Home / Algemeen / Hoe is het met… Sander Oostrom

Hoe is het met… Sander Oostrom

Uit het oog maar niet uit het hart. In de rubriek ‘Hoe is het met…’ gaan we op zoek naar bekenden uit de Amsterdamsche voetbalwereld die uit het gezichtsveld zijn verdwenen. In deel 21: Sander Oostrom (51), die via OSV het profvoetbal haalde en nog altijd topscorer aller tijden van Telstar is.

Twee weken geleden liep Sander Oostrom weer rond bij zijn oude clubje OSV, in het kader van het honderdjarig jubileum. Oostrom speelde er in de jeugd, maakte vanuit de Oostzanerwerf de stap naar het profvoetbal, keerde na een hoop avonturen terug in een vriendenteam (tot vorig seizoen zes jaar in het derde elftal, red.) en was vorig seizoen zelfs even assistent-trainer van het eerste elftal. “Het trainersvak trekt mij wel, maar ik heb nu een hoop andere dingen aan mijn hoofd.”

Van zijn twintigste tot zijn 35ste draaide zijn leven om het voetbal. Hij begon in de jeugd van De Meteoor, vervolgens vier jaar OSV en haalde daar het eerste elftal. Oostrom speelde twee jaar onder Joop Burgers, totdat Peter de Waal langskwam. De trainer van AZS (Argonaut-Zwarte Schapen) zag het in hem zitten, werd assistent-trainer bij Telstar en haalde de aanvaller naar Velsen. In zijn eerste halfjaar maakte Oostrom veelal zijn minuten in het tweede elftal, totdat De Waal de vertrokken Cor van der Hart opvolgde. “Meteen stond ik in de basis en haalde ik dat seizoen een paar keer het sterrenklassement.”

In het shirt van De Witte Leeuwen scoorde Oostrom aan de lopende band. Verdeeld over tien seizoenen (1987/88 – 1994/95 en 2000/01 – 2002/03) maakte hij 103 doelpunten, waardoor hij topscorer aller tijden is. Soms wordt hij daar aan herinnerd, als er filmpjes voorbij komen op social media. Toch blijft Oostrom, ondanks de fraaie cijfers, zelfkritisch op zijn prestaties. “Ik heb niet alles uit mijn carrière gehaald. Te lang bij Telstar gebleven bijvoorbeeld. Ik had zelf het idee dat ik hoger had kunnen spelen. In mijn tijd moesten clubs aan het eind van een seizoen vier ton betalen om mij te halen, dat was best veel geld voor iemand uit de eerste divisie.”

Oostrom kwam in 1987 met een kleine achterstand binnen in Velsen. Hij had geen opleiding in het profvoetbal en speelde vooral vanuit zijn intuïtie. “Pas onder Joop Burgers leerde ik bij OSV een beetje meeverdedigen of knijpen. Niet dat ik een luie voetballer was, ik had geen opleiding. Er was bij mij iets gegroeid van: ik wacht totdat ik de bal heb. Op die manier heb ik het ook heel lang volgehouden. Als ik eenmaal de bal had, deed ik mijn ding. Je blijft in je kracht, vooral als het werkt omdat je daardoor wedstrijden wint en het wordt gepikt. Later heb ik het pas een beetje op die manier geanalyseerd, dat ik misschien eerder in het profvoetbal had moeten komen.”

Toch leidde zijn weg hem langs een aantal mooie clubs. Na acht jaar Telstar vertrok Oostrom naar NAC Breda, om daar in de Eredivisie te voetballen. Een goed eerste jaar werd gevolgd door een tegenvallend tweede seizoen, waarin hij veel geblesseerd was en de bank moest warm houden. Via Piet Buter en Ger Lagendijk kwam een Zuid-Koreaans avontuur bij Pohang Steelers als oplossing. “Ik kon daar vijf keer zoveel verdienen. Ik mocht vijf dagen op proef komen en kon na anderhalve dag al tekenen.”

Ook zijn tijd daar was met ups en downs. Het niveau was redelijk (‘tussen eerste en eredivisie in’), maar de rest eromheen ‘behoorlijk amateuristisch’. “Ze waren tactisch niet onderlegd. Ook waren er wedstrijdbesprekingen van drie kwartier in het Koreaans. Voor ons (Oostrom zat daar met vier andere buitenlanders, red.) werd het niet vertaald. Waarschijnlijk was het een motivatiespeech. Wij hadden aan ‘come on’ voldoende. We speelden altijd in hetzelfde systeem. 4-4-2, met twee spelverdelers die van zestien tot zestien mochten rennen.” Na anderhalf jaar vertrok hij uit Zuid-Korea. “Er was daar een grote crisis en de mensen van de club kwamen naar mij toe met de vraag of ik minder wilde verdienen. Daar ging ik niet op in. Ik kon in het tweede gaan spelen. Ger zei tegen mij: gewoon je zakken vullen. Ik was immers dertig. Achteraf had ik in discussie moeten gaan, want je wil toch spelen.”

Eenmaal terug in Nederland kwam Oostrom erachter dat er weinig interesse in hem was. Geen eredivisieclub zat op zijn diensten te wachten, iets wat volgens hem nog steeds zo is bij spelers die na een tijdje in het buitenland terugkeren. Hij koos uiteindelijk voor eerstedivisionist Haarlem. Anderhalf jaar later maakte Oostrom de overstap naar Telstar, waar inmiddels ook zijn oude trainer Simon Kistemaker weer aan het roer stond. Daar beëindigde de Amsterdammer in 2002 zijn profloopbaan.

Op 35-jarige leeftijd ging hij verder in het amateurvoetbal. John Kila, toen assistent-trainer van Telstar, werd trainer van Türkiyemspor en nam Oostrom mee. Daar speelde hij nog vier seizoenen. “Een fantastische club, goede sfeer. We werden drie keer kampioen van de Hoofdklasse en twee keer van Nederland.” Na het laatste kampioenschap zwaaide Oostrom af. Hij werd assistent van Kila bij Scheveningen en zei daarna de voetbalwereld vaarwel.

Blijf op de hoogte en volg ons via Facebook, Instagram en Twitter!
▼Bezoek ook de clubpagina(s)

Send this to a friend