Home / slideshow / SDZ honderd jaar: In gesprek met erevoorzitter tante Bep
SDZ elftal jaren '20
Het eerste SDZ-elftal uit de jaren '20

SDZ honderd jaar: In gesprek met erevoorzitter tante Bep

Amsterdamse Voetbalvereniging Samenspel Doet Zegevieren, oftewel AVV SDZ, viert op vrijdag 1 mei midden in de coronacrisis zijn honderdjarig bestaan. Samen met een aantal prominente leden binnen de club analyseren wij het rijke clubverleden en de toekomst van de voetbalvereniging. Dit is deel 5: een gesprek met tante Bep, oud-voorzitter, erevoorzitter én clubvrouw.

Clubvrouw

Wie bij de vereniging aan een willekeurig persoon vraagt naar tante Bep, weet direct wie je bedoelt. Bep de Jong loopt al bijna zestig jaar bij de club rond en is nog altijd ieder weekend in de bestuurskamer te vinden om leden en niet-leden te verwelkomen. “SDZ is mijn leven, want ik ben nog altijd bij de club bezig. Ik vind het belangrijk om als club contact met de mensen te hebben. Dat deed ik vroeger al en doe ik nu nog steeds.”

Haar geschiedenis bij de club gaat terug naar de jaren ’60. “Ik was 17 jaar oud toen ik mijn man leerde kennen: de keeper van het eerste elftal. SDZ had destijds nog geen vast clubhuis. Pas in 1970 zijn we op de Transformatorweg gekomen. Daarvoor zaten we op de Eendracht waar een houten kantine stond die we zélf hadden neergezet. Dat was de periode waarin mijn man (Dries de Jong, red.) voorzitter was: van 1967 tot 1975.”

Voorzitterschap

SDZ, dat in 1920 door een clubje schooljongens werd opgericht op het Bickerseiland, kreeg met tante Bep in 1989 zijn eerste vrouwelijke voorzitter. “Iedereen in de vereniging kende mij natuurlijk goed, maar uiteindelijk was het een mannenwereld. Tot mijn verbazing werd ik als vrouw alsnog snel geaccepteerd in mijn rol als voorzitter. Ik was daarmee een van de eerste vrouwen in het amateurvoetbal die voorzitter werd.”

“Hoe die tijd was? Natuurlijk heb je in een vereniging, waarin je met verschillende mensen te maken hebt, je ups en downs. We zijn in mijn voorzittersjaren bijvoorbeeld ook gedegradeerd, wat niet bepaald een fijne periode was. Dan was het mijn kracht dat ik de mensen weer wist te enthousiasmeren om door te gaan. Als ze zien dat jij ervoor gaat, dan gaan de mensen met je mee en willen ze wat voor je doen. Daarvoor moet je een sterk karakter hebben en niet gauw in de put zitten.”

Heden

Tante Bep en SDZ zijn dus al tientallen jaren met elkaar verweven. Ze zag de club alsmaar veranderen tot de grootte die het momenteel heeft. “Toen de club pas begon, was voetbal een afleiding voor de mensen. Natuurlijk was winnen het doel, maar voor mijn gevoel werd toentertijd niet de nadruk er zo op gelegd. Voor mijn gevoel is dat in deze tijd anders geworden. Als teams in deze tijd promoveren, is de club blij. Daar werd vroeger minder naar gekeken.” Alles bij elkaar overheerst vooral trots op wat er nu staat. “Mensen doen heel hard hun best en dat is mooi om te zien. Op iedere positie zit momenteel iemand die kennis van zaken heeft.”

Door de coronacrisis kan SDZ het feest niet groots aanpakken, maar dat betekent allerminst dat tante Bep het niet viert. “Dat zal ik in mijn eentje moeten doen, het maakt niet uit. Volgend jaar bestaan we 101 jaar en dat is ook een feestje waard. Wat is tegenwoordig tijd? We kunnen het altijd nog vieren. Ik vind het belangrijker dat de vereniging geen grote schade oploopt en iedereen straks weer gezond op het veld staat. Dan komt het allemaal goed”, aldus tante Bep.

Tekst: Jordi Smit
Foto: SDZ Archief

SDZ honderd jaar: In gesprek met clubman Jan Stoopendaal

Send this to a friend