Door: Peter Brink
Peter Hofstede zit te vissen aan het Noordzeekanaal. Dat is niet meteen de plek waar je een technisch manager van een voetbalclub verwacht. Achter hem roken de hoogovens, voor hem stroomt het water. Niet bepaald een tropisch aquarium, maar er zwemmen vissen. Hofstede vist. Niet op de grootste vis, maar op talent.
Flair
De Tweede Divisie is zijn vijver en daar zwemmen er genoeg: Loed Klaasen, Ilias Kariouh, Nino Klaver en Ties de Boer. En Radjenio Fonseca bijvoorbeeld. Net 22 jaar, afkomstig van Zeeburgia, opgeleid in de jeugd van AZ en inmiddels spelend voor AFC. Snel, technisch en gezegend met een actie. Afgelopen week maakte hij twee doelpunten. Hij heeft flair en soms ook een kopbal. Ook dat schijnt een buitenspeler tegenwoordig te moeten kunnen.
Intuitie
Radjenio is zo’n speler die je niet te veel moet vertellen. Je moet hem niet iedere beweging vooraf voorschrijven. Niet drie stappen naar links, twee naar binnen en daarna volgens het trainingsformulier de bal terugspelen. Laat hem voetballen. Maar er is een probleem. De Tweede Divisie is een vijver en de Eredivisie is de zee. Zwemmen in een vijver is iets anders dan zwemmen in zee. Dat weet ik nog van vroeger.
Zwemmen
In de schoolvakanties gingen we naar zwembad De Heerenduinen. Eerst naar het pierenbad. Daar begon het, in het ondiepe en met zwembandjes om. Een beetje zwemmen, een beetje spetteren en vooral zorgen dat je met je hoofd boven water bleef.
Toen kwamen de zwemdiploma’s. Eerst A, daarna B. Na ieder diploma mocht je iets verder, totdat je uiteindelijk in het diepe mocht. Dat was spannend, want daar kon je niet meer staan. Natuurlijk probeerde je vóór het behalen van je diploma weleens in het diepe te komen. Je was kind.
Noordzee kanaal
Maar het echte zwemmen begon voor mij pas bij Forteiland. Aan de monding van het Noordzeekanaal waren geen lijnen op de bodem, geen badmeester Gerard en geen veilige rand waar je even met je hand naartoe kon. Je kreeg te maken met stroming, boten en golven. En vooral met een heel eind zwemmen zonder dat er een kant in de buurt was. Dat is iets anders dan zwemmen in een zwembad.
Misschien is dat ook het verschil tussen de Tweede Divisie en de Eredivisie. Radjenio kan zwemmen. Dat heeft hij bij AFC laten zien. Maar de Eredivisie is Forteiland. Daar is stroming. Daar komen grotere vissen. Daar zwemmen spelers die sneller, sterker en meer ervaren zijn dan jij. Als je even niet oplet, ben je niet alleen je bal kwijt. Dan ben je misschien ook je plek kwijt.
Development
Daarom is Chedric Seedorf interessant. Seedorf is trainer van AFC, maar daarnaast ook CEO van de Seedorf Talent Development Group. Daar draait het om individuele aandacht. Niet alleen om techniek, maar ook om fysieke fitheid, voeding, mentale weerbaarheid, sociale vaardigheden, karakter, doelen stellen en plezier. Eigenlijk precies wat je nodig hebt wanneer de rand van het zwembad verdwijnt.
Chedric hoeft Radjenio niet te leren zwemmen. Hij moet hem leren wat hij moet doen als het water ineens begint te stromen. Wanneer moet je versnellen? Wanneer moet je juist even niets doen? Wanneer moet je tegen de stroming in en wanneer kun je die stroming gebruiken? Dat zijn geen tactische details. Dat is overleven.
Hofstede
Misschien is dat wel de volgende stap voor Radjenio. Niet beter worden in wat hij al kan, maar leren wat hij moet doen wanneer dat niet meer genoeg is. Daar kan Peter Hofstede hem misschien bij helpen, want Hofstede weet hoe het voelt om zelf een vis te zijn. Hij werd niet op zijn veertiende uit een prestigieuze jeugdopleiding gevist. Hij speelde gewoon bij OVC ’85 in Oosterbeek. Hofstede was 23 jaar toen ‘De Kist’ en Toon Beijer hem ontdekten. Tegenwoordig ben je op die leeftijd soms al bijna een vergeten vis.
Hofstede werd prof. En niet een beetje. In zijn eerste seizoen werd De Graafschap kampioen van de Eerste Divisie. Hofstede maakte 31 doelpunten in 38 wedstrijden. Misschien verklaart dat waarom hij anders naar talent kijkt. Zaakwaarnemers lopen zijn kantoor plat en bieden hem via een laptop spelers aan. Maar sommige talenten hebben geen indrukwekkend scoutingsrapport, vijftig wedstrijden in een jeugdopleiding of een keurige grafiek met ontwikkelingslijnen. Soms staat er gewoon ergens op een zaterdagmiddag een jongen te voetballen. En soms is die jongen 22.
DJK
Hofstede weet dus dat een vis niet altijd gevangen hoeft te worden op het moment dat iedereen hem ziet. Henny Meijer was ooit zo’n vis. Hij kwam vanuit de onderbond van DJK naar Telstar. Henk van Dorp viste hem op uit de kleinste vissenkom van het Nederlandse voetbal, maar uiteindelijk zwom Meijer de grote zee in.
Dat kan dus. Radjenio is al eens gevangen door de jeugdopleiding van AZ. Ze bekeken hem, beoordeelden hem en gooiden hem weer terug. Dat gebeurt in de voetballerij. Een vis blijkt soms nog niet groot genoeg voor de zee en gaat dan terug naar de vijver.
Radjenio zwom naar AFC. Daar groeide hij, brak hij door en werd hij uitgeroepen tot Talent van het Jaar. Misschien is dat wel de kunst van het voetbal: niet weten welke vis de grootste is, maar weten welke vis nog groter kan worden.

Klik hier voor de topscorerslijst per 25 augustus 2026
Het Amsterdamsche Voetbal Doelgericht