Home / slideshow / DCG honderd jaar: In gesprek met Jolanda Krap

DCG honderd jaar: In gesprek met Jolanda Krap

De Amsterdamse voetbalvereniging DCG viert op vrijdag 6 november zijn honderdjarig bestaan. Samen met Johan Degenkamp, Arie Castelijn, Jolanda Krap, Samir Allilti, Coen Looijen, Brian Veldhuizen en Ibrahim el Mahdioui bespreken we het rijke clubverleden van de voetbalvereniging. Dit is deel 3: een gesprek met vrijwilliger Jolanda Krap.

De zoons van Jolanda Krap speelden begin 2000 op de speelvelden van AGB. Bij die vereniging voetbalde hun vader in het eerste elftal, waardoor het logisch was dat de kinderen daar in de jeugdafdeling terechtkwamen. Op hetzelfde complex was DCG te bewonderen, een club waartegen Krap toentertijd opkeek. “Als je de jeugdspelers zag trainen, dan liepen zij allemaal in hetzelfde trainingspak en zag alles er een stuk professioneler uit. Bij AGB was dat anders.” Toen een van haar zoons de mogelijkheid kreeg om bij DCG te spelen, was hij niet direct enthousiast. Wanneer eenmaal een trainer van een van de elftallen bij hen thuis langskwam om het over de overstap te hebben, ging hij alsnog akkoord. “De verwachtingen die ik had, kwamen bij de club helemaal uit. Al ligt dat zeker niet aan AGB: niet elke club heeft simpelweg dezelfde financiële middelen om mee te werken.”

Krap deed in de jaren vóór DCG bestuurservaring op bij zowel Al Achbal, inmiddels Nieuw-West United, als AGB. “Bij de eerste club zat ik voor de allereerste keer in het bestuur. We waren destijds drie Nederlandse vrouwen die bij een Marokkaanse vereniging aan het roer stonden. Ook bij AGB nam ik na verloop van tijd een bestuursfunctie aan.” Eenmaal bij DCG was Krap blij dat ze voor korte tijd alleen ‘de moeder van’ was. “Maar uiteindelijk weet je hoe het gaat in het voetbalwereldje, want ons kent ons. Daarom kreeg ik al snel de vraag of ik wat voor DCG kon betekenen. In eerste instantie was ik leidster van de D1, waarna de club mij afdelingscoördinator van de C-junioren maakte. Vervolgens kwam mijn rol van wedstrijdsecretaris daar nog bovenop, net zoals ledenadministratie en contributies. Zo is alles steeds verder gegroeid.”

Ondanks haar zoons in de tussentijd de club voor korte tijd verlieten, bleef Krap al die jaren DCG trouw. “Ik voel me binnen de vereniging ontzettend op mijn gemak. We laten elkaar in onze waarden. Uiteindelijk is iedereen binnen DCG even belangrijk, van de schoonmaker tot de voorzitter. Bovendien kent iedereen elkaar, waardoor er in de loop van de jaren een hechte familieband is ontstaan. Daarom ben ik altijd bij de club gebleven.” Krap is in een gemiddelde voetbalweek op maandag- en donderdagavond tussen 18.00 en 20.00 uur bij de club te vinden, evenals zaterdagochtend en zondag. “Dat valt qua tijd mee, vooral omdat ik het zo gezellig vind. Het is een leuke hobby om te doen.” Ook in de huidige coronatijd heeft Krap voldoende te doen. Zo gaat de jeugdafdeling nog altijd door met trainen, waardoor de handhaving op poten moet worden gezet. “We doen dat samen met verschillende vrijwilligers, die ik dankbaar ben voor hun inzet. Allemaal investeren we tijd om de vereniging draaiende te houden.” Krap kijkt kortom met veel plezier terug op haar eerste periode bij DCG. “Op naar de volgende 16 jaar!”

Tekst: Jordi Smit

DCG honderd jaar: In gesprek met Arie Castelijn

Send this to a friend