Column Andre Gieling over meer dan bevlogen Amsterdamse amateurvoetballers

Andre Gieling speelde ooit bij Ajax en verdiende zijn sporen in het amateurvoetbal. Zowel op het veld als in de zaal. Op Facebook schrijft hij met grote regelmaat de mooiste columns (De Facebookheld). Zijn nieuwste column willen wij u niet onthouden. Daarin gaat Gieling in op het ‘niet tegen je verlies kunnen’ van Pieter van Zwieten, Ger Blokzijl en Sjaak Swart.

De Facebookheld kan niet tegen zijn verlies. Als sporter is dit geen slechte eigenschap, maar als hij tijdens een spelletje met z’n nichtje van zes jaar oud ook per se niet wil verliezen en oprecht staat te juichen als hij heeft gewonnen, dan wordt het soms lichtelijk gênant.

Met terugwerkende kracht schaamt de held zich ervoor wat deze kwalijke karaktereigenschap in het verleden voor (emotionele) schade heeft aangericht. Toen hij nog bij zijn ouders woonde kon je vaak de klok erop gelijk zetten dat het bij een onfortuinlijke wending niet heel lang zou duren voor het willekeurig gekozen bordspel, inclusief de pionnen, schijven en/of dobbelstenen, door de lucht zou vliegen.

Al even onvergetelijk en pijnlijk tegelijk waren de avonden dat hij, de puberende tiener, in de auto met zijn vader en moeder naar het nabij het Amsterdamse Bos gelegen tennispark reed. De held zou eerst met zijn vader een set tennissen en daarna zou zijn moeder nog met één van hen een balletje slaan. Maar die zo onschuldige eerste set leidde, vooral door het onuitstaanbare, John McEnroe-in-het-kwadraat-gedrag van de Facebookheld, telkens weer tot een heuse (psychische en verbale) veldslag waarbij de collega-tennissers op de chique tennisclub dikwijls de rackets door de lucht zagen vliegen.

Als de toon eenmaal was gezet werd er bij zuivere punten luidkeels UIT! geroepen en om nog meer bloed onder de nagels vandaan te halen, bediende de held zich als stil protest van quasi-nonchalante en totaal ongeïnteresseerd teruggeslagen ballen. Het onvermijdelijke moment dat de tot het uiterste gedreven vader vloekend en tierend de baan verliet, liet dan niet lang meer op zich wachten. Nog geen vijf minuten later zaten de boze vader, de zwaar beledigde held en de zonder ook maar één bal te hebben geslagen moeder weer in de auto naar huis.

Op het voetbalveld wilde de Facebookheld ook graag winnen, maar dit gevoel was toch niet zo sterk als tijdens een individuele sport. Natuurlijk wilde hij (deels uit trots) altijd zijn persoonlijke tegenstander in het veld de baas zijn, maar er waren genoeg spelers te vinden die hem met hun collectieve, rücksichtslose dadendrang overtroffen.

Hij heeft zich er wel altijd oprecht over verbaasd hoe bepaalde, normaal toch sympathieke personen eenmaal op het voetbalveld razendsnel kunnen transformeren tot onhandelbare, niet voor rede vatbare individuen. Hun ongecontroleerde woede heeft hem altijd gefascineerd.

Voetballer Gerrie Blokzijl was (en is) zo’n speler. Een bij vlagen geniale aanvallende middenvelder die normaal qua talent absoluut de top had kunnen bereiken, maar net even te vaak last had (en heeft) van een stroomstoring in de bovenkamer. Zijn trots en adrenaline op het veld waren zo groot dat hij het bij iedere vorm van onrecht aan de stok kreeg met zijn tegenstander, met de scheidsrechter, met het publiek en ten slotte, soms ook nog met zijn eigen trainer(s) of medespelers.

De held heeft regelmatig met een Blokzijl op leeftijd mogen voetballen. Nog altijd een lust voor het oog, maar toen (ondanks het lage, meer ontspannen competitieniveau) van de vijf wedstrijden vier wedstrijden voortijdig, dan wel definitief werden gestaakt omdat Ger weer bonje met de hele wereld had (zelfs zijn eigen, vrijwillig langs de lijn coachende trainer, oud-prof Kees Bregman kreeg luidkeels vanuit het veld te horen dat hij er al helemaal geen klote van begreep…!), vond de held het wel weer mooi geweest.

Pieter van Zwieten was ook zo’n type. Een voetballer waar de held respect voor had, maar als hij dreigde te verliezen of hij irriteerde zich aan iemand, dan kreeg hij spontaan last van een gevaarlijke vorm van de tropenkolder. In de voorbereiding bij voetbalclub HBOK speelden de held en Van Zwieten aan het einde van de training, puur ter ontspanning, een potje voetvolley. Nadat Pieter met zijn team (ze speelden vier tegen vier) eerst nog op voorsprong was gekomen, moest hij het uiteindelijk toch tegen de held en diens ploeg afleggen.

Onderweg van het veldje naar de kleedkamer was de held niet te beroerd om nog wat voerende, licht provocerende opmerkingen te maken. Pieter reageerde niet. Maar toen hij in de gaten kreeg dat één van zijn teamgenoten van het spelletje een glimach niet kon onderdrukken, ontplofte Van Zwieten bijna en schold zijn nieuwe teammaat, die zich van geen kwaad bewust was, voor alles en met alle mogelijke ernstige ziektes erbij uit. Dat spelertje was totaal in shock en stond te trillen op zijn benen, maar ze moesten Van Zwieten nog net niet tegenhouden…

Maar de bekendste (mede)speler van de held met dit bedenkelijke voetbalborderline-syndroom blijft toch wel het nu bijna 75-jarige fenomeen Sjaak Swart. Swart, buiten het veld doorgaans stijlvol gekleed en een baken van rust en beminnelijkheid, is, eenmaal op het veld, tijdens welke onbeduidende wedstrijd dan ook, het perfecte voorbeeld van een ongeleid projectiel dat ieder moment van ‘groot’ onrecht kan afgaan. Primair kan Sjaak in extreme mate niet tegen zijn verlies, maar als het met de score wel goed zit, dan verplaatst hij zijn doel net zo gemakkelijk naar het niet tegenkrijgen van een doelpunt.

Zodra een scheidsrechter het in zijn hoofd haalt om een oogje dicht te knijpen als de op een schier hopeloze achterstand staande tegenstander toevallig een onterecht doelpunt maakt, dan komt bij Sjaak onmiddellijk de tiran in hem naar boven en is het veld het resterende gedeelte van de wedstrijd te klein.

Het fulmineren, zeg maar gerust: het met dodelijke precisie tekeergaan tegen de man in het zwart, heeft de held zelf bij Sjaak altijd een attractie gevonden. Er zijn mensen die hem, als hij zo op het veld bezig is, een gevaarlijke gek met zelfs psychopatische neigingen vinden, maar wie Sjaak, Pieter, Ger en soms ook de Facebookheld zelf, echt kennen, die weten dat het zeker buiten het veld meestal doodgoede gasten met een ietwat ingewikkelde gebruiksaanwijzing zijn.

Tijdens een zaterdagmiddagwedstrijd op het derde veld van Zeeburgia speelde de Facebookheld (uiteraard onder een fictieve naam) eens met een team van Sjaak Swart en wat oud-voetballers mee. Al vanaf de eerste minuut zat Sjaak zich aan de scheidsrechter te ergeren. Zijn opwinding hield gelijke tred met het inderdaad erbarmelijke niveau van fluiten. De scheidsrechter zelf, een grote grove vent van middelbare leeftijd die bovendien tijdens zijn geboorte een nogal prominent aanwezige kin had toebedeeld gekregen, liet duidelijk merken dat hij niet van Sjaaks commentaar gediend was en floot werkelijk alles tegen.

Nadat Sjaak langzaam maar zeker door had dat schelden tegen deze hoogst eigenzinnige leidsman geen zin had, bleef het een poosje stil. Prompt volgden er zowaar een paar beslissingen die wél in hun voordeel waren. Net op het moment dat de scheidsrechter dacht dat de ergste storm was overgewaaid en alles weer paix en vree in het veld was, kwam Sjaak zo rond de middencirkel tussen de held en de scheidsrechter in gelopen: ‘Hey, scheids!’ De arbiter keek, op zijn hoede maar zwijgend, in de richting van Sjaak en knikte om te vragen wat speler Swart te melden had. ‘Scheids, heb jij vroeger soms bij FC Kinheim gespeeld…?

Andre Gieling

 

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
▼Bezoek ook de clubpagina(s)