Foto: Jeroen Otten

OUD-PROFS | Miljardenclaim tegen FIFA: ook (Amsterdamse) amateurvoetballers kunnen recht hebben op geld. “Als jij nu gepensioneerd bent, of nog op amateurniveau voetbalt, dan is dit voor jou relevant.”

Justice for Players verzamelt duizenden oud-profs voor een Europese massaclaim. Voor spelers die nu bij een (Amsterdamse) amateurclub voetballen, maar sinds 2002 actief waren in het betaald voetbal, kan de zaak financieel relevant zijn – zelfs als zij nooit een transfer maakten.

Van de velden van AFC, JOS Watergraafsmeer, Real Sranang en andere Amsterdamse amateurclubs terug naar de contracten uit het profverleden: oud-spelers uit de Eredivisie en Eerste Divisie kunnen zich aansluiten bij een collectieve schadeclaim tegen FIFA en vijf nationale voetbalbonden. De inzet loopt volgens initiatiefnemer Justice for Players in de miljarden. Maar de procedure staat nog helemaal aan het begin, waarschuwt advocaat en stichtingsbestuurder Dolf Segaar.

Een voormalig prof die op zaterdag of zondag nog een balletje trapt in de Amsterdamse voetbalmetropool, denkt waarschijnlijk niet dagelijks meer aan het internationale transferreglement van FIFA. Toch kan precies dat reglement nog gevolgen hebben voor zijn of haar portemonnee. Wie tussen 2002 en nu in het betaald voetbal speelde, kan volgens Justice for Players schade hebben geleden door regels die de bewegingsvrijheid en onderhandelingspositie van voetballers beperkten.

De stichting bereidt daarom een collectieve procedure voor tegen FIFA en de voetbalbonden van Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Denemarken. De claim is nog niet bij de rechter neergelegd. Eerst wil Justice for Players zo veel mogelijk huidige en voormalige profvoetballers verzamelen. “En dan gaat de dagvaarding uit en kunnen we de procedure beginnen.”

De zaak-Diarra als juridisch breekijzer

De aanleiding ligt bij Lassana Diarra. De Franse middenvelder verliet in 2014 – nadat het conflict in 2013 was ontstaan – Lokomotiv Moskou voordat zijn contract was afgelopen. FIFA-regels brachten voor Diarra en een mogelijke nieuwe werkgever grote financiële en sportieve risico’s mee. Na procedures in de voetbalrechtspraak belandde de kwestie bij de Belgische rechter, die vragen stelde aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Op 4 oktober 2024 volgde de doorbraak. Het Europese Hof oordeelde dat een aantal FIFA-bepalingen over internationale transfers van profvoetballers in strijd is met het vrije verkeer van werknemers en het Europese mededingingsrecht. De regels konden spelers belemmeren om bij een club in een andere EU-lidstaat aan de slag te gaan en beperkten de concurrentie tussen clubs. “Het Hof heeft in 2024 die baanbrekende uitspraak gedaan”, zegt Segaar. “Het transfersysteem zoals het sinds 2002 gold, was in strijd met het mededingingsrecht en het vrije verkeer van werknemers. Spelers werden belemmerd in het vinden van een nieuwe club.”

De uitspraak betekent niet automatisch dat iedere oud-prof geld krijgt. Zij vormt volgens Segaar wel de juridische basis om vergoeding te eisen voor schade die spelers door het systeem zouden hebben geleden. “Dat is de basis voor onze procedure tegen FIFA: om een claim in te dienen voor al die spelers die ermee te maken hebben gehad.”

FIFA voerde in januari 2025 tijdelijke wijzigingen door. Inmiddels heeft de Wereldvoetbalbond een nieuw regelgevend kader vastgesteld dat op 1 januari 2027 in werking moet treden. Dat nieuwe stelsel is volgens FIFA tot stand gekomen na overleg met onder meer spelersvakbond FIFPRO, clubs en competities. Voor Justice for Players neemt een hervorming van de toekomstige regels de gestelde schade uit het verleden echter niet weg.

Eerst toegang tot de rechter, daarna pas de inhoud

De Nederlandse collectieve procedure kent volgens Segaar twee grote fasen. In de eerste fase moet de stichting aantonen dat zij geschikt en voldoende representatief is om namens een grote groep spelers op te treden. Pas wanneer de rechtbank dat accepteert, komt de inhoudelijke aansprakelijkheids- en schadevraag aan bod.

“Eerst leg je bij de rechtbank de claim neer”, legt Segaar uit. “Dan moet je laten zien dat je als stichting voldoende representatief bent en dat je genoeg spelers vertegenwoordigt. Dat is de eerste toets die de rechtbank doet. Als de rechtbank dat toelaat, begint pas de eigenlijke procedure.” Een wettelijk minimumaantal deelnemers bestaat volgens Segaar niet. Toch mikt Justice for Players op een substantiële groep spelers; rechtstreeks en ook via agenten proberen wij met hen in contact te komen. Daarmee zullen we voldoende representativiteit krijgen.”

Over de onmiddellijke stand van zaken is hij duidelijk: “Wij zijn bezig met de dagvaarding. Die gaat er binnenkort uit. Daarna krijg je die twee fasen: eerst stelt de rechtbank vast of wij mogen procederen. Als dat is toegestaan, gaat het inhoudelijk over de vraag wat de schade is geweest.”

Van de Johan Cruijff Arena naar een Amsterdams amateurveld

Voor wie is dat relevant? Niet voor iedere amateurvoetballer die ooit een vergoeding ontving. De doelgroep bestaat volgens Segaar uit mannen en vrouwen die in de relevante periode als prof in het betaald voetbal actief waren en met het FIFA-transfersysteem te maken hadden. In Nederland gaat het volgens hem in beginsel om spelers uit de Eredivisie en Eerste Divisie.

Een voormalig contractspeler van Ajax, FC Volendam, Telstar of AZ die nu bij een amateurclub in Amsterdam of omgeving speelt, kan dus binnen de doelgroep vallen. Dat geldt ook voor een speler die inmiddels helemaal is gestopt, trainer is geworden of buiten het voetbal werkt.

“Iedereen die vanaf 2002 tot heden als profvoetballer of semiprofvoetballer met het transfersysteem te maken heeft gehad, heeft volgens onze claim schade geleden”, zegt Segaar. “Als jij nu gepensioneerd bent, of nog op amateurniveau voetbalt, maar in die periode professioneel hebt gespeeld, dan is dit voor jou relevant.”

De grens ligt niet bij de huidige status, maar bij het profverleden. Wie uitsluitend amateurvoetbal speelde, ook tegen betaling, valt er volgens Segaar niet vanzelfsprekend onder. “Het gaat echt om het betaald voetbal. Spelers moeten met het transfersysteem van FIFA te maken hebben gehad.” Ook vrouwen kunnen deelnemen. “Het gaat om mannen én vrouwen”, benadrukt Segaar. “Vrouwen zouden zich dus ook kunnen aanmelden.”

Ook zonder transfer kan er schade zijn

Opvallend is dat een speler niet daadwerkelijk van club hoeft te zijn gewisseld om volgens de stichting schade te kunnen claimen. De redenering is dat transferregels de hele arbeidsmarkt beïnvloedden. Een club wist immers onder welke voorwaarden een speler kon vertrekken, terwijl andere clubs rekening moesten houden met aansprakelijkheid, compensatie of sportieve sancties. “Ook al heb je geen transfer gemaakt, dan kun je toch schade hebben geleden doordat je onderhandelingspositie verminderd is geweest”, zegt Segaar. “Die transferregels hingen boven de markt. Ook als je je hele leven bij één club hebt gespeeld, kunnen ze een drukkend effect hebben gehad op je salarisontwikkeling. Je onderhandelingspositie werd minder.”

Justice for Players rekent voorlopig met een gemiddeld inkomensverlies van ongeveer 8 procent. Dat percentage is nadrukkelijk geen vast bedrag voor iedere speler. De mogelijke schade hangt onder meer af van het land, het salarisniveau en het loopbaanverloop. “Acht procent is echt een gemiddelde”, zegt Segaar. “Als je in Nederland hebt gespeeld, heb je misschien 2 procent schade geleden, omdat de markt kleiner is en de salarisstijgingen kleiner zijn. Maar als je van Nederland naar Engeland gaat en daar een aantal jaren speelt, neemt het percentage toe. Gemiddeld kom je ongeveer op 8 procent uit.”

De stichting schat dat ongeveer 100.000 spelers in Europa binnen de relevante groep kunnen vallen. “Namens hen claimen wij geld bij FIFA”, zegt Segaar. “Dat lijkt op een paar miljard uit te komen.”

Geen individuele claim per speler

De stichting berekent nu nog niet voor iedere deelnemer afzonderlijk een schadebedrag. Eerst wordt één collectieve vordering ingesteld. Pas als er geld beschikbaar komt door een uitspraak of schikking, volgt de individuele verdeling. “Het is niet zo dat we voor ‘Pietje Puk’ een bedrag vorderen en voor Jantje of Kees ieder een ander bedrag”, zegt Segaar. “We vorderen één bedrag. Zodra het geld binnen is, wordt gekeken naar de verdeling.”

Op dat moment moeten deelnemers hun loopbaan en inkomsten onderbouwen. Contracten, salarisgegevens en andere stukken kunnen dan nodig zijn. Een aparte stichting met deskundigen moet de verdelingsformule opstellen en de gegevens controleren. “Nu hoeven spelers nog niets te doen behalve zich registreren”, aldus Segaar. “Later, bij de verdeling, wordt gecontroleerd of wat zij hebben opgegeven ook klopt. Als er geld binnenkomt, gaat het naar een aparte stichting. Daar komen deskundigen in die goed zijn in zulke verdelingen. Zij maken formules, controleren de gegevens en daarna krijgen spelers een uitkering.” Aanmelden is volgens hem kosteloos. Bij een succesvolle claim ontvangt een deelnemer 75 procent van het voor hem of haar berekende bedrag. De overige 25 procent gaat naar de kosten van de stichting, de procedure, advocaten en de procesfinancier. “Profvoetballers kunnen zich nu aanmelden en dat kost niets”, zegt Segaar. “Als er ooit een bedrag wordt toegewezen, krijgen zij 75 procent daarvan veilig uitgekeerd. Vijfentwintig procent gaat naar de kosten van de stichting, de procedure, de advocaten en de financiers.”

Namen blijven afgeschermd

Voor actieve spelers en trainers kan deelname gevoelig lijken liggen. Zij kunnen vrezen dat een club, bond of FIFA hun betrokkenheid niet waardeert. Volgens Segaar worden namen niet gedeeld. “De namen van de spelers worden niet bekend”, zegt hij. “Het blijft anoniem.” Zodra een schadebedrag moet worden verdeeld, moet vaststaan wie recht heeft op welk deel. “Op het moment dat een claim is toegewezen en er een bedrag beschikbaar is, moeten de namen natuurlijk bekend worden aan degenen die het geld gaan verdelen, want dan moet het geld worden toebedeeld.”

Justice for Players probeert onterechte aanmeldingen er eerder uit te filteren. “We kunnen bijvoorbeeld via openbare loopbaangegevens kijken wie de partijen zijn”, zegt Segaar. “Als we op voorhand zien dat een grote groep niet kwalificeert, halen we die eruit. Die presenteren we dan niet bij de rechtbank.”

Op zijn vroegst in 2029 duidelijkheid

Wie zich aansluit, moet vooral geduld hebben. De dagvaarding moet nog worden uitgebracht, daarna volgt eerst de discussie over de ontvankelijkheid en representativiteit. Vervolgens kan een jarenlange inhoudelijke behandeling volgen, mogelijk met hoger beroep. Tegelijkertijd blijft een schikking met FIFA denkbaar.

“We staan helemaal aan het begin”, zegt Segaar. “Ik denk dat wij op zijn vroegst ergens in 2029 een eerste uitspraak hebben. Het kan natuurlijk goed zijn dat er in de periode waarin wordt geprocedeerd ook met FIFA wordt onderhandeld. Misschien probeer je tot een schikking te komen.”

De KNVB is naast FIFA en vijf andere bonden betrokken. Segaar ziet FIFA en alle aangesloten bonden in mededingingsrechtelijke zin als een gezamenlijk opererend verband. “Die voetbalbonden en FIFA worden gezien als een ondernemersvereniging. Zij horen bij elkaar als één conglomeraat. Als één partij wordt aangesproken, kan de rest hoofdelijk aansprakelijk zijn..”

Voor de oud-prof die zaterdag in Amsterdam zijn tas pakt voor een wedstrijd op amateurniveau, is de praktische afweging voorlopig eenvoudig: aanmelden kost niets, bewijsstukken zijn pas later nodig en een eventuele uitkering is onzeker en ver weg. Maar wie tussen 2002 en 2026 in het betaald voetbal speelde, hoeft volgens Segaar niet daadwerkelijk een grensoverschrijdende transfer te hebben gemaakt om mogelijk belanghebbende te zijn.

Zijn boodschap aan die groep is dan ook helder: “Als je in die periode professioneel hebt gespeeld, kan je schade hebben geleden. Ook als je inmiddels amateurvoetballer bent. Daarom is het relevant om je nu aan te melden.”

Spelers kunnen zich nu kosteloos aanmelden. Klik hier.

Tekst: Harold van Ineveld