meisjes- en vrouwenafdeling. “Dat hoort tegenwoordig simpelweg bij een goede club.” Jonker heeft nog altijd veel contact met De Volewijckers, al wil de huidige trainer van Telstar geen officiële functie hebben. “Ik ben veel meer een adviseur, net als Co. In de praktijk komt het erop neer dat ik de club gevraagd en ongevraagd adviseer over het beleid. We hebben informeel, ongeregeld contact. Soms is dat intensiever, maar soms ook minder. Ik probeer daarnaast elke week bij de club langs te gaan. Alles bij elkaar denk ik dat we met de club goed op weg zijn.”

Tekst: Jordi Smit

De Volewijckers honderd jaar: In gesprek met klusploegleider Ferry Waalberg

Send this to a friend